Die tegen de stroom in gingen, hun trainer in twijfel trokken en meer in hun eigen inzicht geloofden dan het verkondigde woord van algemeenheid.
Erland Kops ging in de jaren 60-70 als eerste speler uit Europa in Azië trainen. Niemand was toen nog onder de indruk van het badminton in deze landen. Het was Europa dat de klok sloeg op de All England en WK.
Flemming Delfs vondt dat badminton alleen maar om techniek draaide en had een hekel aan conditietraining, want dat was niet goed voor zijn techniekontwikkeling.
Morten Frost was de superego en trok zich niets aan van wat wie dan ook van hem dacht of zei. Hij verruilde Denemarken voor Londen, was de beste in de wereld en totaal niet sociaal.
In gesprekken die ik had met Eddy Ismanto die in die tijd ook tot de wereldtop behoorden vertelde hij me dat hij als arme speler uit Indonesië samen met Morten demonstraties moest geven in Engeland en dat Carton voor elke gewonnen wedstrijd een bonus betaalde. Ze maakte er altijd mooie wedstrijden van maar Morten won elke keer. Toen hij Morten een keer vroeg om hem ook eens die bonus te gunnen, zei deze doodleuk: "Dan zal je beter moeten gaan badmintonnen."
Peter Rasmussen had niet veel op met de bondstraining en vertelde als 16-jarige dat hij wereldkampioen zou worden op zijn eigen manier. Dat deed hij dus ook en op een manier waar maar weinig trainers het mee eens waren. Hetzelfde geldt voor Jens Eriksen die werd gedreigd om uit de selectie gezet te worden, omdat hij geen looptest wilde doen. "Als ik goed kon lopen, dan was ik wel op atletiek gegaan", zei hij en vertikte het. Om vervolgens tot een van de beste dubbelspelers ter wereld uit te groeien.
In Nederland hebben we ook zulke spelers. Dicky, Eric en Judith zijn goede voorbeelden van spelers die niet onder de indruk waren van hoe het er in Nederland aan toe ging en hebben allemaal een eigen weg gekozen die voor elk van hen goed heeft uitgepakt. Elke trainer die ik heb ontmoet uit andere sporten heeft binnen deze sport net zoveel voorbeelden. Het zijn juist vaak de spelers die tegen de stroom in zwemmen die het ver schoppen.
In onze sport zijn er grote sociale tegenstellingen. In Europa worden de spelers in de watten gelegd en alles is geregeld. We hebben een subsidiecultuur in het leven geroepen in een van de meest harde en prestatiegerichte onderdelen van de samenleving. Namelijk de TOPSPORT.
In Azië hebben de spelers het van huis uit vaak slecht en moeten werken met slecht materiaal in veel te warme hallen met geen of slechte trainers. Hier in Europa zegt iedereen: "Wat ga je na je sport doen? Zorg voor een goede opleiding of baan, zodat je een opvangnet hebt!" In Azië is de sport het opvangnet. Het is je toekomst en het is de manier om uit de shit te komen.
Met dit in gedachte zou je de bond dus moeten gaan zien als de organisatie waar je uit wil stappen. Het is een verhindering om je doel te behalen. Er gaan geen prikkels van uit om iets extra's te willen doen. Juist omdat we het hier in Europa zo goed hebben, moeten we een soort kunstmatige verslechtering creëren. Tegenslagen moet je gaan inbouwen in plaats van voorkomen.
Als je de top wil halen, dan moet je anders zijn dan de massa. Je moet uit het warme mandje durven te stappen en voelen hoe koud het water is als het vriest.
Ik merk nu ook dat deze manier van denken hoop geeft voor spelers die net onder het nationale niveau zitten of juist die spelers die geen deel willen uitmaken van de kliek. We zien alternatieven die steeds meer succes krijgen. Danny doet speciaal werk met Hans en Ralph, Stinne doet dat in het noorden met Marco, Fred met Kirsten en wij met Erik. Mark heeft inmiddels ook een team van trainers om zich heen en zit niet echt op een plaats in het nationale trainingscentrum te wachten.
