Ikzelf vind techniek van bewegen en slaan enorm belangrijk, want enkel dan heb je de beste tactiche mogelijkheden. Bovendien zal dit bijdragen tot economisch en sneller bewegen, meer precisie en meer verdekkings/schijnmogelijkheden, dit alles zal tijd en ruimte voor de speler winnen en het energieverbruik omlaag brengen. Het gaat om ontzettend veel details, en helaas ook: herhalen, maar dat kan op vele manieren gedaan worden, om het leuk te houden. Leren is altijd leuk, en zelfs topspelers vinden het prettig het gevoel te hebben zich te ontwikkelen, maar dan gaan we het psychologisch-mentale gedeelte op en daar wil het vandaag niet over hebben. Ik heb een hele duidelijke mening over wat Europese spelers zullen moeten doen om de echte top te halen, en daar zitten heel veel details bij, het inspelen op wat er gaat gebeuren. Natuurlijk kun je een goede badmintonner worden door met een voormalig-topspeler te gaan doen wat deze zelf deed, en links en rechts heeft bijgeleerd, en hetzelfde geldt voor een coach die net heeft aangeleerd wat ze 10 jaar terug in China wilden delen, of in Denemarken. Heel simpel gezegd: ik weet zeker dat niemand over enkele jaren wereldtop kan zijn, met hetgeen men 10-15 jaar terug deed. Natuurlijk zijn er dingen nog steeds toepasbaar, maar het spel ontwikkeld zich.
Vandaag daarom enkele nieuwere begrippen: extensieslagen en het beruchte woord 'fingerpower'. Om met het laatste te beginnen, eerlijk is eerlijk ik gebruik het woord zelf ook, omdat mijn spelers dan weten wat ik bedoel en het makkelijker het idee overdraagt. Het is echter een onjuiste term. In de zin dat de 'fingers' geen power kunnen hebben, er zijn namelijk geen spieren. De spieren om de vingers te kunnen strekken e.d. zitten in de onderam en deze zijn via pezen aan de vingers verbonden. Daarom krijg je ook RSI in je onderam van typen en niet in je vingers. Liever dan fingerpower zou ik hetgeen daadwerkelijk gebeurt een extreem korte, explosieve onderarmrotatie noemen, dit heel korte samentrekken heeft een snelle beweging in je vingers tot gevolg, knijpen soms. Dit resulteert weer in een heel korte, plotselinge versnelling van je racketblad, waardoor de impact plaats vind met veel snelheid, hierdoor zal de shuttle ondanks een heel korte beweging snel vertrekken. Het gebrek aan echte kracht zal ervoor zorgen dat deze niet 15 meter vliegt. Daarmee is deze beweging uitstekend geschikt voor slagen in het voorveld. Deze soms op wegtrekken lijkende bewegingen, hebben als voordeel dat door de tijdwinst veel schijn in de slagen gestopt kan worden, en de beslissing over de plaats waar te spelen, tot op het laatst zou kunnen worden uitgesteld.
Deze slagtechniek kan vervolgens ook in 'hold' schijnslagen worden toegepast, dus het even vasthouden van de slag en vervolgens via het gebruik van verschillende vingers (niet alle vingers geven even veel power, en tussen de FH en de BH worden andere vingers gebruikt, maar dat is weer in ander verhaal, indicatief: op de FH is het meer de middelvinger, ringvinger en pink die de power geeft (en dan voornamelijk de middelste kootjes, maar dit hangt ook af van de grip die gebruikt wordt, en de wijsvinger/duim helpen met controle en richting). Op de BH is het iets meer een kwestie van pink, ietwat ringvinger en duim die de kracht geven, en de andere vingers voor de controle van de beweging. Met de controle van de beweging wordt ook bedoeld het kunnen afstoppen van de beweging waardoor de 'zweepslag' ontstaat. Op de backhand heb ik daarom zelf een voorkeur van een wat verlegde wijsvinger, dus, niet te dicht tegen de middelvinger, om nog sneller het racket te kunnen remmen en controleren. Bovendien zal het gevoel toenemen.
Toepassingen van fingerpower en Lin Dans extensie
Er zijn verschillende toepassingen van fingerpower in slagen in het voorveld, maar er zitten ook nadelen aan enkele varianten. In mijn optiek, en in hetgeen je vaak op topniveau ziet, zullen slagen waar mogelijk moeten bijdragen aan het makkelijker, sneller bewegen (waarin Lin Dan natuurlijk het voorbeeld bij uitstek is). Dat dit niet bij alle varianten van fingerpower het geval, een voorbeeld hiervan is iets waar ik met een speler over sprak, die in Denemarken enkele keren aan fingerpower had gewerkt (de techniek is daar geintroduceerd door de Chinese trainer Lian halverwege jaren negentig). De chinezen zoals het vaak gaat, hebben deze techniek verder ontwikkeld, maar in DK zijn ze nog niet overal zover, en natuurlijk zijn er trainers die het een modehype vonden, wat het woord zelf ook is.
Het probleem van de 'Lian-manier' is dat deze erg uitgaat van het racketblad onder de hand, en vaak horizontaal, en uit deze positie door gebruik van de vingers wordt er vervolgens geslagen. Wanneer je dit hoog bij het net doet, is er weinig mis mee, je arm komt iets omhoog als je hoger wilt liften en als je het vlak wilt houden duw je je schouder juist meer naar voren tijdens de slag. Wanneer je dit echter doet bij slagen naast je en lager, bijvoorbeeld op je backhand voor, dan zal je hand op natuurlijke wijze naar binnen en omlaag komen na de impact, zeker bij crosslifts, waardoor je hand en racket dus laag komen. Hierdoor verlaag je je balans verder, maar NA de slag. Bovendien komt je slagschouder tevens lager, en hierdoor leg je meer gewicht op je uitstapbeen, en zal het dus meer tijd en energie kosten om weer omhoog te komen. En dit is nu juist wat erg belangrijk is, in het moderne spel. En dit is precies de reden dat ik problemen heb met deze variant van de techniek. Bovendien, zit er minder schijn in op deze manier.
De oplossing hiervoor is extensiebewegingen maken, welke perfect samengaan met fingerpower principes. Lin Dan gebruikt de fingerpower techniek, maar hij heeft bij bewegingen richting de zijkant gebruikt gemaakt van de extensie om het probleem met energie en balans op te lossen. In plaats van naar de plaats van de impact te gaan en vervolgens te 'knijpen', beweegt hij nog in die richting met zijn arm en lichaam, en blijft dit ook doen na de impact. De impact is slechts een klein onderdeel van de langere beweging van de extensie. Vooral op de BH kant is deze slag eenvoudig:
- Op het moment dat je zijwaarts (en naar voren op drops, maar we zullen straks zien dat LD dit ook in de verdeding puur zijwaarts doet) beweegt op je BH zijde, zul je je schouder moeten draaien om zo veel mogelijk reach te krijgen. Nu kun je je gelijk zo lang mogelijk maken richting de hoek, achter de shuttle komen en dan slaan, maar beter is het om je slechts deels uit te strekken richting die hoek, het loopt namelijk makkelijker als je snel moet zijn (sprinters lopen niet met gestrekte armen). De grip die je gebruikt is een backhandgrip, waarbij de wijsvinger redelijk wat ruimte heeft richting de middelvinger en de hand ontspannen is. Belangrijk om de pols niet naar beneden gebogen te hebben, maar recht. De positie van het racket is onder het vermoedelijke punt waar je de shuttle wilt raken.
