Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 
© Alex van Zaanen

Voorstaan met welke voet? Maakt het uit?

© Alex van Zaanen+

De voetenstand en gevolgen voor ons spel. We hebben het hier over enkelspel. De voetenstand heeft veel invloed op ons spel en zegt ook veel over de intenties. Eerst een praktijkvoorbeeld dat aanleiding is voor dit schrijven, mijn ergernis tijdens het kijken van bepaalde trainingen:

  • vorige zomer zag ik een zogenaamde Deense toptrainer (tenminste hij was nationaal coach jeugd...) die na het opheffen van de jeugdselecties daar, nu bij een Italiaanse club werkt, voetenwerk oefenen (zonder shuttle, zonde.) en hierbij altijd een richtinggevende splitstep gebruiken, dat is heel kort door de bocht een start waarbij je eigenlijk met je voeten in een soort diagonale positie komt en vooral 1 van de twee voeten eerder neerzet dan de andere, vaak in de tegenovergestelde richting van waarin je wilt bewegen. Ik vond het niks: omdat je dit vooral doet in aanvallende situaties, en zeker niet vaak als je in een situatie zit waarin je aangevallen zou kunnen worden. Als je iets altijd doet in een oefening, is het bijna altijd verkeerd zeg ik vaak.
  • Vervolgens kom je bij de ex nationale coach van Italië uit, die het tegenovergestelde altijd doet en iedereen met twee voeten parallel altijd in het midden van de baan laat staan en daarvandaan start en zijn hele voetenwerk is hierop gebaseerd, vervolgens zijn de passen die je zet volgens hem gelijk voor meisjes van 8 jaar en elite heren van 27.... wederom onzin. En nu hebben we dus twee zogenaamd goede coaches tijd zien verspillen, en ik kan er nog wel een flink aantal namen bij gooien. Natuurlijk kun je het eventueel als intervaltraining op de baan gebruiken, dus een fysiek doel hebben, maar dat kan zoveel nuttiger en beter. Dat is echter niet het onderwerp nu.

Mij gaat het in dit artikel erom duidelijk te maken wanneer je in mijn mening op een bepaalde manier staat en waarom. Hier is geen gouden regel zoals de coaches hierboven dachten, het hangt er namelijk altijd vanaf in welke situatie zit, en vervolgens van je eigenschappen (lengte, kracht, bewegingsmotoriek enz.), maar er zijn zeker een aantal dingen over te zeggen.

We gaan uit van enkele situaties: je hebt zelf de aanval, je bouwt op, of de tegenstander heeft de aanval en hier tussenin zitten nog verschillende schaduwgebieden.

Mijn eerste principe is dat als je een lift weggeeft waarbij je vrij zeker bent dat de ander zou kunnen aanvallen (en in herenenkel is dat sneller dan in een damesenkel, heren zullen door hun sterkere fysiek beter de aanval kunnen opvolgen en het veld controleren dan dames, en deze zullen de neiging hebben om sneller een drop of een clear te slaan, al trekt het spel op topniveau steeds meer richting de heren ook in de dubbel). In dit geval ben ik een groot voorstander van het parallel klaarstaan, lichtjes gedraaid richting de shuttle, maar liefst niet teveel (als je in het midden lift, heb je het probleem niet trouwens :) ), en zoals vrijwel altijd gebruik makende van een opgeschoven basis: meer naar achter als je erg onder druk denkt te komen, meer naar links als je tegen de zijlijn hebt gelift. Hoeveel is persoonlijk en hangt van het niveau af. Verder zou er altijd een inzakkende splitstep gebruikt moeten worden, liefst uit een beweging komende.

