Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 
© Alex van Zaanen+ Stinne Rasmussen tijdens voorlichting aan de ouders.

Ouders: een probleem of een zegen?

© Alex van Zaanen+ Stinne Rasmussen tijdens voorlichting aan de ouders.

Een van de grootste gespreksstofleveranciers voor trainers in bijna alle sporten zijn de ouders van de spelers.

LET OP: De verantwoordelijkheid voor de inhoud en publicatie van dit artikel ligt bij de oorspronkelijke auteur.

De verhoudingen tussen de trainersaandacht en de twee soorten ouders is ook nog eens helemaal scheef, want 95% van de ouders geeft weinig tot geen problemen en vraagt relatief weinig aandacht van de trainers. De 5% die wel voor problemen zorgt, vraagt ook nog eens heel veel tijd van de trainer. In Duitsland heb ik samen met Martin Köhler veel tijd besteed aan het probleem dat 5% van de ouders 95% van de tijd opeist terwijl de goede 95% van de ouders maar 5% van de tijd krijgen.

Zoals de meeste problemen is ook dit probleem terug te leiden tot communicatie. Trainers zijn in hun opleiding bijna 100% bezig met het inhoudelijke van onze sport en er is weinig of geen aandacht voor de randvoorwaarden die de basis vormt voor het sportinhoudelijke. De meeste trainers zijn autodidact als het gaat om het behandelen van ouderproblemen in deze 5% groep. Veel trainers worden er al mee geconfronteerd als ze nog in het begin van hun trainersloopbaan zijn en dus ook nog vrij onzeker zijn van hun eigen kunnen. Je moet sterk in je schoenen staan om weerstand te bieden aan de kritiek of bemoeienis van de ouders van een van je spelers en al helemaal als je ook nog eens jonger bent dan de betreffende persoon.

De manier waarop de meeste trainers er mee omgaan, is het ontlopen van het probleem. Ze proberen zo weinig mogelijk met deze ouders in contact te komen en hopen er op dat het probleem vanzelf oplost. Een van de gevolgen is dat als je minder met die ouders te maken wil hebben je ook minder aandacht gaat besteden aan de speler. Als je deze speler meer aandacht geeft, is het bijna onvermijdelijk dat je de ouders ook meer zal tegenkomen. Het kind - hoeveel talent het ook heeft - krijgt last van zijn eigen ouders en krijgt ook sociaal binnen de groep problemen omdat andere spelers liever niet met deze speler trainen, al dan niet omdat er thuis negatief over de ouders van het kind wordt gesproken. Het is dus niet verstandig de situatie niet aan te pakken. Hoe lastig en vervelend dit dan ook mag zijn zal je in het belang van je eigen training, de speler en ook de ouders de confrontatie aan moeten gaan.

Maar al te vaak heb ik mee gemaakt dat als ouders hun gelijk niet direct bij de trainer kunnen krijgen ze naar de voorzitter, hoofdtrainer of andere personen toestappen over het hoofd van de trainer heen. Het is dus zaak dat je als trainer deze mensen wijst op de situatie voordat je tot handelen over gaat en dat je van deze mensen 100% steun hebt voordat ze door de ouders worden benaderd. Het komt veel te vaak voor dat 'meerderen' al snel de ouders voor een deel gelijk geven om de lieve vrede te bewaren en met dit gedrag de situatie voor de trainer alleen maar minder werkzaam maken. Als je jezelf niet helemaal zeker voelt om het gesprek met de ouders aan te gaan, vraag dan de voorzitter of hoofdtrainer aan te schuiven bij het gesprek. Let er wel op dat jij als trainer je standpunten uiteen zet en je de ouder aanspreekt op zijn gedrag. Laat de voorzitter en/of hoofdtrainer alleen wat zeggen als bevestiging van jouw standpunt.