- Op het moment dat je halverwege de uitstappas bent en dus dichter bij de shuttle begint te komen, blijf je je schouder richting de shuttle bewegen, deels doordat je romp draait. Nu begin je je bovenarm iets omhoog te brengen (en dus de hele arm) en de elleboog meer uit te strekken en als je op 80-90% van deze elleboogextensie bent, dan versnel je het uitstrekken en gebruik je 'fingerpower', je knijpt in je grip die hiervoor onstpannen was, impact, en vervolgens maak je het uitstrekken af, maar dit gebeurt bijna automatisch, tevens door de terugslag van het racketblad.
- De rechterschouder zal hierdoor hoger komen te liggen en normaal gesproken zal je romp hierdoor ook minder hoeven inzakken, allerlei factoren die meespelen om gewicht van je uitstapbeen af te halen, waardoor deze met minder energie, en sneller kan terugkomen. Gebruik makende van een recoverystep indien mogelijk.
Het a-typische aan deze beweging is dat je arm niet doorgaat in de richting waarin je slaat, maar in een andere. Enkele opmerkingen: indien de shuttle cross aankomt, is het een goed idee om je racketblad met een hoek van 90 graden op de shuttle te hebben, dus niet weggebogen naar de zijlijn (dan zal de shuttle namelijk uitgaan, hoek van inval en hoek van uitval noemen ze dat in de natuurkunde), indien we de beweging gewoon uitvoeren zal de shuttle rechtdoor gaan, indien we iets eerder beginnen met het knijpen, dan zal het racketblad verder naar voren zijn, en dus de shuttle meer aan de zijkant van de kurk nemen en cross verplaatsen. Komt de shuttle rechtdoor dan zal het racketblad iets meer gebogen zijn naar de zijlijn, maar niet teveel. Hoe verder je de shuttle voor je raakt, hoe verder het blad naar voren zal wijzen, maar hou er rekening mee dat extensie slagen vooral effectief zijn als je deels zijwaarts beweegt, komt de shuttle meer recht op je af, dan werkt ook gewone fingerpower erg goed.
Het is natuurlijk ook goed mogelijk om niet te hard te knijpen maar slechts lichtjes en je krijgt een cleane, neutrale netslag. En zelfs spinslagen zijn mogelijk, maar dat is niet het onderwerp hier.
Voorbeelden
Tijdens het bespreken van enkele voorbeelden van Lin Dan, zullen we verschillende elementen van de drie artikelen die ik over LD heb geschreven terug zien komen. We zullen dit met 1 enkele wedstrijd doen, om te laten zien dat alles terug komt. Maar ook voorbeelden van de bovenhandse pull en grip van Lin Dan zijn goed te zien. Natuurlijk ook de extensieslagen en enkele algemene opmerkingen over techniek.
Deze wedstrijd onderscheid zich doordat Lin Dan duidelijk enkele dingen aan het experimenteren is, waaronder zijn racket (de oplettende fan zal doorhebben dat het niet zijn gebruikelijke racket en grip is. Ik heb zo het idee dat het racket van Cai Yun geleend is, maar wie het weet mag het zeggen). Mocht u de gelegenheid hebben de wedstrijd te downloaden, doe het, want het vertragen helpt soms om duidelijker bepaalde dingen te zien. Zo niet, hieronder de YouTube-link.
- Op 3-1 in de eerste set van 4 Kings Exhibition Game tussen Lin Dan en Lee Chong Wei zien we op 1:44 een snelle drop van LCW rechtdoor, hierbij draait LD zijn schouder en in strekt zich uit, tijdens deze uitstrek beweging, zorgt een extreem korte rotatie voor het aanspannen van de grip en het naar voren sturen van het racketblad en dus de shuttle aan de zijkant rakende, zal de shuttle cross gaan, bovendien vervolgd in dit geval het racket de zijwaartse beweging, waarmee veel schijn gecreëerd wordt. De hand komt na de slag omhoog om zijn balans te helpen. Tijdens de lift slagen zal de bovenarm iets verder omhoog getrokken worden, maar de techniek is hetzelfde.
- De return op 6-4 is een voorbeeld van een voorwaartse extensie en cross slag.
- 14-14 eerste set (12:18), een mooi voorbeeld van een getrokken return door LD, hij volgt dit met een BH en vervolgens de extensie cross, waarmee de arm omhoog komt, doorgaat in de richting van de beweging, van beneden naar boven als het ware, de balans komt hiermee omhoog en er is tijd gewonnen door de schijn die de slag oplevert. De recovery step draagt vervolgens ook bij tot het winnen van tijd en energie in een situatie waarbij LD zeker niet helemaal fijn bij de shuttle kwam, het lukt hem hierdoor in een situatie te komen waarbij hij wederom neutraal zit. Deze slag gebruikt LD vaak, zowel recht als cross en van verschillende hoogtes. Soms komt hij ook op de FH kant voor, maar zijn backhandmonogrip helpt niet bij om deze slag aan die kant uit te voeren. Dit is echter wel mogelijk. Zijn beroemde terugtrek schijnbeweging tegen Kenneth Jonassen op de All England 2006 is hiervan een voorbeeld.
Voor de gemiddelde speler is de BH variant vrij gemakkelijk aan te leren. De FH variant is iets lastiger omdat er minder factoren zijn die je kunt gebruiken, op de BH is er namelijk de schouder/romp rotatie die meedraagt tot het makkelijker langer kunnen maken. Maar ook op de FH kant lukt het vaak redelijk.