Wat bedoel ik hiermee? Voorbeeld: ik kom laag bij het net na een goede slag van de tegenstander, ik lift, en wandel rustig terug naar de positie waar ik ongeveer wil staan als hij/zij gaat slaan, en ik stap eigenlijk achteruit en zak vervolgens in door beide voeten naar buiten te plaatsen, kom neer vlak na de impact zodat ik de richting van de shuttle zie. Breng gelijk mijn racket richting de shuttle voor me (heel veel spelers hebben de kwalijke eigenschap op een harde slag met een reflex beweging eigenlijk hard te willen antwoorden en achter in te laden (racket naar achteren bewegen, vaak door supinatie of pronatie), hierdoor verlies je heel veel controle op de verdediging en je bent bijna altijd te laat. Op topniveau zullen ze altijd proberen de shuttle voor zich te houden.)

Hier komt trouwens ook de duiktechniek met twee benen uit voort, vooral op de backhandkant is het vrij natuurlijk: je komt neer met twee voeten maar ziet dat je met rechts moet gaan afzetten, je strekt gelijk je racket uit, met draai in je bovenlichaam/schouders (een belangrijk detail hierbij is dat je niet een geblokte draai gaat maken (waarbij je eigenlijk alleen in je buik draait, maar dat je ook in je 'schouders draait', je rechterarm gaat naar links en je linker komt naar rechts zeg maar) dus eerst naar voren beweegt, maar met een juiste elleboogpositie (iets voor je op moment dat de ander slaat) je gelijk lang maakt met je arm en schouder richting de shuttle, de handen blijven vrij dicht bij je) bijna automatisch op harde slagen ga je een soort extensiebeweging maken en raak je de shuttle eerst voordat je rechtervoet naast je neerkomt en je staat in een soort push-up stand. Benen iets bijtrekken en omhoog, en snel het liefst :), dit is niet moeilijk, maar je moet er wel aanleg voor hebben, dus enigszins atletisch zijn. Dan komt duiken dus natuurlijk, en dan mag het wat mij betreft, als je het moet gaan trainen, dan denk ik dat het beter is het niet te doen.

Dat is dus parallel staan, wat je doet als de tegenstander het initiatief stevig in handen heeft. Sta je op die manier ben je namelijk snel zijwaarts (zowel in springen als uitstappen), voor en achter is iets lastiger. Sta je met een voet meer naar voren dan is zijwaarts weer moeilijker. Dus zul je de situatie moeten herkennen, maar ook de gewoontes van de tegenstander. Anticiperen, hierbij gaan we dus weer tactisch trainen: herkennen. Mocht er in het geval van parallel staan toch een shuttle hoog komen bijvoorbeeld, dan krijg je een soort van omschakel voetenwerk, je gaat van laag omhoog komen, dus je maakt een transitie in je bewegen om je weer aan te passen aan de nieuwe omstandigheden en geen onnodige energie te verspillen.

Regel 1

Regel 1 zou ik dus willen omschrijven: als je denkt dat je snel links of recht moet bewegen, dan zou ik uit een voor of achterwaartse beweging inzakken in een parallel stand.

Nu komen we in een situatie waarin het initiatief niet duidelijk bij de tegenstander ligt, we zitten in de opbouwfase of we hebben zelf de aanval, ook al is het lichtjes. Ik ga het vooral hebben over onze forehand kant, omdat dit de gevoeligste en meest interessante kant is in mijn mening.

Nu komen we bij de volgende situatie uit slagen die uit de backhand/aroundthehead kant van de tegenstander komen, zonder dat deze een zware aanval kan zijn. Helaas, hier gaat het vaak mis in mijn mening. Ik ga van een aantal principes uit:

  • 1. Onze forehand hoek achterin is vaak ons zwakste punt.
  • 2. De clear of lift rechtdoor is de gevaarlijkste manier om hierin onder druk gezet te worden.
  • 3. Als we hierbij niet ingrijpen komen we altijd tijd en ruimte tekort om iets nuttigs te kunnen doen. We kunnen vaak enkel volgen als we een goede techniek hebben.
  • 4. Het liefst komen we in de lijn van de shuttle, dat wil zeggen dat we snel in de vluchtbaan van de shuttle komen zodat we deze op de best mogelijke plaats kunnen raken, dus niet naast ons.

