Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 

Ken je deze spelers al?

Lin Dan, grip en pull shot en het Nederlandse badminton

Als ik zo de verschillende badmintonsites volg, blijkt het toch voornamelijk badmintonnieuws te zijn.

Leuk, belangrijk om onze prachtige sport onder de aandacht te brengen, maar het zou zo mooi zijn als meer coaches, spelers, bestuurders en andere gepassioneerden hun ervaringen en kennis deelden. Een enkeling doet het gelukkig al, maar als we op onze sites meer uitstekende resultaten willen krijgen, zullen we echt elkaar moeten stimuleren om ideeën uit te wisselen, te ontwikkelen, en samen elkaar sterker te maken. Het sterker maken van je nationale "tegenstand/weerstand", draagt bij aan het verhogen van het absolute niveau van onze spelers. Waarschijnlijk zullen de besten immer de besten zijn, maar hun werkelijke niveau zal hoger komen te liggen als er in alle opzichten meer concurrentie en competitie ontstaat.

Zoals in mijn vorige artikel aangegeven, is de intentie om drie stukken te schrijven, gebaseerd op olympisch kampioen Lin Dan, en dan vooral op technisch/tactisch vlak. De vorige keer ging het over zijn voetenwerk en hoe dit bijdraagt aan het moderne badminton. Ik hoop werkelijk dat vele trainers/coaches ermee aan de slag zijn gegaan, en zeker op het hogere niveau. Mijn email is immer opvraagbaar bij de redactie! Dit keer is het wat "specialistischer" en hopelijk dient het als inspiratie om gewoon veel te studeren, analyseren en proberen te begrijpen wat er gebeurt, want enkel dan kun je gaan vermoeden "what's going to happen next". En dat is weer nodig om aansluiting te gaan vinden bij de wereldtop.

Maar allereerst iets anders, het blijkt namelijk dat als er verschillende malen gereageerd is op een artikel, dat dit vervolgens wederom weer meer gelezen wordt. De beste manier om reacties te krijgen, blijkt dan weer te zijn om over BNL te schrijven, dus bij deze zal ik toch tegen mijn gewoonte in, als experiment, iets zeggen over de situatie in het Nederlandse badminton. Dus voor het technischere gedeelte, even een alinea overslaan.

Een extreem korte analyse: wanneer je kijkt naar ons Nederlandse badminton sinds onze sport olympische status heeft verworven, dan kunnen we niet anders dan constateren dan dat de algemene resultaten minder zijn geworden op structurele basis. Op incidentele basis (een wereldtopper die verhuist) doen we het wel aardig. Natuurlijk kan dit verklaard worden uit de investeringen die vele andere landen zijn gaan doen in het badminton sinds Barcelona '92. Zij hebben steeds kennis "ingekocht" (een mooi voorbeeld is Duitsland) uit allerlei landen waar het badminton op een hoger niveau stond. En ik kan me uit mijn jeugdjaren herinneren dat ook de Nederlandse trainers nog geregeld werden bijgeschoold door Engels, Deense, Indonesische en Koreaanse trainers. Dit geeft verversing van ideeën en helpt volgens de modernste ideeen te werken. Wij hebben sinds 1992 last van wat in de economie de "remmende voorsprong" wordt genoemd. Onze structuur en kennis waren op dat moment gewoon behoorlijk goed, het is lastig om dan echt te blijven doorontwikkelen, dat kost geld, tijd, wilskracht en inzet en die zijn niet altijd even rijkelijk aanwezig. Vervolgens zijn de andere landen vanaf nul of bijna nul gaan investeren, landen als Duitsland, Frankrijk enzovoorts en zelfs Spanje, hebben ons bijgehaald of ingehaald. In mijn jeugd was de Dutch Open veel groter dan de French Open, nu was de Dutch Open dit jaar een uitgebreide NK, en de French is inmiddels al enkele jaren Super Series. Dit kan enkel als de draagkracht voor badminton groter is. Dit is de ontwikkeling waar we mee te maken hebben.