- Exhibition game tweede set, 22:32 (5-6), de eerste slag rally is een pullslag, voet eerst op de grond, doortrekken met de schouder, na deze pullslag komt hij vrijwel recht op de shuttle, toch trekt hij zijn schouder tijdens de crosslift niet door, maar enkel licht omhoog en vrijwel rechtdoor, het naar voren bewegen van het racketblad zorgt voor de richting. Dit helpt mee om de balans te verhogen en dus makkelijker te bewegen, wat wederom energie besparing en tijdwinst oplevert, inclusief recoverystep, na deze crosslift wordt een ander soort voetenwerk gebruikt dan we gewend zijn. Hij staat relatief vrij ver naar voren, omdat hij weet dat LCW geen smashes of gevaarlijke hoeken kan slaan, dus wil hij het net in handen blijven houden. Dit loopt ietwat verkeerd in de zin dat hij er nu echter een clear volgt, het naar achter stappen met twee stappen waarbij zijn rechterbeen (voor de rechtshandigen onder ons, het linkerbeen) als eerste naar achter beweegt, wat tegen veel "klassieke" bewegingen ingaat. Terwijl zijn lichaam bijna in een soort spiraal terecht komt, het rechterbeen staat naar achter, maar tegelijkertijd begint de linkerschouder in te draaien om wel te kunnen slaan. Vervolgens stapt hij uit met links, slaat (logischerwijs cross, omdat hij daartoe in staat is dankzij het indraaien van de schouders, de grip en zijn capaciteiten, LCW staat terecht een rechte clear op te wachten, wat voor 99% van de spelers de makkelijkste oplossing zou zijn, LD weet dit, dus kiest de andere optie) twee slagen later volgen twee korte crossslagen aan het net (22:30). Tijdens de tweede cross wordt LD op het verkeerde been gezet en komt dus ietwat laat op zijn backhand kant en vooral, hij moet veel zijwaarts richting de shuttle bewegen. Hier gebruikt hij dus een extensie beweging, waarbij de schouder licht omhoog komt en de shuttle geslagen wordt met fingerpower. Het is vooral het aanspannen van de grip op het moment van slaan en het licht omhoog trekken van de hele arm terwijl we deze uitstrekken. Omdat hij hier vrij diep kwam om bij de shuttle te komen, helpt dit omhoog trekken van de arm, samen met de recovery step om snel af te remmen,energie te hergebruiken en zijn evenwichtspunt in een zuinigere positie te krijgen (want een deel van de energie besparing komt door dit kortere gebruik van spieren in een hoge belasting).
- Kort hierop zien we LD een rechte smash met zijn backhand cross, vlak wegverdedigen, ook hier wordt een soort van teugtrek beweging gemaakt na de impact, maar doordat hij het blad iets naar voren heeft gekregen terwijl hij zich uitstrekte, krijgt hij de richting cross. Het uitkijken van de rally is de moeite waard. Het (eventueel vertraagt) terugzien levert namelijk een berg informatie op, tactisch, technisch, voetenwerk, en zien we dus dat als de heren echt diep in de problemen komen (na de crossverdediging van LD, op 22:35) dat er bijna op power gehold wordt over het veld. Je hoeft geen helderziende te zijn om te begrijpen dat alle rallies zo spelen, ontzettend veel energie meer zal kosten dan gecontroleerd blijven en recoveryfootwork gebruiken. Mooi voorbeeld hiervan is wanneer Lin Dan, met zijn neus eerst richting een dropshot beweegt (22:44). Na deze rally volgt dus natuurlijk gelijk een flinke pause, zoals gebruikelijk bij topspelers, zij kennen hun hersteltijden, en doen er in hun spel alles aan om energie te houden. Veel gemiddelde spelers, laten zich soms opjagen, en meenemen door emoties, en vooral: het ontbreekt hen aan voldoende inzicht in hun capaciteiten en dus als gevolg een gebrekkig aanpassingsvermogen op deze situatie. Hierdoor zijn er teveel unforced errors doordat hoofd en lichaam onvoldoende klaar zijn voor de volgende rally.
- Ook de crossverdeding op 6-6 (24:10) is een voorbeeld van het langmaken en vervolgens snel het racketblad naar voren bewegen. Hij kan de snelheid van de shuttle gebruiken en het is een perfectvoorbeeld van sturen van de verdeding. Niets naar achter bewegen, enkel zijwaarts en vervolgens uit de vingers/onderarm de shuttle sturen en de snelheid van de aanval gebruiken.
- Voor de liefhebbers op 8-7 van deze set trouwens een mooi voorbeeld van de bovenhandse pullslag van Lin Dan (25:04). De rally begint al met een extensie beweging waarvan een netslag wordt gemaakt, het voordeel van deze slagen is dat je pas op het laatst hoeft te beslissen wat je doet, dus het geeft je heel veel tijd om te letten op waar de ruimtes liggen en waar de tegenstander staat en heenbeweegt (het is belangrijker te weten in welke richting deze beweegt dan waar hij/zij staat). Na de lift zien we Lin Dan voor de shuttle met het grootste deel van het lichaam, en al naar voren beginnen te bewegen. Ik kwam hem toevallig tegen, en er zijn zeker betere voorbeelden. Zijn volgende slag is dus een duidelijk geval van het doortrekken van de hele arm tijdens een crossslag, met het verschil dat Lin Dan dat hier doet als schijn, de shuttle gaat namelijk rechtdoor, dit zijn vormen van getrokken schijnslagen. Over schijnslagen gesproken, als je de rally uitkijkt kom je er nog één tegen.
- Ook Lee Chong Wei gebruikt soms dezelfde bewegingen. Bijvoorbeeld op 10-17 (45:30) in de derde set, is zijn return een mooi voorbeeld van extensie en 'fingerpower' om heel kort en snel het racketblad iets verder naar voren te krijgen, waardoor deze de zijkant van de kurk raakt en cross vertrekt. De extensie is in dit geval ook voorwaarts, doordat er vrij weinig zijwaarts wordt bewogen. Iets verderop op 16-19 (48:35) wederom een geval van een bovenhandse pull.
Oefeningen
Hoe extensie slagen te trainen met zowel kinderen als betere spelers? Heel simpel, alles mooi in progressie zetten, van simpel naar complex, van stilstaand naar in beweging, van simpel aangooien met de hand, naar rallyfeeding enzovoorts. Dus je begint met een halve stap en enkel de techniek, en deze moet in rechtdoor kort, rechtdoor lang, en cross lang bijna niet te onderscheiden zijn.
Een suggestie die ik altijd graag doe is echter om zo snel mogelijk ook het tactische element erin te zetten. Om er geen hele lange lijst van oefeningen van te maken, ga ik ervan uit dat de meeste trainers en spelers in staat zijn de simpele oefeningen met aangooien te bedenken. Een tactisch element om toe te voegen is:
- Een simpele aangeef oefening als we inmiddels alle drie slagen kunnen uitvoeren (ook crosskort is mogelijk, maar dat is een ander verhaal) met een halve stap. Maar op het moment dat de speler gaat slaan zet de aangever een stap naar voren of blijft staan. Als deze een stap naar voren zet, wordt er gelift, als deze stil blijft staan volgt een korte slag. Dit kan ook met racketpositie worden gedaan op hoger niveau.
- Hetzelfde, maar nu het normale voetenwerk erin zetten, met verschillende aanlooprichtingen (dit zijn weer enkele verschillende oefeningen). Inclusief recoverystep als de speler dit kan.
- Vervolgens wordt dit gedaan met het feeden met een racket uit verschillende posities op het veld, nu wordt het ook makkelijker het inzakken te timen op de shuttle.
