Conditietraining voor badminton: gewoon op de badmintonbaan

Conditietraining voor badminton: gewoon op de badmintonbaan

Het was een discussiepunt in mijn vorige artikel over looptraining voor onze sport en de parameters die je daar voor kan opzetten.

Ik ben een groot voorstander van zoveel mogelijk baantraining en dan ook het liefst wedstrijd gericht. Je hebt alleen niet altijd een hal ter beschikking en dus is het goed om alternatieven te hebben.

De conditietraining op de baan moet ook aan wat verschillende eisen voldoen en daar ontbreekt het nog al eens aan, vandaar dat ik hier ook tegen waarschuwde in een van mijn reacties. Schaduwbadminton waar hoeken worden aangewezen of waar je zelf patronen loopt heeft nagenoeg nooit de juiste intensiteit, mist de snelle wendingen, heeft vaak een constant ritme en is vooral bijna altijd tactisch verkeerd uitgevoerd.

Het is mogelijk schaduwbadminton goed te doen maar als je ziet aan hoeveel voorwaarden het moet voldoen voordat het echt effectief is... De manier waarop het gedaan wordt zoals hier boven beschreven geeft weinig tot geen conditieverbetering en je bent ook nog een bezig tactisch verkeerde patronen in je onderbewuste vast te leggen. Het conditionele gedeelte van onze sport gaat voor 90% over voetenwerk en dus het trainen van de beenspieren. Het zijn zelden de armen die het conditioneel zwaar hebben en bijvoorbeeld verzuren. Voetenwerk is een onderdeel waarin de landen van Europa niet echt voorop lopen en in het technisch beleidsplan van de Deense bond stond jaren geleden al dat er veel meer aandacht moet komen voor het voetenwerk om zo de kloof met Azië te verkleinen.

Als je een lijst maakt van de problemen die er zijn met het trainen van het voetenwerk dan is die lijst veel langer dan je zou denken/wensen. Op de eerste plaats denken spelers en trainers dat ze vooral sneller moeten bewegen. Dit is een misvatting want de snelheid is afhankelijk van de tactiek en dus het type slag dat je speelt. Als je bijvoorbeeld een longline clear speelt vanuit je ARH hoek dan beweeg je niet snel maar loop je juist rustig mee in de richting van waar je de shuttle heen heb gespeeld en je rent niet als een kip zonder kop naar het midden van de baan terug. De slag die je namelijk heb gespeeld is een openingsslag die passief is en je wil niet dat je tegenstander gebruik maakt van de situatie door je weer en dit keer onder druk in je ARH hoek te spelen. Je vraagt je tegenstander op deze manier om een cross bal te spelen door de FH korte hoek open te laten. Als in dezelfde situatie geen longline speelt maar bijvoorbeeld een cross drop dan zet je wel gelijk het loop tempo op want nu wil je wel zo snel mogelijk in of voorbij het midden van de baan zijn om de mogelijkheid van een snelle return op je FH kant dicht te lopen.

De keus tussen twee verschillende manieren van bewegen na de slag start al VOOR de slag, want bij een longline slag mag en kan je een relatief hoge sprong maken terwijl je bij een cross juist kiest voor een lage lange sprong om snel vloercontact te hebben en kostbare tijd te sparen. In de longline slag speelt tijd geen rol terwijl de tijd bij een cross enorm belangrijk is. Na het spelen van de slag doe je na de longline slag een splitstep voor je naar de volgende shuttle beweegt en bij een cross slag doe je dat niet. Je zit dus laag met je zwaartepunt bij de longline slag en juist hoog bij de cross. Dit is maar een voorbeeld van een bepaalde situatie waarin het voetenwerk totaal verschillend is uit maar een hoek en dan heb ik het nog niet eens over de verschillende stappen die je kan/moet maken voor de start naar de volgende shuttle.