We waren zeker geen verkeerd badmintonland in de jaren '70 en ook daarna, met de Ridders, Joke van Beusekom enzovoorts. We hadden met enkele buitenlandse coaches en badmintongekke spelers redelijk wat kennis, en de competitie was doordat het een non-olympische sport was internationaal gezien minder groot. We hadden ooit een kennisvoorsprong, meer spelers, en betere spelers dan andere landen. Deze voorsprong is verdwenen. We hebben nog een mooi olympisch centrum, en ik geloof ook dat de structuur met academies en scholen niet verkeerd is. Maar jonge spelers moeten opgeleid worden met de modernste technieken van bewegen, slaan en mentaal/tactisch vaardig zijn. Keuzes kunnen maken in een split second aan de hand van gegevens, dat is waar badminton op hoog niveau vaak omdraait. Deze keuzes worden na verloop van tijd bijna automatisch gemaakt. En daaraan ontbeert het ons, vandaar mijn opmerkingen aan het begin van dit artikel. We moeten onze kennis delen, samenwerken.

De opleiding van jonge spelers is vaak op verkeerde punten gericht, ik zie vrij veel dankzij YouTube en enkele badmintonkampen, en soms schrik ik ervan. Spelers die het goed doen, zijn groot en sterk, en hebben daardoor nog wel wat succes in de junioren, maar zoals de laatste WJK uitwijst, niet extreem veel (ondanks enkele goede wedstrijden), en grote moeite om de echte stap te maken van junioren naar semi wereldtop. Dit is heel simpel: als je in de junioren wilt presteren is groot en fysiek sterk een voordeel. Als je je veel daarop concentreert, mis je daardoor echter wel de technisch-tactische-mentale voorwaarden die nodig zijn om je enkele jaren later wellicht tot top-25 wereld op te werken (top 25, omdat je je anders met de NOCNSF eisen niet kwalificeert). Dus wat is nu belangrijk? Kwalificeren of junioren resultaat? Een retorische vraag natuurlijk. Je zult de junioren jaren en daarna moeten gebruiken om spelers te bouwen en te ontwikkelen die superseries kwart en halve finales kunnen spelen wat niveau betreft. Kunnen ze dat niet, dan halen ze de top-25 enkel met noodgrepen.

Als ik de Nederlandse dubbels bekijk, dan zit er zeker wel talent tussen, maar het ontwikkelt zich nauwelijks. Dat is zonde, voor mij als trotse nederlandse badmintongek, en nog veel meer voor de spelers die heel veel investeren in hun topsportcarrière. In de single, is het nog moeilijker. Gelukkig hebben we enkele serieuze hardwerkende dames, die daarmee in de damessingle nog een eindje komen, maar ook zij missen technisch-tactische vaardigheden om echt de volgende stap te kunnen zetten en zijn blessuregevoelig. Herensingle? Onze beste spelers zijn de oudste spelers, en eerlijk is eerlijk, dit jaar komen de jongere spelers ondanks vele uren training meer, simpelweg (nog) niet in de buurt. Spelers dienen zelf veel kennis te hebben, veel van het spel te weten en slim te zijn. Deze kennis en vaardigheden dienen hen echter wel aangeleerd te worden.

Nu gaan we naar één van de badmintonlanden bij uitstek, China. Daar is badminton een volkssport, veel kennis en de macht van het getal. Ze zouden achterover kunnen leunen, want ze winnen toch alles, maar juist de drive om constant te proberen dingen te ontwikkelen, zorgt ervoor dat ze voorop blijven lopen. Ze hebben zelfs buitenlandse coaches rondlopen, als ze denken dat deze iets extra's kunnen brengen. Lin Dan van 2012 is een volstrekt andere speler dan de nummer 1 van de wereld in 2004. Hij heeft zich ontwikkelt. Vele andere spelers hebben dat veel minder.

En nu eindelijk over technische aspecten in het badminton, in mijn vorige stuk hadden we het over het voetenwerk van Lin Dan, nu gaan we een ander aspect bekijken van de beste herenenkelspeler aller tijden. Dit laatste is natuurlijk gewoon zielig voor Lee Chong Wei, dat hij precies in deze periode leeft, hij is namelijk vreselijk goed, en in veel dingen beter dan LD, het belangrijkste verschil is dat LD gewoon mentaal sterker is en een stukje slimmer. En echte fans zullen zeggen dat LCW wat meer pech heeft, zo lijkt het wel inderdaad.

Nu gaan we het echter hebben over grips, één van de eerste dingen die we aanleren, maar denken we ook na hoe grips invloed hebben op techniek en het gebruik en ontwikkelen van slagen? Probeer nu eerst eens na te denken over hoe Taufik en Lin Dan verschillen in grips voordat u verder leest en wat voor invloed dat heeft op hun spel? Nagedacht?