- In simpele 1 op 3 oefeningen kan hetzelfde gedaan worden en de 'werker' gaat positioneel voetenwerk toepassen, dat wil zeggen hij komt extreem naar voren of blijft erg hangen in een hoek, de truc is om vervolgens dus niet te spelen waar de speler staat of naar toe beweegt.
- Hetzelfde begin, maar als de werker ondanks de keuzes van de technisch werkende speler hoog bij het net kan komen, of erg goed onder een shuttle mag deze weggespeeld worden en speelt men de rally uit. Altijd even een korte feedback over hetgeen gebeurde.
Nu komen me al vele andere ideeën op, en een en ander steeds meer in een wedstrijdsituatie te krijgen, maar het maken van oefeningen en progressies is vast en zeker bekend bij trainers en spelers.
Voor vragen en opmerkingen houd ik me aanbevolen, ik hoop altijd dat het delen van kennis op zijn minst stimulerend is voor spelers en trainers. Het is de enige manier om op een hoger niveau te komen in mijn mening. Momenteel ben ik begonnen, naar aanleiding van de NOC*NSF beslissing om eens op een rijtje te zetten wat ik zou willen als ik in de schoenen van een ambitieuze speler zou staan, samen met de kennis die ik heb als trainer. Het zou op zijn minst interessant zijn om met elkaar (spelers en trainers) in discussie te gaan over mogelijk oplossingen om onze ambitieuze spelers naar het echte topniveau te helpen.
Als de meeste Papendalspelers namelijk diep in hun hart kijken, dan weten ze zelf vrij goed dat er dingen moesten veranderen om echt de aansluiting te vinden bij de wereldtop, en dan bedoel ik niet de ranking, maar het simpelweg op een niveau komen waarmee je incidenteel superseries kwart en halve finales haalt. Want als ik alles opzij zou zetten voor een sport, zou ik niet met minder genoegen willen nemen. De Olympische Spelen zijn een melkkoe voor subsidies en een prachtige persoonlijke ervaring, maar geenzins een sportief doel, een willekeurige superserie heeft een hoger gemiddeld niveau. Het winnen is wel een topprestatie, maar als je als doel stelt om de Super Series te kunnen winnen, dan is een goede OS en dus sponsoren en subsidies, automatisch haalbaar. Maar hierover later meer in een ander artikel.
Henri Vervoort
Reacties 17
Even nagekeken of het klopte want het leek me nog al veel en heb er de namen bij gezet. Het is een indrukwekkende lijst Deense spelers met inderdaad maar 1 Nederlandse naam. De lijst is nog langer als je hier ook de WK's bij zet en ook hier geen Nederlanders. Het is dus geheel terecht dat Daniels Denemarken als voorbeeld neemt.
Heren Dames
1. Tage Madsen Marie Ussing
2. Jesper Bie Kirsten Thorndahl
3. Jorn Skaarup Tonny Ahm
4. Poul Holm Aase Svendsen
5. Erland Kops Aase Schiott Jacobsen
6. Finn Kobbero Agnete Friis
7. Henning Borch Ulla Strand
8. Knud Aage Nielsen Lene Koppen
9. Sven Pie Kirsten Larsen
10. Flemming Delfs Anni Berglund
11. Morten Frost Carmilla Martin
12. Peter Gade Tine Rasmussen
13. Ib Frederiksen Anni H Hansen
14. Poul Erik Hoyer Inge Brigit Hansen
15. Peter Rasmussen Karin Jorgensen
16. Preben Dabelsteen Helene Kirkegaard
17. Borge Frederiksen Rikke Olsen
18. Ole Jensen Tonny Holst Christensen
19. Jorgen Hammergaard Hansen Aase Winther
20. Erik Nielse Birgit Rostgaard Frohne
21. Poul Erik Nielsen Kirsten Granlund
22. Per walsoe Pernille Molgaard Hansen
23. Tom Bach Nettie Nielsen
24. Steen Skovgaard Grete Mogensen
25. Mark Christiansen Catrinne Bengtsson
26. Michael Kjeldsen Pernille Dupont
27. Jan Paulsen Marlene Thomsen
28. Henrik Svarrer Karmilla Rytter Juhl
29. Jon Holst Christensen
30. Thomas Lund
31. Michael Sogaard
32. Lars Paaske
33. Jonas Rasmussen
34. Jens Eriksen
35. Martin Lundgaard Hansen
36. Mathias Boe
37. Carsten Mogensen
38. Avre Lossmann
39. Thomas Laybourn
Fingerpower! Mijn vrouw zweert er bij!
Geweldig Henri, ik sta er steeds versteld van hoeveel kennis jij in huis hebt en dit ook deelt! En dan niet alleen op het gebied van badminton, maar ook alle verband houdende raakvlakken... Juist dit soort raakvlakken doen je meer nadenken over onze eigen sport en iedere trainer moet ook openstaan voor deze info.
Rene
Nog even de statistieken van Wereld top prestaties Denemarken
–Nederland. Ik heb de All England genomen omdat de Wereld Kampioenschappen nog niet zo lang bestaan en de All England als werd gezien als de Wereld kampioenschappen.
Heren enkel:
Denemarken 20x goud, 15x zilver Holland 0
Dames Enkel:
Denemarken 12x goud, 13x zilver Holland 1x zilver
Heren dubbel:
Denemarken 19x goud, 18x zilver Holland 0
Dames dubbel:
Denemarken 11x goud, 8x zilver Holland 1x goud
Mix dubbel:
Denemarken 21x goud, 28x zilver Holland 0
Totaal:
Denemarken 83x goud, 82x zilver Holland 1x goud, 1x zilver
Hoe bedoel je dat nu Julio dat Denemarken het ook niet
kan???
*Kleine opmerking de zilver en goud voor Holland was in de
Dames dubbel met een Deense partner en de speler die het zilver en goud voor Holland won woonde en speelde in Denemarken Imre Rietveld.
Dat is uiteraard je goed recht Ron en ik weet inderdaad van alles niet. En mijn Deens is matig. Ik vind die 20% die je noemt realistisch, ik krijg wel eens de indruk dat er mensen zijn die denken dat de trainer invloedrijker is dan dat. Maar er is geen enkele speler in Nederland die met 20% verbetering echt bij wereldtop zou horen, we komen dus momenteel wat talenten te kort.
Alvast een fijne jaarwisseling, en veel wijsheid gewenst in 2013. En maak je geen zorgen, ik heb geen trainersambities.
Prachtig antwoord Henri, dank je wel. Ik twijfel geen seconde aan je bezieling en je kunde, mooi om te zien. Ik zou graag zien wat je met een paar van onze betere spelers zou kunnen bewerkstelligen.