Op toernooien heb ik het ook mee gemaakt dat ouders tijdens mijn coaching er bij kwamen staan. Ik heb ze altijd vriendelijk verzocht te vertrekken en dit NOOIT meer te doen. Het kwam ook niet altijd gelijk over bij de ouders, dus heb ik ze vaak ook apart moeten nemen en ze duidelijk uitgelegd over het hoe en waarom. Een enkele keer is het tot een harde confrontatie gekomen, waar ik zonder er doekjes om te winden tegen de ouders heb moeten zeggen dat hun gedrag ver over de lijn was en heb ik ze voor de keuze gesteld zich te houden aan mijn richtlijnen of niet meer deel te nemen aan de training of coaching.

Maak ook regels voor de training, op toernooien en met betrekking tot overleg tussen de ouders en trainer. Ik ben van mening dat wij als trainers de ouders veel meer moeten betrekken bij het opleiden van talentspelers en trainers moeten meer tijd uittrekken voor uitleg aan ouders. Het is mijn ervaring dat dit het beste werkt in groepsverband waardoor er ook veel meer groepscontrole is met betrekking tot het gedrag van de 5% groep. Op de FZ Forza dag heb ik dit principe ook toegepast door zowel in het openingsgesprek, voor de lunch en in de namiddag me tot de ouders te richten of hen op te zoeken op de tribune of in het cafetaria. Een ding wat we niet hebben gedaan en wat in de toekomst zeker wel zal gaan gebeuren is dat de trainers die de hele dag 4 of 5 spelers hebben begeleid ook aan de ouders een terugkoppeling geven over het verloop voor hun kinderen. Ook was de inbreng van Stinne Rasmussen geheel gericht op een positief benadering richting de ouders van talentkinderen, iets wat naar mijn mening standaard zou moeten gebeuren op elke Badminton Academie en zeker bij de nationale selecties.

Voor ouders is het vaak de eerste keer dat ze te maken krijgen met een kind dat een talent heeft voor iets. Ze zijn daar natuurlijk trots op en soms misschien ook wat onrealistisch in als het gaat om de beoordeling, maar een ding is zeker: ze willen het beste voor HUN kind en ze willen het beschermen voor teleurstellingen en meer van dit soort zaken. Terwijl het voor hun het eerste kind is met talent is het mijn duizendste badmintonspeler met talent. Trainers hebben ze zien komen en zien gaan, ze hebben wat meer afstand tot de speler en hebben niet die drang ze te behoeden voor teleurstellingen.

Het hoort er bij: een speler wordt geen topper in de sport als je niet met teleurstellingen om kan gaan. Het is in de sport hetzelfde als in het gewone leven: als je een goed functionerend mens wil worden, dan moet je veel dingen meemaken: zowel leuke als minder leuke dingen.

De rol van de ouders moet ondersteunend zijn. Je bent de trooster en de juicher en je moet je kind los durven te laten en op afstand kijken hoe je kind zich ontwikkelt. Je moet gezonde belangstelling hebben en je een goed beeld vormen van de manier waarop de trainer met jouw kind omgaat. Ook vind ik dat het aan alle ouders is om anderen er op te wijzen dat het niet in het belang van hun kind is dat een enkeling zich als ouder zo opstelt. Het is namelijk ook in hun voordeel en dat van hun kind dat een trainer niet 95% van zijn tijd moet gebruiken voor deze 5% van de ouders. Dus ouders: niet alleen maar staan toekijken maar ook je gezonde verstand gebruiken en indien nodig een gesprek aangaan met deze ouders. Kinderen uit de %5 oudersgroep halen bijna nooit de top. Het is statistisch gezien verantwoord als trainer de ouders zo snel mogelijk te wijzen op de grote nadelen van hun gedrag en als er niets mee wordt gedaan ze te adviseren niet meer deel te nemen aan de training. Het kost teveel negatieve energie die helemaal niets of heel erg weinig opbrengt.

Trainers zouden in het algemeen meer informatie moet geven aan de ouders en ze meer betrekken in het talentontwikkelingproces. Het kost wat tijd als een investering, maar het is mij nog nooit gebeurd dat de tijd winst niet positief uitpakte op het eind. Ik heb er altijd een grote groep vrijwilligers aan overgehouden. En zelfs vandaag de dag heb ik nog steeds regelmatig contact met ouders uit Duitsland.

Ron Daniëls

door

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

Wat vind jij? Er zijn al 4 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

TEST

Meer nieuws