Hier kunnen we nog wel een en ander aan toevoegen, maar het is zo al lastig genoeg. Naast elkaar staan is dus snel links en rechts, maar we willen vooral onze rechterkant goed beschermen, en het liefst ook iets ruimte laten cross om eventueel over te kunnen nemen, maar hierover gaat het volgende artikel.

Gaan we nu met rechts of links voorstaan? Het gemiddelde Nederlandse antwoord is te vaak met rechts voorstaan, natuurlijk niet bij iedereen. Ik heb hier op verschillende locaties met spelers over gesproken, met verschillende nationaliteiten, en vooral met vele Nederlanders ontdek ik de gewoonte om op de forehand kant, vrijwel altijd met rechts voor te staan, vooral ook de dames, als we gelukkig zijn staan de heren parallel Ik noem dit altijd: meisjesbadminton, dat wil zeggen, we staan met rechts voor dan is het het makkelijkste om het oudere Hartono voetenwerk naar de Around the head kant uit te voeren en dus de shuttle niet met de backhand te hoeven nemen. We kunnen namelijk gelijk met rechts afzetten. Leuk, maar ik hoop dat een redelijke speler op 15 jarige leeftijd zich toch goed genoeg kan bewegen om dit niet te hoeven doen. Mocht je tegenstander dit wel doen (rechts voorstaan), dan gewoon snel rechtdoor in zijn forehand spelen, of desnoods een crossstick/snelle drop, en je hebt 9 op de 10 keer het initiatief in handen, dat wil zeggen je kunt iemand gaan wegzetten in zijn forehandhoek en vervolgens cross openen. En je kunt zonder afgestraft te worden een crossdrop slaan.

Ik snap dit niet en heb echt geprobeerd antwoorden hierop te vinden, spelers vragen waarom ze dit doen. Vaak wordt er gezegd: je bent zo sneller bij het net, tsja, dat ligt eraan welke kant van het net, op de backhand heb je een probleem als het snel komt, en in het achterveld op je forehand heb je een gat en daar wordt je ook niet blij van. Gelukkig wordt er in Nederland niet zo heel sterk geanticipeerd op bepaalde dingen, dus kun je je met veel fysiek nog wel redden uit die hoek, maar goed badminton wil ik het toch liever niet noemen.

Wat je keuze ook is, de punten van je voeten zullen niet recht naar het net staan, en hier zijn een aantal dingen over te zeggen: als je met rechts voor staat heb je dus problemen op rechtdoor hoog en cross laag, cross hoog is in principe een slag die niet voor teveel problemen moet zorgen en eigenlijk een slag die ik graag zou uitlokken en die loop ik nu dus eigenlijk af te dekken, tactisch niet zo heel slim. Cross laag is hetzelfde verhaal, maar daar kan ik eigenlijk niet naar toe. Rechtdoor hoog is gevaarlijk voor mij (zeker om daar nog schaarvoetenwerk te maken (beste en optie met meeste dreiging) wordt erg lastig, en zelfs de 'China jump' (hiermee bedoel ik een tweevoetige sprong waarbij je ook weer met twee voeten land, vaak vooraf gegaan door een chassé) is niet makkelijk en vereist een 90 graden draai om er snel te zijn. Die draai is makkelijker van links naar rechts dan van voor naar achter (biomechanische wetten), dus je gaat eerst bij de lijn van de shuttle wegbewegen om er vervolgens weer naar toe te gaan. Dat kost meer tijd en geeft minder opties.

Regel 2

Regel 2: Met rechts voorstaan zou ik enkel doen als ik vrijwel zeker weet dat ik veel tijd heb om naar achter te komen: Ik ken daarbij eigenlijk maar twee situaties.

  • Na een goede netspin/netslag waarbij mijn tegenstander zeer laat bij het net komt en laag zit.
  • Na een snelle (vlakkere) inspeelbal op de backhandkant, waarbij je weet dat de lange slag enkel zeer negatief gespeeld gaat worden. Vaak doe je dit vanaf mid- of frontcourt.