Dan is er nog het feit dat voetenwerk speler-, niveau- en leeftijdsgebonden is. Dus je zult mij GEEN standaard voetenwerk zien doen. Zeker bij jeugdtraining moet je niet uitgaan van wat de internationale top doet in het voetenwerk dat moet alleen maar het einddoel zijn maar zeker niet de manier van trainen. Het gaat er om dat je als trainer tussenstappen inbouwt om tot een bepaald niveau te komen. Wij hebben die tussen stappen hier op OroDenmark de laatste 5 jaar ontwikkeld en ik kan met zekerheid zeggen dat ze nergens anders worden toegepast ook in Denemarken niet. De complexiteit van het voetenwerk is enorm en ook wij hebben het nog niet voor 100% in kaart gebracht maar er zijn wel een aantal dingen die we met zekerheid kunnen stellen en een daarvan is dat het droog badmintonnen of schaduwbadminton bijdraagt aan het inslijten van slechte en ongewenste looppatronen die ronduit schadelijk zijn voor het spel van de speler. Bij letterlijk elke speler die hier komt moeten we het voetenwerk eerst afbreken en dan weer opnieuw opbouwen. Sommige dingen gaan eenvoudig en aan andere dingen moeten we maanden werken, maar er is niemand die geen aanzienlijke verbetering laat zien na een verblijf hier.

Om terug te komen op het onderwerp van conditietraining op de baan dan kom ik tot het beste alternatief dat er is en dat is multi shuttle feeding (MSF). Dit is iets wat elke week terug komt in de training op OroDenmark en als je het op OroDenmark heb geprobeerd dan lach je nadien om elke MSF elders in Europa. Mijn motto is dat deze training 2x zo lang, 2x zo zwaar en 2x zo moeilijk moet zijn als dat realistisch is. Het komt voor dat een speler geen enkele shuttle kan terug slaan als ze de oefening voor het eerst doen. Dat is dan jammer maar ze weten wel gelijk waar ze staan.

Hoe lang moet zo'n oefening duren? Ik deed net als iedereen anders en dat was bijvoorbeeld 5 x 12 shuttles met drie spelers op een baan, dus 1x 12 shuttles en dan twee keer pauze, daar ben ik echter gauw van af gestapt want dat slaat nergens op. We verzamelen tussen de 8 en 10 rijen van 20 shuttles, die een speler in ongeveer 10 tot 12 min doorwerkt, dat is gelijk aan ongeveer 1 set. De pauze is de tijd die ik er voor neem om de volgende rij met shuttles te pakken en weer klaar te zijn voor het aangeven. De natuurlijk pauze tussen de sets is de pauze die we hebben als we de shuttles weer in rijtjes moeten leggen (dat duurt tussen de 3 en 5 min). Het aangeven is super belangrijk en een vak apart, je moet niet alleen technisch verschillende slagen kunnen spelen het moet ook tactisch juist zijn en je moet dus inspelen op het type slag dat de werker heeft geslagen. Het moet dus liefst in de juiste hoek terug worden gespeeld en dat betekent dat je als aangever moet bewegen op de baan. Het niet juist aangeven heeft namelijk ook te gevolg dat je verkeerde patronen gaat lopen die niet wedstrijd gericht zijn.

Mijn spelers herkennen dan ook verkeerd aangegeven slagen en gaan direct de discussie aan met een trainer die het verkeerd doet en zo hoort het ook want als een trainer fouten maakt dan moeten spelers dat herkennen en er wat van zeggen. Naast het technisch en tactisch goed aangeven moet je ook nog eens technische en tactische fouten uit de speler halen. Elke voetenwerkfout dient te worden gezien en er moet iets van worden gezegd tijdens het spelen. Ik kan je vertellen dat ik nauwelijks stop met praten onder het aangeven. Een andere variant op deze training is MSF met reken- of praatopdrachten voor de speler. Je laat de speler bijvoorbeeld een verhaal vertellen en als hij / zij stopt met praten dan kan je daar de moeilijke momenten uithalen en daarmee verraadt de speler de hoek waarin hij of zij de meeste moeite heeft of wanneer ze onder druk komen te staan. Deze vorm van training heeft nog meer toepassingen maar daarover zal ik een keer een apart artikel schrijven.

Deze vorm van training moet gevoelsmatig hetzelfde geven als een van de zwaarste wedstrijden die je ooit hebt gespeeld en als je dat elke week een of twee keer doet, dan worden wedstrijden een eitje om te spelen.

Ik ben bang dat veel trainers zich niet kunnen voorstellen dat je op deze manier training kan geven, maar ik hoop wel dat het wat van de vragen heeft weggenomen over waarom ik bepaalde manieren van trainen slecht vind en dat ik alternatieven heb aangedragen om dat te ondervangen.

WhatsApp X

Wat vind je van dit artikel?

Reacties 7

Guus van der Vlugt

Hoi Ron,

"Mijn motto is dat deze training 2x zo lang, 2x zo zwaar en 2x zo moeilijk moet zijn als dat realistisch is."

