Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 

Denemarken glijdt af door centralisatie en Olympische Spelen

Het voorbeeldland voor onze sport zou heel Europa wel eens mee kunnen nemen in een vrije val van talent en ledenverlies.

LET OP: De verantwoordelijkheid voor de inhoud en publicatie van dit artikel ligt bij de oorspronkelijke auteur.

Dat was de conclusie van een overleg dat ik op Oro had met Peter Mork. Dit is een oud nationale selectie speler, trainer en hij is werkzaam bij Li Ning. Peter is in regelmatig overleg bij de Deense bond over de achteruitgang van nieuw en opkomend talent in Denemarken. Samen overleggen we regelmatig over de ontwikkelingen in Europa. We hebben op veel punten dezelfde houding als het gaat over talentontwikkeling, het stoppen van jeugdafdelingen bij veel verenigingen en de leden leegloop in het algemeen.

Oro speelt in dit overleg een belangrijke rol. We hebben hier de mogelijkheid veel dingen uit te proberen en nieuwe producten voor zowel de sport als de organisatie te ontwikkelen. Wat vooral opvalt is dat de gevestigde organisaties achterblijven met het buiten de box denken en dat de nieuwe ontwikkelingen komen van bedrijven, gemeenten en bijvoorbeeld de Universiteit van Roskilde. Net als in Nederland stuiten we ook hier op tegenwerking van de belangrijkste organisatie namelijk de bond: trainersopleidingen lopen terug in kwaliteit en/of worden overgenomen door privéorganisaties of de DGI (de andere bond in Denemarken).

Peter is net als ik een tegenstander van centralisatie van talent en daar hebben we een aantal redenen voor. De rol die talent heeft in de vereniging als prima motor en voorbeeld voor andere jeugd word van deze rol weg gehaald. Ook in Denemarken zijn vlaggenschepen, verengingen die als een magneet werken op talent uit de wijde omgeving (de invulling in Nederland van dit begrip is trouwens niet hetzelfde als in Denemarken).

Zo hebben verenigingen als Greve en Solrod veruit de beste jeugd spelers uit het groot Kopenhagen gebied en zijn ze toonaangevend. Dit gaat ten koste van de opleiding van de eigen jeugd in deze verenigingen. Ook dichterbij zien we hetzelfde gebeuren bij een club als Holbaek die jarenlang de jeugd uit de wijde omgeving heeft weg getrokken uit de kleinere verenigingen. Deze randverenigingen bloeiden langzaam dood en veel jeugdafdelingen zijn inmiddels gestopt. Talentspelers en daarmee zeer actieve ouders trokken weg en de clubs vervielen in een slaaptoestand. De basis om goede trainers aan te trekken en de nieuwe aanwinst van jeugdspelers die voorbeelden hadden in de club viel weg. Veel verenigingen hielden het nog een paar jaar vol, maar uiteindelijk viel het doek voor vele afdelingen.

In Nederland ze je hetzelfde gebeuren. Een vereniging als VELO of Duinwijck is maar zeer matig in staat om zelf talent te ontwikkelen en moet het vooral hebben van het weghalen van talent elders in het land (en bij het opdrogen daarvan nu ook in het buitenland). Dit lokale gedrag wordt ook nog eens voortgezet op hoger niveau, door badmintonacademies en de bond. Door het aanbod van de laatste twee is er bijna geen tijd meer over om in de vereniging actief te zijn. Neem daarbij ook nog eens het verschijnsel dat de meeste nationale selectie spelers steeds vaker in het buitenland gaan spelen en je heb een totaal rampenplan in werking.

Het is voor talent goed om met andere talentspelers samen te trainen, maar het is net zo belangrijk dat deze zelfdetalent spelers in een omgeving zijn waar ALLE aandacht naar hen toe gaat en waar een trainer zich maar om enkele spelers hoeft te bekommeren. Talentspelers hebben in hun ontwikkeling behoefte aan zwakke partners waarmee ze volop kunnen experimenteren met hun spel en waar lang niet iedere training gericht moet worden op inzet, technische en fysieke prestaties. De rol die deze talentspelers hebben in een lokale club is van levensbelang voor de doorstroom en nieuwe aanwinst van jeugdspelers. Talent creëert talent.

Oro heeft geen aantrekkingskracht op jeugdspelers uit de omgeving omdat het op een eiland is. Maar wat we wel zien is dat spelers graag naar Oro toekomen voor speciale training, omdat er hier een aantal zeer goede jeugdtrainers is. Afgelopen vrijdag kwamen 10 spelers van 3 verschillende clubs naar Oro om vrijdagavond en zaterdagmorgen 8 uur training te krijgen waarna ze weer terug gaan naar hun eigen club om het over een maand weer eens te komen doen.

Wat Oro badmintonclub doet, is hun trainers ter beschikking stellen aan de omliggende verenigingen om gasttrainingen te komen verzorgen en om de lokale trainers op te leiden. De gemeente speelt hierbij een belangrijke rol omdat deze het lokaal aanbieden van goede sportbegeleiding zien als een onderdeel van de ontwikkeling van de buitengebieden die daardoor niet zo snel leeg lopen van activiteiten.

In elke vereniging waar we op deze manier werken, zien we dan ook een toename van het aantal jeugdleden. En omdat we de ouders erbij betrekken zien we ook dat het krijgen van vrijwilligers steeds makkelijker gaat. We zijn hierin heel ver gegaan en hebben zelfs een wekelijkse gezamenlijk eetavond ingevoerd wat we nu ook gaan aanbieden aan de omliggende verenigingen. Het feit alleen dat ouders elke week een uur gezamenlijk aan tafel zitten in de hal en daar met hun badmintonspelende kinderen zijn zorgt ervoor dat er een speciale band ontstaat waarin de drempel om iets voor de club te doen heel laag wordt.

We hebben kunnen zien dat drie talentspelers van Oro - die naar Holbaek waren overgestapt - terug zijn gekomen. Ze spelen nog steeds 1 of 2 keer per week in Holbaek voor het contact met de sterkere spelers, maar ze zijn ook op de training van Oro. Het heeft zelfs een omgekeerd effect want de jeugdspelers van Holbaek komen nu ook naar de speciale trainingen van Oro. Zo hebben de eilandspelers nu de kans om met meer goede spelers in contact te komen zonder dat ze daarvoor naar een andere vereniging hoeven te reizen.

Centralisatie is een kortzichtige manier om resultaat te krijgen. Het is erop gericht om te voldoen aan ranglijsten en Olympische kwalificatie en het komt de sport en talentontwikkeling niet te goede. We zien steeds meer belangstelling voor de aanpak waar we hier mee aan de slag zijn en het zal niet lang duren voor het na de DGI ook wordt opgepikt door de Deense bond. Grote verenigingen worden er op gewezen dat ze belang hebben met het mee helpen ontwikkelen van omliggende kleine clubs en zelf een bijdrage te leveren met het beschikbaar stellen van goede trainers of om trainers op te leiden binnen de vereniging.

door

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

Wat vind jij? Er zijn al 13 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

TEST

Meer nieuws