Vrijwel iedere andere situatie zul je bij een lange slag in je forehand of een crossslag naar beneden in je backhand in de problemen komen. Dat wil zeggen: veel minder tijd en opties hebben dan nodig is.

Een voorbeeld: ik heb een goede netslag geslagen of een goede korte slag en mijn tegenstander komt laag bij de shuttle in het voorveld. Als ik met rechts voorsta kan ik snel bij het net zijn door middel van een sprong om af te maken, of met gewoon voetenwerk. Bovendien is het waarschijnlijker dat de tegenstander in een slechte situatie de shuttle cross lift (dit heeft met de supinatie van de onderarm te maken en de uitzondering is wanneer de tegenstander vanuit een crosspositie op de shuttle komt en laat is, en dus anders gedraaid staat en dan is crossliften bijna onmogelijk, in dat geval zou ik alweer met rechts achter gaan staan). Dit is met de hand mee slaan en dat is wat je doet als je in een moeilijke situatie zit. Het is namelijk de minst risicovolle optie en aangezien we het niet over de wereldtop hebben doet bijna iedereen het in dit geval.

In iedere andere situatie heeft het veel meer voordelen om met rechtsachter te staan, ik bespreek de meest voorkomende mogelijkheden.

1. Slagen die rechtdoor naar beneden of kort komen kun je uitstekend mee omgaan op de volgende manier:

  • mocht de tegenstander uit het achterveld een recoverysmash slaan (een halve smash uit een wat mindere positie om te voorkomen dat hij een korte slag terugkrijgt aangezien deze smash of snelle drop vaak uit een onbalans situatie wordt geslagen (naar achter springen en hangen) waarbij het doel is om het net uit te sluiten en te voorkomen dat je onder druk komt, je hersteld dus de balans in de rally) dan kun je met rechts achter staan en toch de zijlijn afgedekt houden en cross wegspelen als het moet, als je met rechts voorstaat is dit een kurkentrekker beweging in je bovenlichaam en dat is niet zo heel makkelijk.
  • Slaat de tegenstander een pullslag of een wat snellere drop, of een neutrale netslag (geplaatst richting de service lijn, om te voorkomen dat het net open ligt voor spinslagen). Dan kun je met een afzet van de binnenkant van je rechtervoet in 1 stap bij deze shuttle zijn en vervolgens druk leggen.
  • Stel dat je tegenstander met rechts is uitgestapt op een snelle drop of smash, dan is deze met zijn rechterheup nog naar je toegedraaid en waarschijnlijk niet klaar om een snelle korte of lange vlakke crossslag af te dekken en met 1 stap (plus het uitstrekken van je schouders, alsof een flinke rottweiler aan je arm trekt) kun je de shuttle vaak hoog aannemen na enige training en het initiatief nemen. Mocht de tegenstander wel het gevaar voor deze cross aanval inzien en zich haasten om de cross slag af te dekken, dan heb je rechtdoor weer open liggen om daar snel in te spelen. Het initiatief zal vaak voor jou zijn.
  • Maakt de tegenstander de fout om een langzame slag naar het net te slaan, dan ga je eventueel eerst links in de baan van de shuttle zetten en dan rechts uitstappen en je hebt het net in handen en ik hoef niet te vertellen hoe belangrijk dat tegenwoordig is.

2. Een andere mogelijkheid zijn de slagen in je forehand achter, waarbij we in de problemen kwamen met rechts voor. Nu hebben we enkele opties als je met rechts achter staat. Opties die er altijd zijn, maar veel makkelijker en sneller uit te voeren als je met rechts achter staat.

