Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 
© Dagblad de Limburger

Dorien Lups pakt na een jaar blessureleed draad weer op

© Dagblad de Limburger+

Zeventien lentes jong is Dorien Lups nog maar en toch kan ze al bijna een boek schrijven over blessureleed.

Een heel jaar lang moest het Maastrichtse badmintontalent noodgedwongen aan de zijlijn toekijken. Daarom was het zo opmerkelijk dat ze tijdens het International Youth Tournament van Victoria Hoensbroek eind december, ineens zomaar zes loeizware wedstrijden zonder fysieke of mentale problemen tot een goed einde bracht.

De opluchting was enorm toen Dorien Lups enkele weken geleden in Hoensbroek zonder problemen haar wedstrijden afwerkte tijdens het International Youth Tournament van Victoria Hoensbroek. Niet alleen bij de speelster zelf, zeker ook bij mam en pap Lups die twee dagen lang met het zweet in de handen op de tribune hadden gezeten. Ook nationaal trainer Rune Massing toonde zich opgetogen over de spetterende rentree. Maar waarom al die opluchting?

Carrière met vertraging

Dorien werd als héél jeugdige speelster al begeerd door topclubs. Beide Limburgse eredivisionisten Roosteren en Victoria Hoensbroek dongen naar haar gunsten, maar de zelfbewuste badmintonster had voor zichzelf al een keuze gemaakt. Ze wilde een internationale sportcarrière, een studie fysiotherapie en spelen bij de Nederlandse recordkampioen Duinwijck in Haarlem. „Dat laatste was gewoon een impulsieve keuze van mijzelf. Nu, na twee jaar, kom ik er nog steeds graag.”

Om te werken aan een internationale carrière koos ze voor het nationaal badmintoncentrum Papendal terwijl ze haar studie in Arnhem begon. Om als zestienjarige al weg te gaan bij haar ouders en zus Joyce was een grote stap. Eenmaal ingeburgerd op Papendal begon het leven van twintig uren badminton per week, zowel training als wedstrijden spelen.

In mei 2011 revalideerde de Limburgse van een lastige maar zeker niet bedreigende knieblessure. In oktober van datzelfde jaar was ze weer speelklaar en begon ze aan de competitie bij de reserves van Duinwijck in de eerste divisie. Daar sloeg het noodlot toe. In de tweede game van haar enkelspel stapte ze uit naar achteren en gleed weg. Haar voet ging naar buiten, haar knie naar binnen. De pijn was direct immens. „Gelukkig kon ik toen direct terecht bij het AZM in Maastricht. Ze stelden via foto’s en een CT-scan vast dat er niets gebroken was. Dat was voor mij al een opluchting”, aldus Dorien. Een echo bracht geen uitsluitsel vanwege de vochtophoping in het gewricht. Korte tijd later was ze in het ziekenhuis voor een MRI-scan waarna ze direct een gesprek kreeg met orthopeed Van Loon. Die vertelde haar wat ze absoluut niet wilde horen: „Afgescheurde voorste knieband en de binnenbanden hebben een flinke tik gehad”, was de jobstijding van de chirurg.

„Natuurlijk stortte mijn wereld toen in, maar dat was maar voor even. Je gaat direct denken aan het herstel. Een therapeut moest eerst zorgen voor mobiliteit in mijn been voordat de operatie uitgevoerd kon worden. Dat was geen probleem. Met de hulp van Pieter Moust, een therapeut bij mij thuis in de buurt waar ik al altijd vertrouwen in heb gehad, werd ik klaargestoomd voor de operatie. En daarna, toen de ingreep voorbij was en ik verlammingsverschijnselen begon te krijgen vanwege verlies van spiermassa, is Pieter nog intensiever met mij bezig geweest. Ik heb veel aan hem te danken. Hij heeft mij trouwens al heel vaak geholpen, zo lang ik sport bedrijf. In mijn spel op de baan spring ik veel, omdat ik nogal sterke benen heb. Het is één van mijn grootste wapens. Het was dus schrikken toen die verschijnselen van verlamming optraden. Moust stelde mij gerust door te vertellen dat het allemaal wel goed zou komen.”

Mede door het goede werk en ijzeren discipline in hersteloefeningen, zowel voor zichzelf als ook bij trainer Rune Massing op Papendal en de therapeuten aldaar, tankte Dorien weer zelfvertrouwen. Alles begon routine te worden, zowel bij de club als in de studie. Het toernooi in Hoensbroek waren daarom een bevestiging en een opluchting dat bloed, zweet en tranen lonend waren geweest. Of ze ooit tijdens de revalidatie in de put gezeten heeft? „Eigenlijk niet. Ik ben altijd eerlijk en rechtuit tegen iedereen, dus ook tegen mijn trainers. Die hebben mij ook altijd precies uitgestippeld hoe het zou verlopen. Die hebben ervaring, want deze blessure komt vrij vaak voor, vooral bij meiden.”

Een ander groot probleem, los van blessures, kwam recent naar voren toen NOC*NSF het begrip badminton uit het programma kieperde. De ruim vier ton subsidie voor topsport werd niet meer toegekend. Dat betekende onmiddellijk voor veel jonge badmintonners het einde van Papendal. Ook voor Dorien en Cheryl Seinen uit Roermond en nog een hele groep jonge sporters die hun plannen voor de toekomst de grond ingeboord zagen. „Per 1 juli van dit jaar moeten we vertrekken uit Papendal. Wat er dan gaat gebeuren is volkomen onduidelijk. Bij de bond is men er druk mee, maar er is nog geen uitzicht op een oplossing”, zegt ze. Toch heeft ze vertrouwen in de toekomst. Dat ze weer voluit twintig uren in de week kan sporten is voor haar belangrijk. Ze kan nu beginnen te werken aan haar ranking, want door haar blessureleed kwam dat er nog niet van. „Daar ga ik nu aan werken, te beginnen met het Nederlands kampioenschap volgende maand in Almere. Daar hoop ik mijn eerste punten te scoren. Daarna zien we wel weer."

door

via Dagblad de Limburger

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

vorig artikel

Jong Oranje groepshoofd op EJK in Turkije

5 jaar geleden

volgend artikel

Wie heeft mijn kaas weggehaald?

5 jaar geleden

Wat vind jij? Er zijn al 3 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Meer nieuws