In mijn bijscholing van 18-11-'17 heb ik een paar kritische opmerkingen gemaakt t.a.v. MSF. De afkorting klinkt als een vreselijke ziekte die sommige trainers hebben opgelopen. In mijn ogen kun je MSF gebruiken om fysieke training te doen maar er zijn natuurlijk nog andere manieren om op de baan fysiek te trainen.

Vooral als je meerdere spelers per baan hebt is het "ouderwetse" Amerikaantje (2 tegen 1) een prima middel. De "aangevers" moeten wel weten hoe ze met z'n tweeën een single moeten spelen en de uitvoerder moet zich richten op het spelen van een single en dus bijv. niet door het midden smashen. De aangevers kunnen hierbij ook opdrachten uitvoeren. Lange rallys spelen zonder de rally echt af te maken om uithoudingsvermogen te verbeteren of juist in een hoog tempo spelen om snelheid/vermogen/verdediging te trainen. Dit is afhankelijk van de seizoenplanning. Ook het trainen van tactiek is mogelijk met opdrachten van beide kanten. Voordeel hierbij is dat de slagen een logische volgorde hebben en de speler direct ziet wat zijn slag tot gevolg heeft. Nadeel is dat de lengte van de rallys bepaald wordt door de fouten die er gemaakt worden.

Andersom lijkt het erop dat MSF alléén gebruikt wordt voor fysieke training en vaak in dezelfde vorm. Vrijwel overal worden er 20 shuttles na elkaar afgevuurd. Waarom 20? Geen idee. Mogelijk omdat de linkerarm van de aangever/trainer er 20 vast kan houden. :-) Vanuit de analyse van de speler zou ik kijken naar het gemiddelde aantal slagen en het aantal slagen van de langste rallys en de MSF daarop baseren. Het heeft m.i. geen zin om een speler die gemiddeld in wedstrijden nog geen 10 slagen speelt te feeden met 20 shuttles. Die overload is m.i. te groot als het om fysieke training gaat. Als het om vermogen/snelheid gaat zijn series met de helft van de rallylengte voldoende. Dan moet het in een hoger tempo dan de wedstrijd gaan, maar dus wel korter.

Kan hier nog wel meer over kwijt maar na mijn Elfstedentocht van gisteren ga ik toch maar mijn bed opzoeken.

H.Houweling

Beste Ron,

Dit stukje beschrijft precies het probleem. Ja, jij hebt de luxe positie van 1 op 1 (wat het beste leerresultaat geeft), maar dat is er in 75% procent van de situaties in Nederland niet. Het gaat mij er niet om dat je creatief moet zijn en dat je buiten de box moet denken, want met die situatie heb ik wekelijks te maken. Het is juist de manier waarop jij je oefeningen beschrijft.

De oefeningen zijn geschreven naar jouw situatie en om die situatie te vertalen naar een volle bezetting op een baan vind ik lastig, omdat het met die volle bezetting nog steeds tactisch / fysiek juist moet zijn en dat wordt complexer als er meer spelers op één baan staan.

Ik zou het waarderen als je de oefeningen die je beschrijft zo ontwikkeld/beschrijft dat ze toepasbaar zijn met een volle bezetting (4 spelers op één baan). De vertaling van een volle bezetting naar individuele begeleiding is makkelijker te maken dan andersom (individueel naar volle bezetting) ZIE ONDER

Naar mijn mening beschrijf je teveel vanuit jouw situatie (op bijscholing gebeurt dit ook). Het is een beschrijving van het ideaal beeld, wat ongetwijfeld het beste beeld is op training geven, maar niet het realistische beeld voor trainend Nederland.

In de gymzaal sta ik elke week als L.O. docent met 20 tot 30 kinderen die allemaal bewegen op hun eigen niveau door middel van differentiatie. Als je dit beheerst op een grote groep kinderen wordt dit een peulenschil op micro-niveau van 1-3 kinderen. Als je elke week 1-3 kinderen hebt waarbij je veel specifieke aandacht kan geven en dat worden er opeens 30, realiseer datzelfde leerproces dan nog maar eens. Je hebt dan weliswaar de kennis, maar moet het wel toepasbaar maken op de grote groep, waarbij er veel meer verwacht wordt van de begeleiding ect... In de praktijk blijkt dat dit voor de stagiaires van ALO / Sport en bewegen ect.... die leren lesgeven enorm moeilijk blijkt. Zelfs voor de docent blijft dit elke keer een uitdaging.