  • In noodsituaties: pull voetenwerk, dus vaak met links achterlangs stappen en met je rechter voet uitstappen en je punt richting de hoek plaatsen, absoluut te voorkomen in deze situatie en met enige training zal dit vrijwel nooit gebeuren, tenzij de perfecte lift/clear komt.
  • Step out voetenwerk, je stapt met rechts uit, maar plaats je voet op de grond na de slag en je punt zal vaak naar de zijlijn wijzen, opnieuw, absoluut te voorkomen, dit is initiatief loos opbouw voetenwerk. Zeker niet nodig in deze situatie. Maar je kunt houdt een aantal opties open, kunt recovery footwork gebruiken, al is dat hier meer balansherstellend.
  • China jump, tweebenig inspringen op de slag. Deze sprong, vaak vooraf gegaan door chassé voetenwerk (niet de voeten sluiten..maar hou ze wijdt, je bent sneller op korte afstanden en op lange afstanden wil je geen chassé gebruiken, het wordt te langzaam) gebruik je wanneer de shuttle ver aan je rechterzijde is, dus dicht bij de zijlijn. De sprong is dus altijd diagonaal, nooit recht naar achter! Ideaal gezien speel je geen cross-slagen nu, je springt immers naar achter, kunt dus vrijwel nooit je slag op tijd opvolgen en je wilt je situatie van controle houden en met rechts achter kunnen blijven staan. Je kunt dus alle rechtdoor slagen slaan. Je landt, en maakt gelijk een kleine balans herstellende tweebenige sprong voorwaarts (naar Lin Dan kijken is hier een mooi voorbeeld van). Dit geeft de mogelijkheid om indien je snel naar beneden hebt gespeeld hier een pre loading muscle jump van te maken of hyperflexie jump of splitstep, hoe iemand het maar wil noemen (weer een artikel waard). En je kunt zoals hierboven beschreven bij netslagen met een snelle lange stap makkelijk bij de volgende shuttle komen in het voorveld. Enkel als de tegenstander erg veel ruimte heeft laten liggen cross, of uit balans is en we kunnen de shuttle op 3/4 veld nemen kun je een crossslag overwegen. Liefst niet fullpower maar steiler geslagen. Deze sprong kon ook met rechtsvoor, maar om hem uit te voeren kost het meer tijd omdat je een eerste een 90 graden draai zult moeten maken. Nu sta je al bijna in de juiste positie dus is het veel makkelijker toch snel bij de shuttle te komen en opties open te houden.
  • Zijwaartse China jump, de slag van je tegenstander is werkelijk te kort/laag, en je kunt er zijwaarts inspringen en initiatief overnemen met een (stick)smash cross of rechtdoor.
  • Is de lift nog lager, dus erg vlak, kun je nog steeds zijwaarts uitstappen en voorkomen dat je in een pull situatie komt en vanaf half veld de situatie controleren, de shuttle neerleggen zonder dat je uit positie gespeeld wordt.
  • Mocht de shuttle wat meer in de baan komen of je bent zelf wat verder rechts blijven staan (positioneel voetenwerk, volgende artikel), dan kun je op twee manieren een wisselopsprong maken, wat je de beste opties geeft om een fullpower slag te slaan, de slag op te volgen, en dus ook de beste optie optie om initiatief te winnen. Beide manieren zijn erop gericht in de lijn van de shuttle te komen, je beweegt zowel gelijk zijwaarts als naar achteren, dus je maakt een soort bocht, geen hoek. Manier 1 is om met een chassé stap waarbij links naar de positie van rechts komt en recht recht naar achter beweegt (dus niet diagonaal) en daarvandaan maak je een schaarbeweging in je voetenwerk. Ideaal gezien maak je enkel een volle wisselopsprong (links volledig achter, rechts volledig voor je, parallel aan de zijlijn zeg maar) als je 100% smasht, en dus snel wilt opvolgen naar het net. Mocht je dit al op 90% doen dan is iets meer dan een halve wisselopsprong al genoeg. Dat wil zeggen dat als je neerkomt na een recht slag, je linkervoet meer naar achter staat , maar ook meer naar links dan je rechtervoet. Zodat je als het ware een soort tunnel tussen je benen hebt, waardoor je snel in balans bent. Vervolgens maar je een sprongetje naar voren (vrijwel gelijk) waarbij je je voetenpositie weer omdraait, om weer met rechts achter te staan en je dus alle opties afdekt. Het neerkomen bij dit omdraaien is als het ware de volgende splitstep, dus de timing is belangrijk. Manier 2 is met links voor rechts langs te stappen en vervolgens rechts naar achter te brengen en aan te vallen.