De spelers die ik hier boven heb beschreven hebben al een aardige staat van dienst en het is voor ons trainers redelijk eenvoudig dit succesvol te maken. Dus we moeten denk ik een stap verder gaan en de ruimte gaan bieden om spelers die door hun "drive" ook zo zouden willen trainen deze mogelijkheid te bieden. Hun mogelijk succes komt misschien niet in de eerste plaats van hun talent maar veel meer door hun motivatie. Ze zijn niet in de watten gelegd, hebben misschien hard moeten werken om zo'n stage te kunnen betalen en zijn daarom vele malen meer gemotiveerd om hun stinkende best te doen er ook alles uit te halen. De spelers die uit zo'n kweekbak komen zouden wel eens datgene kunnen hebben wat we in Europa door onze samenleving niet meer hebben ten opzichte van Azië.
De bond moet nog steeds zijn werk blijven doen voor de jonge spelers en ik zou zeggen dat ze t/m de U17 daar een rol in hebben als talentbegeleiders en daarna moeten spelers een status krijgen die een economische waarde vertegenwoordigt en daar moeten ze zelf mee aan de bak gaan.
Elk jaar stelt de bond een bedrag per speler ter beschikking op basis van deze economische waarde en dat kan per jaar verlaagd of verhoogd worden op basis van de ontwikkeling. Spelers zetten zelf hun team op, stellen zelf trainers aan en gaan de competitie aan met elkaar. Zowel de spelers als trainers zullen dan echt moeten laten zien wat ze kunnen. Het beschermen van een nationale seniorenselectie is niet meer van deze tijd en is ronduit slecht voor de spelers.
Spelers die niet bereid zijn die extra stap te zetten, die doen er goed aan te stoppen met topsport. Als je er zelf niet in gelooft dan moet je niet verwachten dat iemand anders dat wel doet.
Reacties 4
Hey Ron,
Misschien dat de VBL Roel niet echt steunt maar ook niet tegenwerkt.
In Antwerpen wordt hij echter zeer stevig ondersteund en krijgt hij kansen die voor zo ver ik weet nog niemand voor hem heeft gekregen.
Zo geeft hij training aan de provinciale jeugdselectie, bij ons in de club "Royal Antwerp" en bij "BC Zwijndrecht".
Bovendien heeft hij vorig jaar als coach meegewerkt op het zomerkamp in Zwijndrecht (dat ik zelf organiseer vanuit "Royal Antwerp" samen met Ron De Langhe van "BC Zwijndrecht" en Alex Schnabel van de provinciale jeugdselectie) waar Rebecca Panteney (coach u19 England) Stephan Loell (ex-international en coach Duitsland) en Kurt Nys (coach u17 België) de andere stafleden waren plus Debbie Janssens (nummer 2 van België) Birger Abts (nummer 7 van België en competitie spelende in Spanje) en Nining Kustyaningsih (ex Indonesische international en finaliste Belgisch kampioenschap) gedeeltelijk als assistent-coach en sparringpartner fungeerden.
Roel heeft al deze kansen gekregen zonder enig diploma of ervaring als coach, waarom ? Omdat we ook sterk geloven dat er iets moet veranderen in ons land en Roel zijn ideeën goed leken.
Helaas krijgen we nu een beetje stank voor dank en organiseert Roel nu zelf zijn kamp de week na dat van ons en concurreert hij nu eigenlijk tegen de 3 organisaties waar hij momenteel als trainer/coach aan de bak komt.
Ons kamp was de laatste 3 jaar het enige kamp in België van dat hoog niveau en was speciaal voor getalenteerde spelers tussen 15 en 21 jaar met minimum B2 ranking omdat er net voor die spelers niets was in België, bovendien hielden we de kost zeer laag zodat niemand zou moeten afhaken wegens financiele redenen, 210 euro voor 5 dagen alles inbegrepen.
Nu vrees ik dat het dit jaar de laatste keer zal zijn dat we dit organiseren, we steken heel veel tijd en moeite in dat kamp en dan geef je iemand alle kansen en dan keren ze zich tegen je. ik zal volgend jaar wel 2 weken op vakantie gaan inplaats van 2 weken van mijn dure tijd op te offeren en messen in mijn rug te krijgen.
Roel wens ik alle succes, hij is een goede coach maar moet af en toe eens wat meer nadenken, als hij ons had gevraagd of wij het hadden zien zitten om dat "zogezegde" superkamp samen met hem te organiseren in plaats van onze formule hadden wij waarschijnlijk positief geantwoord vermits wij het ook alleen maar doen voor de spelers en alle verbetering welkom is.