Het lesgeven is voor veel trainers het probleem niet, de kennisoverdracht en vertaling wel. Als we met elkaar uitgaan van een volle bezetting en vanuit die situatie schrijven/bijscholen, dan kan iedereen dat vertalen naar zijn eigen situatie.

En ja, ik kan op dat gebied mezelf nog enorm ontwikkelen (wellicht ook anderen).

Ron Daniels

Hoi Rien, zeer herkenbaar en ik ben blij weer een reactie van jou te zien. Schijf weer eens een stukje ze zijn goed en vernieuwend.

Ron Daniels

Ja ik train al mijn spelers en trainers in het aangeven en dat is misschien wel een van de moeilijkste trainingen die ze ooit hebben gehad. Verder is het relevant en/of niet realistisch trainen op te delen in verschillende onderdelen, met badminton relevant bedoel ik dat het tactisch juist moet zijn. Met niet realistisch bedoel ik dat het veel sneller, harder en moeilijker moet zijn. Luxe? Ja ik heb een luxe situatie want ik kan training geven op een manier waarop het zou moeten met 1 speler met een trainer; Maar ik heb ook meerdere spelers en ik kan deze oefening ook doen met 4 tot 6 spelers en ik heb een variatie bedacht waarop je het zelfs met 20 spelers kan doen. Het is je fantasie die de begrenzing aangeeft, zo heb ik ook dubbel training gedaan met 8 spelers op een baan die tegelijker tijd aan het trainen waren en het was/is een super training. Net zo goed als dat we twee singles tegelijk op een baan spelen/trainen, aantallen is alleen een probleem in het hoofd van de trainer want in werkelijkheid is het geen probleem maar een uitdaging.

Rien de Korte

Een variant op MSF die ik regelmatig train. De speler moet bewuste keuzes maken, De speler moet weten waar hij een slaag heen speelt, maar ook in de gaten hebben hoe goed deze slag is. Vervolgens moet hij met de volgende slag hier op voort borduren met een logische slag. Het ultieme doel is dat de speler in de gaten krijgt wat een reeks aan slagen voor mogelijkheden met zich mee brengen. Dit vraagt vooral denkwerk, niet alleen overigens van de speler maar ook van de trainer en een goede discussie tussen trainer en speler waarom keuzes wel of niet logisch zijn..

H.Houweling

Beste Ron,

Je geeft in het artikel aan dat je een MSF uitvoert aan één speler van ongeveer 10/12 minuten. Dit lijkt mij geen enkel probleem als je de ruimte hebt, waar je dit tegelijkertijd op de andere beschikbare banen kan uitvoeren.

Wat doen de andere spelers op het moment van aangeven aan 1 speler. Tien tot Twaalf minuten wachten tot dat hun beurt gekomen is? Als je 6 badmintonbanen tot je beschikking hebt en daarbij 24 spelers mag bedienen in 1,5 uur, is dit dan haalbaar..? Je artikelen baseer je op je eigen locatie en beschikbaarheid van banen. Naar mijn idee is dat een unieke situatie wat voor de middelmatige verenigingen in Nederland niet haalbaar is qua bezetting en beschikbare banen.

Je zegt in je eerdere artikel, dat badminton relevatie belangrijk is en hier zeg je dat het juist verre van realistisch moet zijn (looptechnisch is het wel relevant).

Laat jij spelers ook oefenen met aangeven, want dat is zeker een discipline die een speler mag beheersen.

H.Houweling

leon ham

Leuk en goed artikel. Ik herken heel veel van de punten die worden beschreven, omdat ikzelf ook langere tijd op ORO ben geweest. Het is tof om te lezen dat anderen zich ook ontwikkelen door gebruik van deze aanpak. Zelf geef ik ook training en ben ik hiermee bezig met een aantal van de spelers.

Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.

Meer over dit onderwerp

Het zwarte gat van Badminton Nederland

Het zwarte gat van Badminton Nederland

De nieuwe wereldtoppers hebben geen smartphone

De nieuwe wereldtoppers hebben geen smartphone

What is the future of talent in badminton?

What is the future of talent in badminton?

NK Badminton voor het jokzie of voor het echie?

NK Badminton voor het jokzie of voor het echie?

Meer weten over badminton?

speelveld badminton

spelregels

Hoe groot is een speelveld bij badminton?

speelveld AirBadminton

spelregels

Hoe groot is een speelveld bij AirBadminton?