3. Je krijgt een korte crossslag op je backhand:

  • Deze is niet zo moeilijk, je staat met rechts achter, dus je zet fors met rechts af en draait je gelijk je racket en schouder de hoek in, maar diagonaal, zodat de vlucht van de shuttle wordt afgesneden. Hierbij is het belangrijk zoals eerder beschreven bij de verdediging dat er geen hoek gemaakt wordt met de schouders en ellebogen, maar dat je rechts vlak voor je langs beweegt en uitstrekt de hoek in. Hierbij is het vervolgens makkelijk om extensieslagen (eerder artikel op deze site) te gebruiken en makkelijk rechtdoor aan te vallen, de tegenstander heeft immer cross gespeeld.
  • Mocht het een perfecte snelle drop zijn of zelfs een halve smash, met hetzelfde voetenwerk en racketbeweging kun je jezelf altijd vrijspelen. Het grote knelpunt is echter dat veel spelers gaan inladen op de ouderwetse manier en vaak de shuttle naast of achter zich gaan raken. Als dat gebeurd, dan heb je een groter probleem. Hierbij moet gezegd worden dat je op hoog niveau moet zijn voordat iemand onder een behoorlijke druk zo'n crossslag kan spelen, in dat geval zul je iets meer weer naar neutraal staan. Zoals gezegd, hoe meer je denkt te kunnen aanvallen hoe meer je met rechts achter staat. Dus vooral als je zelf naar beneden hebt geslagen.

Wanneer de tegenstander goed wordt aangepakt op deze drie hoeken die met enige training zelfs op zeer hoog tempo goed zijn af te dekken en waarbij het initiatief makkelijk te nemen is bij een niet perfecte slag van hem of haar, dan krijg je dus het gevolg dat je veel 'unforced errors' bij de tegenstander uitlokt, ze moeten namelijk wel erg veel kwaliteit in de slagen leggen. Dan is de makkelijkste optie de crosslift, daar staan de voeten immers niet geheel goed voor. Dat is echter juist een slag die ik graag zou krijgen: een lift in mijn around the head... vaak onze sterkste hoek (hierover meer in een volgend artikel, maar in het verleden heeft geloof ik ook Ron hier al een en ander over geschreven).

4. Blijft optie over: de crosslift deze kan

  • A: te vlak zijn, in dat geval spring je zijwaarts en onderschep je, en vaak zal de rally afgelopen zijn, immers rechtdoor ligt open.
  • B: te hoog zijn en diep, in dat geval heb je tijd genoeg om erachter te komen en het spel op jouw 'sterke' kant te hebben met de mogelijkheid te gaan testen of je tegenstander net zo goed is in zijn forehandhoek en mocht je het volgende artikel getraind hebben dan is dit wederom een fijne situatie.
  • C: perfecte hoogte maar te kort zijn, hier is goed onder te komen en je kunt zeer gevaarlijk aanvallen. Trekt de tegenstander niet op tijd mee en rechtdoor kan hij enkel met de forehand rechtdoor verdedigen, dus je kunt doorlopen naar het net en afmaken. Mocht hij ontzettend haasten om rechtdoor dicht te gooien dan is een cross sticksmash of smash genoeg om het punt te maken en wederom krijg je 99 op de 100 keer een rechte verdediging, dus je weet zeker waar de shuttle komt. Voetenwerk is hier vaak een vorm van gewoon achteruit lopen en licht afbuigen: dus links naar rechts bewegen en dan met rechts naar achter stappen en dan ben je vaak al in de situatie een wisselopsprong te maken.
  • D: de crosslift/clear is goed, vlak boven mijn racket en snel op de achterlijn, dan nog heb je rechtdoor ruimte en je kunt de situatie redelijk eenvoudig redden met een pullslag of een clear rechtdoor (wordt deze te hard aangepakt dan ligt er vaak cross ruimte, maar dit is een analyse die een speler snel moet maken in een wedstrijd). En je begint weer te wachten op een verkeerde crosslift...en er vervolgens gebruik van te maken. In principe gebruik je hier een lage wisselopsprong naar achter, waardoor je gebruik kunt maken van rapid deceleration en weer in positie komt.
  • E: Around the head lukt niet, jammer, dan draaien we om en gebruiken we de backhand pull of drive of clear om weer te gaan neutraliseren en bouwen en wachten op de volgende mogelijkheid, over beter gezegd deze provoceren.

