Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 

Ken je deze spelers al?

© Pixabay

De ontwikkelingpuzzel van jeugdbadmintonners - Deel III

© Pixabay+

Het derde deel van mijn serie had ik eigenlijk iets eerder voor publicatie gepland. Helaas lukte het mij niet om het praktische gedeelte van een training goed op papier te krijgen.

Ik wilde bijvoorbeeld het lopen van het voorveld naar achteren omschrijven en alle aandachtspunten erbij die in mijn hoofd zitten, maar na enkele passen zat ik al een vol A4'tje. Dat ging dus niet lukken zo. Het hele bewegen op de baan is een complex iets en gewoon niet kort te beschrijven. Wederom dus een meer algemeen stukje over voetenwerk en ik hoop nu op wat 'meedenkers'.

Verwarring

Ik kreeg onlangs een filmpje van iemand die zich afvroeg of de training die ze zag bij haar kind niet verwarrend was voor het kind, omdat ik het lopen op de baan graag anders zag. De ene trainer zegt dit, de andere trainer weer dat. Het was een schaduwbadminton-training op de baan. Leuk voor de conditie, maar het kan inderdaad verwarrend zijn als jonge kinderen dit klakkeloos accepteren.

Een van mijn doelen is het kind zelf goed te laten nadenken, maar dat wist je al. Ik heb dus maar het even het stukje van Ron doorgestuurd over dit specifieke onderwerp.

Ik blijf dus constant bezig met het herhalen van wat in mijn ogen voor het betreffende kind goed is; in de hoop dat ze zelf gaan inzien en voelen wat goed is om de verwarring te vookomen.

Ik analyseer regelmatig filmpjes van de door mij getrainde kinderen en daarin vallen enkele dingen op die bij veel jonge kinderen (U11 en U-13 ) voorkomen.

  • Ze staan na de service nooit stil of lopen alvast achteruit, bang om overspeeld te worden - vooral meisjes huppelen heel veel
  • Ze lopen in hoeken en buigen zelden af
  • Ze hebben geen aandacht voor hun (aangepaste) basis/centrum
  • Racketvoering is vaak fout en niet gericht op de slag die ze kunnen verwachten
  • Voetenwerk is een totale chaos - ze staan vaak met een bepaalde voet voor hetgeen ze in grote problemen kan brengen.

Vertragen om tijd te winnen

Ik ben redelijk veel bezig met het nadenken over het juiste voetenwerk voor kinderen en de bijbehorende slagen, zeker aan het net. Uiteraard laat ik ze soms ook trainen op posities hoog op de het net, zolang dit maar vanuit een initiatief situatie gebeurt. Het is echter niet zo goed om een kind van kleiner dan 1.50 meter constant te laten trainen om hoog op het net te zitten. Wanneer ze een reverse dropshot slaan vanuit hun ATH-kant (arount the head), moet je eens kijken hoe lang de diagonaal is die ze vervolgens moeten afleggen.

Heel veel kinderen doen dat vanuit een servicesituatie omdat ze niet krachtig genoeg zijn om een goede clear te slaan en vaak zijn het dus verkeerde tactische keuzes die ze (moeten) maken. Wanneer je dus richting voorveld moet rennen, is het dus een utopie om te denken dat ze de shuttle nog hoog kunnen pakken aan het net. Zeker wanneer een tegenstander net zo goed of iets beter is. Ik ben dus aan het proberen om de kinderen midcourt en in het voorveld juist een beetje meer tijd te laten winnen, door de shuttle juist lager te pakken. Dit in combinatie met het zogenaamde 'afbuigend lopen' en uitstrekken van arm en goed uitstappen. Als de shuttle laag wordt gepakt, is de shuttle dus langer onderweg en heb je meer tijd om je positie t.o.v. het centrum van de baan beter te kunnen controleren. Eigenlijk doen heren het constant in de opbouw en zie je bij de dames nog steeds een te nerveus spelletje.

Het centrum

Ik wil de jongere kinderen zoveel mogelijk vanuit het centrum van de baan laten opereren. Daarbij moeten zij zich heel bewust worden van de zogenaamde 'zoekvoet' zoals ik het maar noem in de opbouwende fase van hun spel. De voeten moeten constant uit elkaar staan zodat te allen tijde een richtinggevende splitstep kan worden gemaakt. Voeten bij elkaar is onbalans en je kunt nooit goed starten.

Aan de rechterkant van de baan is de linkervoet de zoekvoet (rechtshandige speler). Wanneer je dus met rechts uitstapt, moet de linkervoet tijdens het spelen van de shuttle al weer op zoek zijn naar het centrum van de baan. Dat gaat het beste als je de shuttle dus iets lager pakt en iets verder over het net speelt richting servicelijn. Deze tijd gebruik je om terug te kunnen stappen. Voordeel: jonge kinderen komen niet al te dicht bij het net en je creëert een situatie dat ze niet direct overspeeld worden en eenvoudiger naar achteren kunnen starten.