Lees dan verder.

Lin Dan is van alle topspelers degene die de sterkste variant van een backhandgrip gebruikt als monogrip, Taufik bijvoorbeeld gebruikt gewoon de ouderwetse forehand grip, waarbij het racketblad behoorlijk open staat, dit geeft hem vervolgens veel voordelen met een volle, vlakke smash, backhand, netspins en zijn stopdrop uit de around the head hoek (hij is vrijwel de enige topspeler in herenenkel die deze slag regelmatig gebruikt heeft in de laatste tien jaar), hij wisselt enkel in de drive op zijn BH van grip (wat hij doet is naar een shakehandsgrip gaan waar hij de duim meer erachter legt). Je zult hem dus zelden een sticksmash zien slaan, want dat is nu eenmaal iets lastiger met zo’n grip (hou er rekening mee dat op topniveau zelden meer dan 1-2 grips gebruikt worden, op iets lager niveau hebben we een heel scala aan grip nodig om alle mogelijk slagen te kunnen uitvoeren. Maar ik hoop dat deze basisinformatie bekend is.)

Lin Dan zal dus met een backhandgrip wat meer moeilijkheden hebben met een forehand straightlift, zeker van een hogere positie, dat is ook gelijk waarom hij vrijwel altijd met zijn backhand de servicereturns slaat en met de FH onderhands toch vaak cross gaat (voorbeeld in de All England finale 2009, op 1-0 tweede set zie je LCW gewoon al klaar staan voor een crosslift, omdat hij dit weet, het verhaal van met de hand meespelen wordt door deze grip versterkt). Het geeft echter ook veel voordelen: het is makkelijker slagen enkel uit de voorarm te slaan, sticksmashes bijvoorbeeld, of een crossnet op je forehand die hij vaak gebruikt en zelfs bij fullsmashes krijgt hij er meer hoek naar beneden in. En bovendien heeft het hem ook de mogelijkheid gegeven om een eigen slag uit te vinden, een bovenhandse pullslag. "Pak de shuttle voor je!", hoe vaak horen we dat niet door een hal gaan, en eerlijk is eerlijk, ik zeg het zelf ook geregeld, maar ik hoop in de situaties waarin dit nodig is, want het is namelijk onzin in bepaalde situaties. Met name in pullsituaties zowel op FH als BH. Lin Dan trekt dit nog wat verder, en hiermee is gelijk een heel stuk modern single badminton verboden. Zoals Roel van Heuckelom in zijn artikel en ook ik enkele jaren geleden heb aangegeven, valt een pullslag tenminste een meter over de servicelijn en vaak wat naar het midden van de baan, is bovendien snel om de tijd weg te halen en dus meer kans te hebben om de rally zo neutraal mogelijk te houden en de tegenstander te provoceren om een snelle lift met de hand mee te spelen, en deze over te nemen, of juist dat deze van ver van het net een langzame slag gaat spelen, en wederom hierop het initiatief over te nemen.

Als iemand veel wedstrijden van Lin Dan kijkt, zal hij geregeld de volgende situatie tegenkomen, zeker in de eerste ronden van een toernooi, wanneer hij echt zoveel mogelijk energie wil sparen:

Een hoge slag naar zijn achterlijn. Lin Dan komt op tijd aan, staat soms zelf totaal stil! En kijkt waar de shuttle gaat vallen. Stelt zich de vraag: kan ik hierop aanvallen? Vaak vanaf de achterlijn is het antwoord hierop nee. Dus wil hij in zo'n goed mogelijke positie blijven, een snelle drop, diep het veld in, geen hoeken geven, liefst op het omslagpunt van fore en backhand. Het verschil is dat Lin Dan er een echte pullslag van maakt door al naar voren te bewegen en de shuttle achter zich te nemen, en tegelijkertijd boven zich. Dit is enkel mogelijk met een backhandgrip. Het resultaat is dat hij al een meter naar voren heeft gezet op het moment dat de shuttle echt vertrokken is. Hierdoor is zijn ideale uitgangspositie vlakbij en heeft hij de tijd om te kijken wat er gebeurt. Volgt er een te vlakke lift, zal hij deze met zijn versnellingen overnemen en dan is het vaak einde rally, is het een goede lift, dan wordt er gewoon weer opgebouwd; en komt er een slag naar het net, zal hij proberen het net in handen te namen of eventueel de tegenstander weg te zetten in het achterveld. Hij bespaart hierdoor energie, hij hoeft niet helemaal achter de shuttle te staan en vervolgens dik een meter meer moet lopen naar het centrum, maar ook tijd (minder afstand). Dit past in zijn speelstijl. Energie gebruiken als het nodig is, veel pauze pakken tussen de rally's, en indien niet nodig, geen energie wegsmijten. Natuurlijk gebruikt hij ook clears en drops vanaf het achterveld, deze variant is echter door hem uitgevonden en toegepast.