Ps: Ik weet dat Roel dit ook leest dus voor iemand vuur begint te spuwen, Roel weet hoe ik er over denk vermits ik het hem al persoonlijk heb gezegd.
Groetjes,
Patrick
Hallo Patrick, Ik ben goed bekend met de situatie in België, sterker nog ik woon er :-)
Maar er gebeuren ook goede dingen in België, Roel werk hard aan een systeem waarbij spelers niet meer afhangkelijk zijn van wat de VBL doet. Het is alleen niet zo leuk voor de Belgen dat hij door zijn vakmanschap gelijk door Nederlanders wordt op geslokt.
Hij gaat dit jaar voor het eerst in de geschiedenis van België een super kamp opzetten, je ziet er niets over bij de VBL. de VBL is het zelfde als BNL maar dan met nog kleinere ballen. Kom op zuiderburen steun Roel in wat hij aan het doen is, het is zonder subsidie maar wel met 200% drive. Zorg er voor dat Roel ook in België het echte talent kan helpen en steun hem in wat hij doet.
Zoals wel de meeste mensen ben ik het de ene keer eens en de andere keer eerder oneens met Ron maar nu slaat hij toch (weer) de nagel op de kop.
Hoe de situatie in Nederland is betreffende subsidie en begeleiding van topsporters weet ik niet doch in België is het totaal fout en bechrijft Ron perfect de fouten.
In België is er 1 topsportschool voor badminton waar je bijgevolg op internaat moet wil je er lid van uitmaken. Uiteraard moet je voldoen aan bepaalde opgelegde criteria wat ik al belachelijk vind vermits je moet kijken naar talent en niet naar prestatie (is logisch dat een kind van 12 dat al 5 jaar badminton speelt 3 x per week, meer presteerd dan een kind van 12 dat pas 1 jaar speelt 2 x per week in het locale clubje).
Bovendien is het trainingsprogramma er niet echt individueel te noemen en zelfs niet echt gespecialiseerd naar enkel of dubbel.
Je hebt dus als ouder de keuze tussen je getalenteerde kind naar de topsportschool te sturen waardoor je jouw kind alleen in de weekends ziet en dan nog de weekends dat er geen tornooi of stage is.
Niet verwante personen je kind opvoeden tussen 12 en 18 jaar (net de moeilijke puberleeftijd) en je eigenlijk dus geen bal meer te maken hebt met de karaktervorming van je kind en je jouw eigen kind eigenlijk niet echt meer kent.
Op sportgebied mag je alleen kijken, liefst alleen positief commentaar geven en alles aan de zogezegde professionelen overlaten, zelfs als je ziet dat die falen.
Of, je probeert je kind via de club en de provinciale organisaties een zo goed mogelijk gebalanceerd trainingsprogramma te laten volgen.
Probleem hier is dat veel clubs geen goede jeugdwerking hebben, er geen verplichte opfrissingscursussen zijn voor trainers en er weinig clubs zijn waar ze over meerdere getalenteerde (jeugd)spelers beschikken.
Uiteraard is het ook niet echt evident om je kind na de schooluren nog 20 uur per week te laten trainen, huiswerk maken en studeren voor testen.
Toch zie je dat sommige spelers er in slagen om zeer kort aan te sluiten bij de spelers van de topsportschool.
Helaas weet ieder met een beetje gezond verstand dat door gebrek aan trainingsuren en 100% professionele begeleiding plus het steeds minder gaan spelen op latere leeftijd door hogere studies of werk, het verschil tussen deze (misschien wel meer getalenteerde) spelers en de topsportschool spelers steeds groter zal worden.
Jammer genoeg zullen zo goed als al de spelers van de tweede groep top-10 spelers in België worden maar meer ook niet hoewel het talent voor meer wel aanwezig is.
Individuele begeleiding zoals Team Meijs is alsnog in België onbetaalbaar als ik zie dat een normaal seizoen van mijn dochter me al een goede 2000 - 2500 euro kost (trainingen, zomerstage, materiaal, inschrijvingen tornooien, vervoer, enz...) met slechts 1 uur per week individuele training en 2 uurtjes clubtraining, niet echt een te versmaden bedrag voor een alleenstaande ouder.
Groeten,
Patrick
De titel van dit artikel is zeer geschikt voor een cursus die verplicht gevolgd zou moeten worden door een aantal lieden op het bondsbureau in Nieuwegein.
Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.