Ik redeneer inderdaad vanuit het recreatievere oogpunt, maar ook vanuit de realiteit. Natuurlijk dragen trainers allen hun steentje bij aan de ontwikkeling van spelers. Ik denk alleen dat het relatieve succes van Denen en nog meer dat van de Chinezen hem veel eerder schuilt in de aanwezigheid van een bulk aan spelers dan aan de trainingskwaliteiten. Om dezelfde reden produceren wij een enorme stroom aan goede schaatsers en zijn onze schaatstrainers internationaal erg gewild. Als badminton onze volkssport zou zijn, en iedereen op enig moment een racket oppakt, komen er automatisch meer talenten naar voren die nu verborgen blijven. En met een hoger algemeen niveau zal ook het niveau van de trainers omhoog gaan, puur omdat er daar ook meer van gaan komen.
Qua lichaamsbouw en maatschappij staan we vrijwel gelijk met de Denen, en toch produceren wij geen badmintonners en zij geen schaatsers. Ik denk dat dat veel met cultuur te maken heeft, en wat minder met trainers. Maar dat is slechts een mening, en daar ben ik vanaf te brengen, zeker wanneer iemand zulk overtuigend weerwerk biedt als jij.
Ik hoop dat je een mooie rol in de badmintonwereld kunt gaan vervullen, succes daarmee.
Wowwww, wat een bezieling, inzicht en communicatievermogen. Deze man moeten we hebben voor de nationale selectie. Bravo Henri.
Zo, hier spreekt overtuigingskracht uit. Geloof in datgene wat je denkt en datgene ook uitvoeren.
Bedankt voor de reacties, ik hoop dat het nuttig kan zijn voor degenen die het lezen.
Rene: ja, ik ben het met je eens, het is makkelijker dit persoonlijk uit te leggen en voor te doen, helaas zijn er afstanden en heb ik geen internet thuis :) Ik hoop je snel ergens te zien.
Beste Julio,
ik heb
vanochtend je reactie gelezen. Bedankt hiervoor! Helaas voor jou is vervolgens
de site even uit de lucht gegaan, wat mij de tijd heeft gegeven een ietwat lang
antwoord te schrijven.
Waarom zo lang? omdat ik het belangrijk vind om op jouw visie (waarover je zeer
waarschijnlijk hebt nagedacht op basis van de informatie die je tot beschikking
hebt, en tijd in hebt gestoken) een respectvol antwoord te geven, waarin ook ik
tijd steek.
Allereerst heb
ik er even over nagedacht en ik begrijp wat je zegt, maar helaas ben ik het niet
met je eens. Wat het wat mij betreft
enkel leuker maakt, dan kunnen we wellicht allebei wat opsteken of in ieder
geval helpt het om beter onze eigen ideeen te begrijpen. Het probleem is dat om
het goed uit te leggen, er vele pagina’s over zouden moeten worden geschreven,
dus dit is de korte versie J. Want waar jou argument een beetje
bij in de buurt komt is het definieren hoe je een wereldtopper wordt en ook om
dit van jongs af aan te herkennen (je argument over natuurtalenten), vaak wordt
degene die wint gekozen en regelmatig is dit niet de speler met het meeste
potentieel, maar enkel de fysiek sterkste.
Mijn visie
is dat een trainer ontzettend veel informatie moet hebben om alles zo goed
mogelijk op de invididuele ontwikkeling te kunnen richten, en de kwaliteit moet
hebben om dingen tot in het detail te kunnen begrijpen, uitleggen, onderwijzen,
training op af te stemmen en constant feedback kunnen geven hierover aan
spelers. Het detail is ontzettend belangrijk en alles kan altijd beter. Hou er rekening mee dat
het niveau dat Lin Dan nu heeft, waarschijnlijk net goed genoeg is om over 10
jaar in de top-50 te staan. Badminton is
verre van uitontwikkeld, zowel op wetenschappelijk vlak, als technisch vlak.
Het is ontzettend belangrijk dat bepaalde dingen geanalyseerd worden en kunnen
worden onderwezen, MITS ze in jouw visie van de ontwikkeling van die speler
past. Alles zou gericht moeten zijn op het maximale rendiment voor de speler.
Op een
aantal punten kan
ik overigens wel enigszins met je meegaan. Natuurlijk heeft de één meer aanleg
dan een ander voor bewegen, de ander heeft meer mentaal talent, weer een ander
is fysiek sterker, en weer een ander is tactisch geniaal. Dat klopt.. Ik zal
uitleggen waarom. Het grappige is dat je helaas voor jou twee voorbeelden
aanhaald, die ik erg, erg goed ken, waarmee ik dus nog zekerder in mijn ideeen:
Lin Dan en Roger Federer. Eerlijk is eerlijk, Tiger Woods heb ik nooit gezien
behalve op tv. En Michael Schumacher evenmin, al denk ik dat de laatste sport
wat minder vergelijkbaar is met een sport als badminton.
Maar goed,
laten we beginnen met de natuurtalenten. Ja deze kunnen ook zonder goede
trainer goed worden. Absoluut, daar kan
ik het dus deels mee eens zijn, wat echter zeker niet klopt is het feit dat ze
tegenwoordig ook maar in de buurt zouden komen van hun potentiele niveau zonder
goede begeleiding, of omgedraaid: niet beter zouden zijn geworden met een
betere begeleiding. Er is juist ontzettend veel aandacht gegaan in details,
toekomstvisie e.d., ik weet heel zeker (een goede bekende van mij is één van de
beste vrienden van Li Yongbo) dat Lin Dan, en vele chinezen, heel veel op
techniek en details heeft getraind, het belangrijkste verschil is dat dit heel
intensief in de eerste jaren wordt gedaan. Je zult dus 8-jarige kinderen hebben
die een betere techniek hebben dan vele europese, nationale subtoppers.
Natuurlijk ontbreekt de kracht, natuurlijk houden bij ons 90% van de kinderen
er dan mee op omdat ze het saai vinden op die manier, dus kom je op de Deense
methode uit.
Echter ook
op latere leeftijd heeft Lin Dan veel gedaan samen met verschillende trainers
(waarvan 1 indonesier) om zijn spel te ontwikkelen (en niet enkel fysiek). Twee
italiaanse spelers (Stefano Infantino en Agnese Allegrini) hebben een jaar lang
in het chinese nationale centrum getraind in 2002-2003. Lin Dan heeft veel
geexperimenteerd, geanalyseerd, veranderd, gespeeld met grips, bewegingen
enzovoorts samen met zijn coaches maar ook alleen (dit kan hij juist omdat hij
al een vrachtwagen vol kennis en informatie heeft over badminton op jonge
leeftijd en bovendien de mentale kwaliteit heeft om dingen te proberen) en er
wordt IEDERE avond twee uur lang enkel techniek gedaan, op lage intensiteit met
heel veel aandacht voor de kwaliteit en regelmaat en hierbij wordt zeker ook
flink geexperimenteerd. En JA, ik weet erg zeker dat waar de vingers liggen,
heel duidelijk wordt aangegeven in China en niet alleen daar. Natuurlijk
is er nog geen bijbel over hoe je het beste kunt slaan, of bewegen, of andere
dingen en het klopt dat het persoonsafhankelijk is, en juist daarom heb je als
trainer ontzettend veel kennis en analystisch vermogen nodig (naast andere
zaken) om die spelers optimaal te kunnen begeleiden.