Hoe wordt de slag uitgevoerd? Eigenlijk is het een soort omgevallen S beweging. Het racket begint hoog, met het blad vrijwel verticaal. Vervolgens begint de stap naar voren en zakt het racket ietsjes naar beneden, terwijl het steeds meer achter ons komt en zorgt de backhandgrip ervoor dat het blad nog steeds richting het net wijst. Vervolgens trekt hij het racket naar voren, waarin eerst een kleine supinatie wordt gemaakt en vervolgens een, wederom kleine, snelle, pronatie, en tijdens deze beweging vind de impact plaats, vervolgens trekt hij het racket nog door naar voren en uiteindelijk zakt het na de pronatie naar beneden. En staat hij inmiddels een stuk voor de dubbelservicelijn. Zeker als hij met de "wind mee" speelt, zoals geregeld gebeurt tijdens de super series, is het voor hem makkelijk om veel snelheid erin te krijgen terwijl hij achter zich wordt geraakt.

Er moet gezegd worden dat er tussen een shuttle iets op zijn forehand duidelijker een pullbeweging wordt gemaakt en als deze meer op zijn around the head kant zit, is deze meer geslagen (voorbeeld van dit laatste WK 2011, 8-9, opslag, return, spin, lift en vervolgens staat hij even stil onder de slag en gebruikt een variant op deze slag. Op 15-16 trouwens een pullslag uit lagere positie, die hij makkelijk kan slaan en door zijn backhandgrip meer variatie heeft (hij kan vrijwel alle hoeken nog maken), hier een ander voordeel van zijn grip.

Als we verder kijken naar zijn spel, zal het ons opvallen dat behalve bij deze door hem geïntroduceerde slag, hij bij vele slagen op zijn forehand de shuttle enigszins achter zich pakt. Iets wat je bij vele spelers terugziet. Enkel achter de shuttle komen als er initiatief is, anders rondspelen met energiebesparing, zonder kansen weg te geven, wachten op de juiste momenten. Wat hierbij ook zeker opgemerkt dient te worden is dat topspelers erg goed zijn in het nemen van pauzes. Zij weten gewoon heel goed dat herstel nodig is en daarom proberen ze zoveel mogelijk tijd te nemen.

Lin Din probeert dus vrijwel altijd het spel te controleren, en maakt keuzes: wat is in de situatie de beste oplossing en hij houdt hierbij ook zeker rekening met zijn fysieke staat. Dat wil zeggen, als het even wat minder is, dan zal hij deze slag veel vaker gebruiken en blijven wachten. En tegen "mindere" tegenstanders, gaat hij zeker op energiespaarstand spelen. Al deze "gierige" keuzes van Lin Dan in zijn spel om het best mogelijke resultaat te halen met de minste energie verspilling, maakt hem ook de komende jaren bijna onverslaanbaar als het belangrijk wordt. Dit ondanks dat hij voor Chinese herenenkelspelers zo ongeveer bejaard is te noemen.

De volgende keer een wat makkelijker toepasbaar artikel over lift slagen. Ik hoop dat er wellicht wat meer nagedacht gaat worden over de grips van een speler en waar dus automatisch verwacht kan worden dat er problemen liggen en waarvoor opgelet moet worden. Wapens en zwakke punten zijn ook gripafhankelijk.

Henri Vervoort

door

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

Over de auteur: Henri Vervoort

Henri is actief als trainer en coach in Italië. Hij is tegelijkertijd bekend en berucht om zijn longform artikelen over badminton.

vorig artikel

Hilbink zorgt voor stunt op Norwegian International

5 jaar geleden

volgend artikel

De Badmintonderby der Lage Landen

5 jaar geleden

Wat vind jij? Er zijn al 3 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Over de auteur: Henri Vervoort

Henri is actief als trainer en coach in Italië. Hij is tegelijkertijd bekend en berucht om zijn longform artikelen over badminton.

TEST

Meer nieuws