Aan de linkerkant is de rechtervoet de zoekvoet of de rechtervoet als links voetenwerk wordt gebruikt. Deze vorm van spelen vergt meer focus op core stability, stretch en rekken en de juiste techniek van retourneren. Vandaar het filmpje in het vorige deel van de Japanse Oie. Door haar bescheiden lengte moet zij zich een iets andere speelstijl aanmeten en doet ze uiterst knap.

Let wel: met het centrum bedoel ik dus niet de basis waar sommige trainers zeggen dat je naar toe moet, ergens bij de T. Mijn centrum is afhankelijk van welke slag je hebt geslagen of welke slag je kunt gaan ontvangen en hoe je hier al 'afbuigend lopend' het eenvoudigst kunt komen. Gezien vanuit de middenlijn kan en zal het dus opschuiven naar links of rechts of iets naar achteren of naar voren.

Standaard in deze training is bijvoorbeeld ook dat shuttles zoveel mogelijk tegen de hand in worden gespeeld richting de zijlijnen, dit om nog meer tijd te kunnen winnen. In iedere geval trainen we er op dat crossballen altijd rechtdoor worden gespeeld. Ook dat maakt deel uit van de tactische opvoeding.

Splitstep

Cruciaal gegeven is de richtinggevende splitstep. Hier train ik vaak op, vanuit allerlei situaties. Je ziet kinderen vaak met een bepaalde voet voor staan, maar ik probeer ze aan te leren een zoveel mogelijk neutrale positie in te nemen. Dat maakt het starten richting een bepaalde hoek veel eenvoudiger.

In het heetst van de strijd vergeten ze het vaak te doen tijdens wedstrijden, maar de kunst is volhouden, iedere training weer. Neerzetten en trainen en coachen daarop tijdens de wedstrijden. Simpele oefening is vanuit de servicesituatie. Hoge service, neutrale brede voetstand en een shuttle aangooien naar een voorhoek. Dit kan even duren alvorens ze ook daadwerkelijk blijven stilstaan, maar nogmaals, gewoon constant blijven herhalen.

Nog een ander belangrijk punt is het strekken van de racketarm. Hier ligt bij mij ook een grote focus op. Alle oefeningen die ik kinderen zie doen op allerlei filmpjes op internet, zijn voornamelijk gericht op snelheid en explosiviteit. Daarbij zie je heel veel hoeken en rotaties in armen, benen en de pols. Zo snel mogelijk lopen en zo snel mogelijk de shuttle weg slaan. Ik wil echter rust, ritme in de bewegingen en de versnelling moet op het juiste moment gebruikt worden. Er moet een flow in het spel zitten.

Ideale aanvullende training hiervoor is het trainen van schijnslagen aan het net. Schijn betekent variëren met het ritme van je slag die wilt gaan spelen. Het ritme dat ik aanleer is 1, 2, 3. Vooral de 1 is daarbij heel belangrijk en in deze fase rustig. De 1 dient om het racket naar voren in positie te brengen door de arm te strekken en het racket op gezichtshoogte richting voorveld te brengen. Vervolgens volgen tel 2 en 3 die sneller kunnen / moeten / mogen zijn en waarin je de variaties, hoog, snel, cross, spin kunt gaan bepalen. Je kunt hiermee niet snel genoeg beginnen. Kinderen van 8 doen het zonder na te denken. Hun ritme kan nog bepaald worden, bij een 13 jarige wordt dat al wat lastiger. Het is tevens een stukje krachttraining voor fingerpower, arm en schouders. De eerste keer zullen ze het niet eens één rijtje kunnen volhouden: daarom moet dit ook iedere training gebeuren. Vaak varieer ik dus. Doe enkele rijtjes met een bepaalde beweging en daarna direct in een én-shuttle oefening het gaan uitproberen. Tijdens wedstrijden moet ze het ook gewoon doen (als ze een voorsprong hebben).

Geduld

Een van mijn pupillen kreeg een vel papier met een grote G erop. De G van GEDULD. Ze moet beseffen dat alles wat nu doen in het teken staat van het grote opbouwen: tactisch, technisch, conditioneel en mentaal. Het is heel moeilijk want kinderen willen graag prijsjes winnen. Ze willen hun poule winnen en ze willen van dat andere kind winnen. Dat levert frustraties en soms verdriet op. Één stap vooruit en dan soms weer twee stappen achteruit. Kinderen reageren steeds anders, het concentratie- en prestatieniveau fluctueert constant. Dat betekent heel veel praten en ze voorbereiden op de lange weg die voor hen ligt. En dat maakt het juist zo interessant; als uiteindelijk de stukjes op hun plek gaan vallen en het ontwikkelpuzzeltje er gaat uitzien als het complete plaatje voorop de doos.

Tot de volgende...

door

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

Over de auteur: René Sehr

Wij kennen Rene Sehr als badmintongek, als een gepassioneerde trainer en iemand die energie krijgt van jeugdtraining.

vorig artikel

Mixed team and mixed feelings for Iris Tabeling

6 maanden geleden

volgend artikel

Er op of er onder voor Almere tegen DKC

6 maanden geleden

Wat vind jij? Er zijn al 11 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Over de auteur: René Sehr

Wij kennen Rene Sehr als badmintongek, als een gepassioneerde trainer en iemand die energie krijgt van jeugdtraining.

TEST

Meer nieuws