Want ik ben
het deels met je eens dat sommige spelers teveel gemaakt zijn, dat klopt. Dit
komt vaak omdat de coaches te gefixeerd zijn op bepaalde dingen, of vervelender,
juist te weinig kennis hebben. Ze doen met iedereen hetzelfde. Alles hangt af
van wat je aantreft. Bepaalde technieken heeft geen zin om met mensen van 2.10 meter te doen, maar
wel met iemand van 1.70
meter. Er zijn heel veel verschillende manieren om te
slaan en te bewegen, alles is persoonlijk, maar een coach moet ontzettend goed
weten wat alle gevolgen zijn van t een of t ander, en alles in detail kunnen
uitleggen en corrigeren. Persoonlijk heb ik sterke voorkeuren voor t één over
het ander, maar daar heb ik erg goede argumenten voor die passen in mijn visie
op badminton.
Natuurlijk
zijn bepaalde dingen lastiger bij de één aan te leren dan de ander. Hierbij
moet de coach met de speler praten, discussieren, proberen en dan beslissen.
Een zelfde discussie kun je hebben over schijnslagen, het is waar dat het
makkelijker komt aanwaaien bij de een dan de ander op een bepaalde leeftijd,
het heeft ook met karakter te maken. Maar ik heb geen enkele moeite om bepaalde
schijnslagen aan te leren aan heel houterige spelers die vervolgens uitstekend
werken, de enige vraag is of ze de mentale moed en tactisch inzicht hebben dit
ook in partijvorm te gaan doen. Mijn ervaring is vaak van wel. Bovendien is schijn
zeker goed aan te leren, MITS je spelers van jongs af aan een goede coordinatie
en racketbeheersing aanleert. Vraag twee is natuurlijk hoe veel aandacht geef
je eraan? Als het een wapen kan
zijn van een speler, geef je er meer aandacht aan, maar ook bij minder begaafde
spelers, zullen ze tenminste alle slagen goed moeten kunnen verdekken en
complementaire slagen uitvoeren, en dat is ook schijn.
Er zijn ook
trainers die met spelers trainen op duiken of erg veel aan flexibiliteit werken
(omdat ze dat ergens gezien hebben), jammer denk ik dan. Iemand die van nature
duikt, help je misschien bij het snelle opstaan, maar iemand die het niet
natuurlijk doet, laat je niet duiken, wat niet wegneemt dat je als trainer wel
precies moet weten hoe je dat het beste kunt doen, zodat je iemand die het wel in
zich heeft, dus kunt helpen. Iemand die een flink gereduceerde
bewegingsmobiliteit heeft, laat je rekken en strekken, anders is het onzin in
wetenschappelijk opzicht. Het kost ook tijd, ik ben er niet op tegen, maar wel
in een hal. Beide onderwerpen zijn dingen die je vrijwel enkel in noodsituaties
zou gebruiken, maar in mijn visie is het veel handiger te trainen op hoe je die
situaties tactisch kunt vermijden en mocht het toch gebeuren, gelijk weet waar
het verkeerd is gegaan met je keuzes, en hoe dit in de toekomst te voorkomen, dan
dat je er veel tijd aan geeft.
En ik ben
het ook enigszins met je eens dat je niet alles aan een speler kunt leren,
iemand is van nature meer X of Y zeg maar, of zoals Toni Nadal, de oom en
trainer van tennisser Rafael (niet zo’n natuurtalent, maar wel wereldtopper
dankzij begeleiding) ooit eens heel mooi zei op een vraag waarom hij de service
van Nadal niet probeerde te verbeteren: ik kan het wel uitleggen en voordoen,
maar mijn neef kan het niet uitvoeren.
De man staat bekend om mooie oneliners, maar zijn neef is uiteindelijk
ook zeker verbeterd in dit aspect (voor de feiten: van gemiddeld 175-180 naar
195-200 m/uur, en dit komt niet door de biceps (kracht en snelheid waar jij het
over had), die had hij al op 16-jarige leeftijd, maar puur door techniek). Het
nut van een coach.
Waar ik
veel moeite mee heb is dat je zegt dat spelers vaak op natuurlijke wijze bij
dingen uitkomen, ik begrijp het idee dat bewegingstalenten, biomechanisch
gezien de beste oplossing zullen uitvoeren, tenminste dat hoop je, maar vele
anderen hebben hulp nodig en kunnen net zo goed worden, ook omdat hun
kwaliteiten elders liggen misschien (mentaal, fysiek, tactisch, toewijding).
Het is net zoiets als zeggen dat je op school niet hoeft uit te leggen, degenen
die kunnen lezen, komen er zelf wel uit met het lesboek. Dat klopt zeker bij
enkelen, maar velen hebben uitleg, begeleiding, correctie, discussie nodig om
zich te ontwikkelen. En zelfs degene die er toch wel uit zouden komen doen het
sneller, en beter met begeleiding. En ontwikkelen is wat wij als coaches moeten
doen, niet enkel hopen dat we een Federer tussen onze voeten krijgen, want ik
weet heel zeker dat Federer met een slechte begeleiding nooit top-10 speler was
geworden. Ik heb hem 3 jaar lang 1,5 week per jaar van dichtbij meegemaakt, ik
was zijn court-wacht bij een tennistoernooi en heb daardoor geregeld met hem en
zijn toenmalige coach gesproken. Hij is ontzettend veel gecorrigeerd om alles
technisch perfect te maken, heeft op jonge leeftijd al veel met een mentale
coach gewerkt (de toenmalige oplossing om na 4 gebroken rackets met Metallica
op 10 in
de auto 1500 km
terug te rijden richting Basel, leek zijn toenmalige coach op de lange termijn
toch niet de allerbeste voor zijn ontwikkeling, dus heeft deze een specialist
ingeschakeld). Roger heeft uitstekende technische en tactische trainers gehad,
een perfecte begeleiding in zijn fysieke ontwikkeling (dankzij dit en zijn
techniek, inzicht en levensstijl is hij dus vrijwel nooit geblesseerd) en zijn
grote zwakke punt is vervolgens aangepakt door een mentale coach. Natuurlijk
moet deze persoon bij je passen. Maar ook tijdens de jaren dat ik hem heb
meegemaakt (18-20) waren hij en zijn coach (Peter Lundgren) bijvoorbeeld uren
bezig om de eerste volley na een service consequent diep en snel te krijgen.
Waarschijnlijk koste het met Federer minder tijd dan met spelers die minder
bekwaam zijn met hun racket. Maar Roger studeert tot de dag van vandaag
urenlang wedstrijden, tegenstanders, nieuwe ontwikkelingen in het tennis. Hij
was zo goed en compleet dat hij een aantal jaren zonder echte coach heeft
gewerkt, maar wel met enkele klankborden. Zelfs hij heeft toen gezegd: ik heb nu
toch iets meer nodig, mijn spel moet ontwikkeld worden in samenspraak met mij
en hij is zo bij Paul Annacone uitgekomen. En door deze toewijding is hij op
31-jarige leeftijd dit jaar weer granslamwinnaar en nummer 1 van de wereld
geweest. Een coach helpt, maar een speler moet ervoor open staan natuurlijk.
