Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 

Ken je deze spelers al?

Patronen in het voetenwerk

Badminton is logisch nadenken en spelers die niet nadenken worden dus ook nooit goed. Het proces om te leren nadenken duurt jammer genoeg vrij lang als je het niet met de paplepel ingegoten hebt gekregen.

LET OP: De verantwoordelijkheid voor de inhoud en publicatie van dit artikel ligt bij de oorspronkelijke auteur.

Je ziet dat het nadenken een verlammende werking heeft op spelers die dit niet gewend zijn en er op wat latere leeftijd mee moeten beginnen. En helaas moet ik zeggen dat ik met latere leeftijd bedoel als ze ouder dan 14-15 jaar zijn, want daarna zijn vaste gewoonte al zo ingeslepen dat je ze er maar met heel veel moeite weer uit kan krijgen.

Op dit moment maak ik veel gebruik van patronenherkenning als ik een-op-een training doe. Spelers moeten zien uit te zoeken wat voor een systeem ik speel in het aangeven. Spelers die hier al wat langer zitten hebben het al aardig in de gaten, maar nieuwe spelers hebben er veel moeite mee. Zo ook een Deense U17 elite speelster die ik op dit moment training geef. Een opening op de achterlijn door het midden gevolgd door een aanvallende clear op haar ARH en daarna een cross drop op haar FH die zeer snel wordt gespeeld. Binnen drie slagen van mijn kant ligt de shuttle op de grond, maar dan 7x achter elkaar precies hetzelfde patroon zonder dat de speelster het door had.

Dus uitleggen wat er gebeurt en opnieuw beginnen om vervolgens hele kleine aanpassingen te maken in het patroon. Een extra clear op haar ARH of direct een drop op haar FH kant. Keer op keer leidde het tot eenvoudige punten zonder dat het me als aangever ook maar enige moeite kost. Rally's werden binnen twee tot drie slagen bepaald zonder dat de speler ook maar in staat is om er wat tegen te doen als je er niet bewust mee bezig bent om dit te voorkomen.

Het herkennen van patronen is iets wat heel erg tegen wordt gewerkt met het opgeven van oefenstof zoals: hoge service, long line drop, netdrop, cross lob enz. enz. Spelers voeren opdrachten uit die op zich al geestdodend zijn, dus hoe kan je verwachten dat je hierbij nadenkende spelers gaat krijgen?

Opdrachten waarmee ik werk zien er bij voorbeeld zo uit: je zoekt een punt op de baan uit waar je wil scoren. We nemen weer even voor het gemak de FH drop. Alle slagen daarvoor staan in dienst van deze opdracht of zelf opgelegde tactiek. Deze slagen zijn rustig en niet messcherp gespeeld. De eindslag wil je binnen vier tot vijf slagen behaald hebben en zal dan ook vaak de langste weg van lopen met zich meebrengen of een korte weg met een hoge mate van verrassing (schijn). De laatste twee slagen gaan altijd gepaard met een tempoverhoging.

Het voordeel van een oefening zoals deze is dat het aantal fouten duidelijk omlaag gaat de focus om zeer scherp te spelen is verplaatst naar nog maar een plaats op de baan. Als je een rally verloop meet dan zie je voor het geven van een opdracht zoals deze zeer korte rally's van 2 a 3 slagen, vaak als gevolg van een fout. Het verloop van de rally's tijdens deze opdracht is tussen de 3 en 5 slagen wat in het dames enkel al een vrij lange rally is. De fouten op alle andere plaatsen dan de plaats van score zijn nu bijna weg, en een bij product is dat de plaats van score vaak niet eens gebruikt hoeft te worden omdat de score al plaats vindt in de opbouw.

Een andere opdracht is te starten met een opening door het midden en zonodig door te gaan met naar het midden te spelen en de tegenstander te laten openen met een halve cross. Ook hier heb ik de statistieken op losgelaten en het blijkt dat de persoon die als eerste een halve cross speelt 65% meer kans heeft om een fout te maken dan de persoon die door het midden blijft spelen. Er zijn drie plaatsen waar ik de focus op richt bij het door het midden spelen. Op de achterlijn hoog is de meest passieve, want daar heeft de tegenstander net als in de service de mogelijkheid in alle hoeken te spelen. Je zult dus wat dieper zitten en je basis wat meer naar voor gericht hebben. De volgende in rij van passief naar actief is de korte drop. De kans op een netdrop en daarmee een beginnende aanval van de tegenstander is vrij groot en daarmee je eigen kans op een goede afsluiting iets minder. Als je met de drop door het midden net tussen de FH en de BH in gaat zitten is ook nu de kans op een kwalitatieve return kleiner. Het kiezen voor een van de twee zijkanten van het midden heeft weer het voordeel dat je weet dat de shuttle voor 90% zeker met de hand mee wordt gespeeld. Wil je na een opbouw door het midden het liefst gelijk in de aanval dan kies je voor een lange drop door het midden. Deze komt bijna altijd weer als lob terug en vaak niet hoog zodat je er onderscheppend in kan springen. Ook hier kan je gebruik maken van het met de hand mee spelen van de tegenstander en je afzetbeen al in de juiste positie brengen. Voor alle slagen door het midden geldt dat de kans op een fout van de tegenstander vrij groot is. Bij betere spelers zie je dan ook vaak dat ze voor een zeer voorzichtige return kiezen die zeer ruim binnen de zijlijnen ligt.

Met het spelen van patronen is het ook vaak een voordeel als de tegenstander door heeft dat je een patroon speelt. Dan kan je tegen je eigen patroon in gaan spelen. De speler die volgens deze gegevens speelt heeft altijd al het denkinitiatief van een tactisch plan en daarmee is deze speler bepalend voor het spel.

Het oefenen met patronen herkennen is voor zowel de trainer als speler zeer nuttig. Je kunt als trainer opdrachten geven die uit gevoerd moeten worden terwijl je de tegenstander kan ondervragen over wat er gebeurt op de baan. Voor spelers wordt het kijken naar de tegenstander op eens iets heel bruikbaars. Je zou zeggen dat spelers en trainers dit al doen, maar niets in minder waar. Ik durf te bezweren dat 95% van de spelers geen plan heeft. Helemaal niet met voorspelbaar badminton bezig zijn en helemaal niet kijken wat een tegenstander doet of welke gewoonten deze heeft.

Ook voor dit artikeltje geldt weer dat er natuurlijk veel meer oefeningen zijn die ik met dit principe uit laat voeren. Dit zijn gewoon de simpelste en geschikt voor clubtraining. Voetenwerk wordt zoveel meer eenvoudig als je weet wat je wil en als je kan voorspellen waar de volgende shuttle gaat komen. Op de training hier hou ik statistieken bij over waar spelers punten mee maken of juist in de fout gaan. De scorepunten in een wedstrijd zijn veruit in de minderheid. Hierbij moet je denken aan tussen de 30 en 40% (en dat is hoog) van de punten die je zelf maakt en de rest zijn fouten die je tegenstander maakt. Als je dus je tegenstander kan dwingen meer fouten te maken dan hoef je zelf minder te doen. Weten waar de shuttle terug komt geeft je het voordeel van het voorbereiden op het juiste voetenwerk waardoor je eigen fouten worden beperkt. Volgende keer meer over 'winnen op fouten'.

door

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

vorig artikel

Dag vier EK Individueel Kazan

3 jaar geleden

volgend artikel

Twee keer goud in Israel

3 jaar geleden

Wat vind jij? Er zijn al 4 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

TEST

Meer nieuws