Ideaal gezien ga je er positioneel badminton bij toevoegen na een tijdje, maar als je de oefeningen goed opbouwt en aanpast aan de spelers, zul je het vaak vanzelf zien gebeuren, zelfs zonder dat ze erbij nadenken. Als je er vervolgens echt op gaat trainen, gaat het werken. Je kunt namelijk alle hoeken in een opbouwfase van een rally goed afdekken en bij een niet precieze slag van je tegenstander het initiatief nemen. Daarom zie je ook op hoog niveau dat er ontzettend veel wordt opgebouwd centraal of ver van de lijnen om de hoeken dicht te houden, tot je echt een kans krijgt en kunt versnellen. Welke hoek je ook inspeelt, als het niet perfect is, heb je een probleem.

Hoe kunnen trainers dit om zetten in training? Heel simpel: een echte trainerscursus volgen waar je leert eigen oefeningen te ontwikkelen die aansluiten bij een probleem. Natuurlijk kun je vanuit bekende oefeningen beginnen, maar vervolgens begin je te spelen met variabelen om meer en meer uit de oefening te krijgen, of juist dingen simpeler te maken en je zult met vele verschillende dingen bezig gaan die allemaal samen moeten komen in je totaalvisie op de speler. Om dit goed te kunnen uitvoeren en dus een moderne badmintonner te worden met toekomst, dien je tegelijkertijd aan de techniek te werken (extensieslagen, fingerpower), voetenwerk (recovery, inzakken, indraaien, in de lijn van de shuttle komen, voetenpositie), herkennen van de situaties en automatisch je positie hierop gaan aanpassen, positioneel badminton invoegen en dingen uitlokken, tactisch begrijpen wat het gevolg is van je eigen slagen en dus anticiperen op hetgeen er gaat gebeuren.

Een ieder die graag suggesties wil kan me echter zonder problemen schrijven. In het volgende artikel gaan we het uitvoeriger hebben over hoe om te gaan met crossslagen, hoe deze te provoceren (hierboven al een eerste inzet over gegeven), en behandelen we ook de shuttles aan de forehandzijde van de tegenstander. Hier mix je ook links en rechts voorstaan af, maar op een iets andere manier.

Uitzonderingen zijn er altijd, bijvoorbeeld als je bijzonder getalenteerd bent in het lezen van situaties, techniek en bewegen: dan ga je staan zoals je 90% zeker bent van de komende situatie, dat is echter niet veel spelers gegeven.

door

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

Over de auteur: Henri Vervoort

Henri is actief als trainer en coach in Italië. Hij is tegelijkertijd bekend en berucht om zijn longform artikelen over badminton.

vorig artikel

Eenmaal brons en eenmaal zilver!

4 jaar geleden

volgend artikel

VELO eindigt als eerste in regulier seizoen Carlton Eredivisie

4 jaar geleden

Wat vind jij? Er zijn al 14 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Over de auteur: Henri Vervoort

Henri is actief als trainer en coach in Italië. Hij is tegelijkertijd bekend en berucht om zijn longform artikelen over badminton.

TEST

Meer nieuws