Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 
© sxc.hu

Zo kan het ook (deel 2)

© sxc.hu+

Een studiebeurs is een totaal ingeburgerd begrip in onze samenleving. Het maakte het mogelijk voor iedereen met een bepaald talent om zich te kunnen ontwikkelen en nam het voorrecht van de bovenklasse weg als een exclusief recht op goed onderwijs.

LET OP: De verantwoordelijkheid voor de inhoud en publicatie van dit artikel ligt bij de oorspronkelijke auteur.

Studeren werd hiermee mogelijk voor iedereen. Een studiebeurs moet (in geval van een aanvullende studielening) worden terug betaald en wordt gezien als een investering van de overheid in een kennissamenleving. Omdat de overheid er ook nog eens vrij zeker van was dat het geld terug zou komen zodra de studie was afgerond was er weinig risico voor de overheid en kon je gewoon spreken van een win-win-situatie.

Mensen met een goede studie hebben meer kans op een goede baan en omdat het studeren niet meer aan een bepaalde groep in de samenleving was voorbehouden werd de vijver van het talent gevuld met veel meer vissen. In dit systeem gaat de overheid alleen uit van de kennis als zekerheid voor de investering. Daar ging het dus ook wel eens fout, want je kreeg beroepsstudenten die extreem lang over hun studie deden en vaak van richting veranderden.

Wat je zeer vaak ziet is dat topsporters na hun sporttijd ook succes hebben in het bedrijfsleven. Ze hebben een harde school doorlopen en een vechtersmentaliteit ontwikkeld die bedrijven graag in hun personeel terug zien. Dit geldt niet voor alle sporten en binnen de verschillende sporten ook niet voor alle personen, maar badminton heeft een extra voordeel. Het zijn veelal intelligente mensen die in een individuele sport zelfstandig en hard willen werken om de top te bereiken.

Het bedrijfsleven zoekt kennis en daar komt de overheid in tegemoet via de studiebeurs. Het bedrijfsleven zoekt ook de vechtlust en mentaliteit van de slimme topsporter en daar is in de opleidingen geen geld voor beschikbaar. Het zou dus geen gek idee zijn om een sportbeurs of sportlening in het leven te roepen. Het zou veel meer van ons talent naar de top helpen en de zekerheid dat het geld ook weer terug komt is ook vrij groot, want mensen met zo'n mentaliteit voldoen vaker en met meer trouw aan hun verplichtingen. De investering is ook veel kleiner dan met een studiebeurs, want een sportbeurs zou juist moeten worden gegeven in een leeftijd van 15 tot 23 jaar. Het gaat er in de sport alleen maar om het talent te ontwikkelen. Na de ontwikkeling kan de sportbeurs al worden afgebouwd.

Hoe zou het in de praktijk kunnen werken en wie zou welke rol moeten hebben? Een speler met talent zou een aanvraag moeten kunnen doen bij de bond, de overheid of een bank. De eerste twee als een meer sociale vorm van sportbeursaanvraag die vergelijkbaar is met de studiebeurs en een bank voor sporters die zich niet door een bond voelen erkend en toch de mogelijkheid wil hebben het te gaan proberen. Het kan natuurlijk ook een combinatie zijn van deze drie, want het ene hoeft het andere niet uit te sluiten en zou zelfs een synergetisch effect kunnen hebben.

De rol van de bond kan hier heel erg actief in zijn en past ook veel meer binnen mijn ideeën over hoe een bond in de toekomst zou moeten staan. Nu speelt de bond een centralistische rol, wat een zwaar verouderd systeem is en niet meer past bij het huidige denken van de jonge sporters. Het is dan ook niet gek dat alle bonden met een leegloop te maken hebben. De bond moet veel meer inspelen op de wensen van het individu, maatwerk leveren en vooral gedecentraliseerd denken en werken.

Het bondsbureau zou een afdeling moeten hebben die werkt als een bemiddelingsbureau waar ze talent begeleiden in een persoonlijk traject met het faciliteren van de speler bij halhuur, trainers, buitenlandse stages en op financieel gebied. De bemiddeling zou zelfs zover mogen gaan dat spelers door het bondsbureau kunnen worden verkocht aan bedrijven en sponsors om de kosten van de lening terug te brengen. De bond zou zelf geen trainers in dienst moeten hebben, maar maakt gebruik van een groep binnen- en buitenlandse trainers waar spelers gebruik van kunnen maken.

Niet alleen voor de spelers zie ik wel wat in zo'n systeem maar ook voor de trainersopleidingen. Voor de wet moet je misschien aan een aantal voorwaarden voldoen in een trainersopleiding, maar we hebben ook kunnen zien waar dat toe leidt. Trainers die er een jaar tussenuit willen voor een goede trainersopleiding moeten een lening kunnen krijgen via dezelfde kanalen die ik al eerder heb besproken om een degelijke badmintoncoachopleiding te kunnen krijgen. Deze kan dus ook niet in Nederland worden verkregen, want hier is geen badmintoncoachopleiding van niveau. Het terugbetalen van deze opleidingen zou moeten gebeuren via het geven van training binnen de groep van trainers waar de spelers uit kunnen kiezen.

De punten die ik in dit stukje heb beschreven zijn in het beleidsplan verder uitgewerkt en hebben allemaal tot doel dat de bond geld zou moeten kunnen verdienen in plaats van uitgeven. Het commercieel opzetten van een topsportbeleid geeft een veel grotere kans op succes voor Nederland in de toekomst dan het huidige zwaar verouderde systeem.

door

via Ron Daniëls

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

vorig artikel

Jeroen van Dijk in gesprek met Badminton Nederland

6 jaar geleden

volgend artikel

De groei van de jochies

6 jaar geleden

Wat vind jij? Er zijn al 8 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

TEST

Meer nieuws