Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 

'Tegen badminton zegt NOC*NSF: jullie zijn kansloos, dus geen subsidie'

Geen geld voor badminton betekent dat talentvolle badmintonspelers van sportkoepel NOC*NSF niet de kans krijgen zich te ontwikkelen, schrijft Ted van der Meer.

'Omdat hun voorgangers gefaald hebben? Dat is net zoiets als een kind afrekenen op de misdaden van de vader.'

Is dit waar een sportkoepel voor staat? Een waterscheiding tussen 'soorten' sportbonden, puur gebaseerd op medailles? Dinsdag 5 december heeft NOC*NSF bekendgemaakt wat de consequenties zijn van de Sportagenda 2016. In januari hadden de sportbonden in meerderheid gekozen voor de Top-10 ambitie, die inhoudt dat Nederland op de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro bij de beste tien landen van de wereld zou moeten behoren.

Sporten als zwemmen, zeilen, judo, roeien en hockey krijgen (veel) meer geld, terwijl andere sporten geheel of gedeeltelijk buiten de boot vallen. Badminton (per direct) en tafeltennis (over enkele jaren) raken hun financiering kwijt. Opvallend is dat vooral de mannenteams in de wijdverbreide, mondiale sporten niet of nauwelijks meer ondersteund worden. Dat geldt onder meer voor basket- en volleybal en ijshockey.

Uiterst merkwaardig is dat de niet-olympische sport korfbal - dat internationaal ook heel weinig voorstelt - wel een stevige ondersteuning krijgt.

Protest

De genomen beslissingen hebben diverse protesten uitgelokt. Vooral een stevige brief van de voorzitter van de ijshockeybond, Ruud Vreeman, veroorzaakte veel deining. De voormalige (PvdA-)burgemeester van Tilburg is zelf oud-bestuurslid van NOC*NSF. Tijdens het radioforum van de NOS maakte de manager Topsport van NOC*NSF, Jeroen Bijl, duidelijk dat de kans heel erg klein is dat ijshockey alsnog financiering krijgt.

Op 6 december stond in de Volkskrant een analyse van sportjournalist John Volkers. Een citaat: 'De slimme onderhandelaar Hendriks (technisch directeur NOC*NSF Maurits Hendriks , red.) heeft een onmogelijke klus voor elkaar gebokst. Veel bonden zullen het 1974-gevoel hebben: zijn we er toch weer ingetuind.'

En op 10 december concludeerde Ton Boot, voormalig top-basketbalcoch, aan het einde van zijn column in De Telegraaf het volgende: 'Er zijn nogal wat vraagtekens bij de herverdeling te plaatsen. Veel bonden protesteerden dan ook. Toch hebben zij weinig recht van spreken. In januari kreeg het NOC*NSF op de algemene ledenvergadering met een overweldigende meerderheid toestemming voor het plan 'Sportagenda 2016'. Dan is het recht van protesteren en mekkeren voorbij.'

Geen fair play

Ton Boot zou gelijk hebben als er eerlijk spel was geweest. Dan zou niemand meer moeten zeuren. Maar mijn ervaring is dat fair play ontbreekt. Tijdens gesprekken met NOC*NSF-voorzitter Bolhuis heb ik me door zijn opmerkingen op het verkeerde been laten zetten. Hij was bijzonder enthousiast over de badmintonsport en zei letterlijk (ik heb mijn aantekeningen geraadpleegd), dat 'badminton absoluut niet bang hoeft te zijn, prachtige sport met goede Olympische deelnemers in het verleden'.

We weten nu wat Bolhuis' woorden waard waren. Helemaal niets. De badmintonsport wordt met lege handen het bos ingestuurd.

Het is voor de objectiviteit van belang om duidelijk te maken welke grote fout NOC*NSF dreigt te maken. Op dit moment heeft Badminton Nederland zestien posities in de top-100 van de wereldranglijst met spelers als (let op de leeftijden): Selena Piek (21), Iris Tabeling (21), Jacco Arends (21), Jelle Maas (21), Samantha Barning (23) en Eefje Muskens (23). Andere grote talenten zijn onder anderen Soraya de Visch Eijbergen (19), Josephine Wentholt (kwartfinale Jeugd Olympische Spelen, 20) en Robin Tabeling (18).

Afrekenen

Deze in potentie 'gouden generatie' krijgt, als het aan de sportkoepel ligt, niet of nauwelijks meer de kans krijgt zich verder te ontwikkelen. Zonder voldoende financiƫle middelen geen topsport op het hoogste niveau.

Als ik het juist interpreteer krijgen de spelers die in de toekomst de badmintonsport moeten gaan 'dragen' die kans niet omdat hun voorgangers gefaald hebben. Dat is net zoiets als een kind afrekenen op de misdaden van de vader. Het is waar dat het in de maanden voor de Olympische Spelen van 2012 onrustig was binnen de badmintonbond. Dit had vooral te maken met een wisseling van de wacht. De nieuwe technisch directeur kon de klus niet aan en ze ging op een cruciaal moment met ziekteverlof. Achteraf kun je zeggen dat BNL (en ik als voorzitter) een inschattingsfout heeft gemaakt, maar dat mag je de aanstormende generatie toch niet aanrekenen?

Lees het hele artikel op de website van Volkskrant.

door

via Volkskrant Ted van der Meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

vorig artikel

Campagne: Zonder respect geen sport

5 jaar geleden

volgend artikel

Eefje Muskens: 'Goud in Ierland!'

5 jaar geleden

Wat vind jij? Er zijn al 6 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Meer nieuws