Daarom is het ook zonde om jarenlang door te trainen met iemand die je niet
veel helpt, dat werkt niet. Federer is een natuurtalent ok, maar hij was nooit
gekomen waar hij is, met een goede basis, en vervolgens maar zien waar het
schip strand. Hij is extreem gedetailleerd bezig te zijn. Nog meer geld dit
voor Djokovic trouwens. En hoewel tennis een openskill sport is, als badminton,
is badminton in mijn mening nog veel complexer en dus is er nog veel meer
informatie nodig om spelers te ontwikkelen, details zijn nog belangrijker.
Een ander
voorbeeld hoe invloedrijk een coach kan zijn bij natuurtalenten: Pete Sampras
is overtuigt door zijn coach (destijds Peter Fischer) om zijn dubbelhandige
backhand op te geven en met een enkele hand te slaan, omdat dit zijn agressievere
spel richting het net en zijn volleys zou helpen, met als doel wimbledon te
winnen. Let ook op welk doel ze hadden gezet: niet het minste. I
Om
nog even op tennis door te gaan, een meisje als Kim Clijsters had een
specifieke bewegingscoach toen ze 18 was en al dicht bij de wereldtop stond,
die iedere wedstrijd analyseerde en suggesties gaf, programma’s uitwerkte
enzovoorts. Kim was geen speciaal talent, maar is wel nummer 1 van de wereld
geweest en grandslam winnares, dankzij haar begeleiding (en ijzeren wil). Want
coaches kunnen heel veel aandragen en bijdragen, maar er moet ook een stukje
intrinsieke motivatie en mentaliteit in de spelers zelf zitten. Nogmaals, dit kan deels aangeleerd
worden en heeft ook met opvoeding te maken, maar het helpt.
Dus in het
kort, in mijn opvatting is jouw omschrijving van het werk van een coach een
beetje eenvoudig, in de goede zin van het woord. Het kan ook zeker werken bij
gemiddelde spelers, die 1, wellicht 2 keer per week trainen, absoluut mee eens,
dat deed het 20 jaar terug, en dat werkt nog steeds. Maar het zal niet werken
bij potentiele topspelers tegenwoordig en ook niet in de serieuze begeleiding
van talentvolle jeugd.
Leren is
motivatie, motivatie is de wil om door te gaan en ingrijpende keuzes te maken,
dit stelt je weer in staat om nog meer te leren. Dit proces maakt je
uiteindelijk tot een topper. Als je de eerste steen weghaalt, is de motivatie
ook snel verdwenen, tenzij je met badmintongekken te maken hebt.
Uiteindelijk
is badminton makkelijk, omdat het vaak logisch is. Helaas is het niet zo
makkelijk als dat het soms lijkt. Ook
bepaalde wiskundige problemen met verschillende varianten (en in badminton zijn
deze er) zijn logisch, maar je moet wel een bepaalde kwaliteit hebben om het
vervolgens te kunnen uitwerken. Wanneer je dit kunt als coach, en belangrijker als
speler, dan zal je hersenpan zoveel sneller dingen herkennen en kunnen
aanpassen dat je veel voor kunt hebben op je tegenstander.
Een speler
moet in staat zijn allerlei dingen te herkennen en analyseren, zijn eigen spel
goed te kennen en betrokken te zijn in het werken aan zijn spel. Ik geef toe
dat dit in een clubtraining met 30 spelers een stuk lastiger is, zeker als er
niet van jongs af aan aanzet wordt gegeven naar eigen verantwoordelijkheid,
kennisontwikkeling, en zelfwerkzaamheid, maar dat neemt niet weg dat het erg belangrijk
is als coach een speler te kunnen bijstaan, ontwikkelen, en vooral in detail
dingen te kennen en zo niet de speler hiervoor naar specialisten te verwijzen. Er zijn ook
spelers die puur door de blik op oneindig te zetten, heel veel uren te maken,
en er compleet voor te gaan, erg ver komen, maar het zal steeds minder worden,
waarom?
Badminton
wordt in steeds meer landen gespeeld en ook serieus. Als we over 10 jaar willen
concureren, dan heb je geen andere keuze dan uiterst gedetailleerd te
analyseren, proberen vooruit te zien, dingen te ontwikkelen, want nogmaals als
je over 10 jaar zo kunt spelen als Lin Dan dat vandaag doet, dan haal je als
nederlander met de huidige regels nauwelijks de OS. Coaches hebben nogal eens
wat excuses om niet 200% te geven, moeilijkheden uit de weg te gaan, maar dit
wel te vragen van de spelers. Laat ik het zo zeggen: als ik spelers moet helpen
die wereldtop willen worden, dan is hun leven in ieder aspect hier op
ingesteld: eten, drinken, rust, training, mentaliteit, sociaal leven, familie, studie
enzovoorts. Ik zal als coach hierdoor ook alles erop moeten instellen, anders kan ik mezelf niet recht
in een spiegel kijken als ik vervolgens de spelers iets aanmerk over zijn of
haar toewijding/instelling. Op ieder probleem van een speler moet ik voorbereid
zijn en zo niet, dan ga ik hierover denken, zoeken naar oplossingen enzovoorts.
Natuurlijk is clubtrainer zijn iets anders, maar als je met spelers werkt die
hun top willen halen, op welk niveau dan ook, zul je dat ook als coach moeten
kunnen. En ik begreep dat jou punt toch ging over spelers die de top halen.
Nog even
een sidestep, Denemarken heeft wat problemen gehad met de dames na Camilla
Martin (wereldkampioen en voor haar ook geen verkeerde speelsters), maar bij de
herensingle hebben ze de laatste 40 jaar altijd enkele top-15 spelers gehad
(delfs, pri, frost, hoyer, stuer, rasmussen, gade, jonassen, en nu jorgensen,
axelsen en vittinghus). Net als in de heren- en mixdubbels. Natuurlijk zijn ze
ook in DK constant op zoek naar verbeterpunten, dat houdt ze juist in de top in een land waar minder mensen wonen dan er badmintonnnen in China.
Ik hoop dat ik ondanks de lengte toch vrij duidelijk ben geweest, en bedankt voor je reactie. Er zijn dingen waar ik enigszins in mee kan gaan vanuit een bepaald perspectief, maar met je algemene mening ben ik het niet eens om de bovengenoemde redenen.
Je hebt natuurlijk wel een uitstekend punt als iemand coach is bij meer
recreatief ingestelde spelers. Het belangrijkste blijft gewoon veel plezier te hebben met onze prachtige sport en we hoeven het niet eens te zijn.Het zou mooi zijn als één van onze trainers een speler vind en er een Federer van maakt, als we daarna enkel top 30 spelers hebben, vind ik het niet verkeerd :)
Hallo Julio,
Wat je eigenlijk zegt is dat trainers wel iets moeten weten
maar dat ze zich niet hoeven te ontwikkelen tot een hoog niveau (ik denk dat we
al genoeg domme traieners hebben in ons land en een opleiding die zo slecht is
dat er NOOIT wat goeds uitkomt). Ik heb nog nooit tegen mijn zoon gezegd dat
hij wel zijn best mag doen op school maar dat hij niet moet proberen alles tot
in het kleinste detail moet proberen te begrijpen.
Lin Dan is inderdaad een prachtige speler en ik je met de
grootste stelligheid verzekeren dat Chinese trainers WEL tegen hem hebben
gezegd hoe hij zijn aparte vingers moet gebruiken, iets wat ze in Denemarken
trouwens ook doen en wat wij op het ORO kamp als essentieel zien voor techniek
training. Elk talent is voor 20% verbetering vatbaar als je niet tot in het kleinste detail
weet waar je over praat heb je niets te verbeteren en ben je zelfs geen
gesprekpartner voor een top talent.
Jij heb een zeer simpel beeld van het vak badminton trainer,
hoe ga jij de kinderen uit leggen wat de bedoeling is als je de bedoeling zelf
niet snapt. Om een speler op top niveau te krijgen MOET je elk detail kennen
zodat je een road map kan uitzetten om er te komen, de manier van werken die
jij voorstaat is hopeloos verouderd en dan maar hopen dat je geen talent
verknoeid als trainer.
Ik zie ook dat je zeer slecht op de hoogte ben van de Deense
geschiedenis binnen het Badminton, er is een onafgebroken lijst van spelers die
de Wereld Top hebben gehaald. Deense trainers slagen er keer op keer weer in
geweldige talenten te brengen, de lijst is eindeloos lang en zal ook alleen
maar langer worden juist omdat men aandacht besteed aan het kleinste detail.
Jammer dat je waarschijnlijk geen Deens leest want dan zou er een nieuwe Wereld
voor je open gaan. Je begrijpt dat ik
met dit commentaar zeer scherp afstand neemt van de onzin die je hier uitkraamt.
Ron
Het probleem van trainers is dat ze de neiging hebben om te ver in de materie te duiken. Badminton is een spel met steeds wisselende omstandigheden. Het is geen bowlen of darten of een strafcorner bij hockey, waarbij de omstandigheden iedere keer hetzelfde zijn en kleine details tot in de eeuwigheid kunnen worden verfijnd en dat dat vervolgens tot verbeteringen leidt.
Lin Dan is een prachtige speler, en je kunt ook prima analyseren waarom dat zo is, maar ik garandeer je dat er nooit een Chinese coach tegen hem heeft gezegd dat hij bij zijn backhand meer kracht moet geven met zijn ringvinger. Of juist niet. Het is een gegeven talent dat hij speelt zoals hij speelt.
Trainers zijn ervoor om jonge mensen de basisprincipes goed bij te brengen. Als een speler wat ouder wordt, is een trainer ervoor om iemand fit en snel te maken en tactische tips te geven. Er wordt door trainers zo vaak uitgegaan van een maakbare badmintonner. Ik denk dat trainers kinderen goed moeten uitleggen wat de bedoeling is, en daarna is het vooral hopen dat iemand er geschikt voor blijkt te zijn, vanuit zijn eigen mogelijkheden. Alsof we met de 'juiste' trainers aan het roer een constante stroom met topspelers van de lopende band laten rollen. Zelfs de door Ron zo geroemde Deense trainers lukt dit helemaal niet. En ik heb de jeugdtrainer van Federer, de golfcoach van Woods en de rij-instructeur van Schumacher ook nooit nóg zo'n talent zien afleveren.
Ik zeg niet dat het geen zin heeft om te analyseren (want het is een prachtige analyse), ik waarschuw slechts voor het gevaar van analyseren om het analyseren.
Maar: deze man heeft kennis van zaken. Daar zou iemand best eens wat mee mogen doen.
Hey henri,
supergoed, gedetailleerd een leerzaam stuk. Ik vind het zelf ook een zeer belangrijk onderdeel (fingerpower) en besteed er ook best veel aandacht aan. Ik heb met veel plezier jouw stuk gelezen en er veel van opgestoken ..
bedankt
Roel
Waanzinnig goed stuk Henri!!
Juist, Henri, geweldig artikel. Dat is het probleem gewoon binnen nederland: geen of nauwelijks aandacht voor details. Als je met jou of Ron in contact bent geweest, ga je pas snappen wat badminton inhoud en darom is het ook te zot voor woorden, da ditt soort info nooit en te nimmer vanuit de BNL hoek wordt gedeeld. Het punt waar Ron ook elke keer op doelt. Waarom krijgen we deze informatie alleen via badmintonline aangereikt en moeten wij trainers het zelf verder maar zien uit te vogelen.
Kom ik direct weer op de jeugdtrainingen: hier moet je al beginnen me ditt soort zaken. Ik probeer dit zo goed mogelijk te doen en dan besef je hoe gecompliceerd badminton kan zijn. Niet zozeer de uitvoering op de baan, maar het op de juiste manier overbrengen va deze detail info.
Het hangt allemaal zo nauw samen met elkaar, dat het simpel slaan van een shuttletje wel erg gecompliceerd LIJKT.
Waarom ziet BNL dit niet, wanneer worden ze eens wakker daar gaan ze dit promoten, uitdragen en echt beginnen met een trainers_ en spelersopleiding.
1 puntje: ik moet voor dit soort stukken echt heel goed de tijd nemen, lezen, teruglezen en weer lezen om het echt goed tot me te laten doordringen. Ik moet dingen altijd zien, ik ben echt visueel ingesteld. Op video dus of gewoon op de baan. Bijscholingkje dus Henri ergens???
Rene Sehr
Een zeer goed stuk Henri, ik heb het met veel plezier gelezen.
Mooi dat dit soort kennis gedeeld word.
Bedankt
Prachtig stuk Henri, dat BNL mij niet uitnodigt voor gesprekken daar kan ik me wat bij voorstellen maar dat ze jou niet omarmen is ronduit dom te noemen. Jou aanstellen als Nationale Coach (en het liefst bij de jeugd) heeft een aantal grote voordelen:
1. JE KOMT UIT DE SCHOOL VAN KENNETH LARSEN
2. JE BENT BEREID JE KENNIS TE DELEN
3. JE BENT NEDERLANDER EN DE KENNIS BLIJFT DUS IN ONS LAND
4. JE BENT IEMAND DIE ZOWEL MET DE GEVESTIGDE ORDE KAN OMGAAN ALS MET DE OPPOSITIE
Kort om je past goed in het plaatje dat Harm zojuist heeft geschetst.
Ron
Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.