Dus in je training kan je er gerust van uit gaan dat je voor iedere speler moet gaan kijken welke onderdelen van het voetenwerk je op de harde schijf gaat aanbrengen.
Bij jonge spelers heb je ook nog eens het verschil tussen jongens en meisjes, waarbij je sterk rekening moet met de puberteit houden. Waar je bij jongens direct kan beginnen met het voetenwerk dat ze ook als volwassen spelers zullen gaan gebruiken, heb je bij meisjes het gegeven dat hun lichaam zodanig verandert en het zwaartepunt na de puberteit zal in de meeste gevallen behoorlijk zijn verplaatst. Voetenwerk wat meisjes hebben aangeleerd voor hun puberteit is dan vaak niet meer bruikbaar en het wordt door meisjes ervaren als "ik ben te langzaam" of "ik sta vast en kom niet weg".
Als je voor de puberteit al wat aan voetenwerk zou willen doen, dan zal je heel goed rekening moeten houden met de toekomstige lichaamsbouw van het meisje. Hoe steviger de speelster hoe eerder je kan beginnen met het volwassen voetenwerk. De lichamelijke veranderingen waarmee je te maken hebt zijn behoorlijk ingrijpend in het voetenwerk. Niet alleen komt het zwaartepunt lager te liggen, maar ook de heupen en benen veranderen. De heupen van de meisjes worden breder en naar mate de bekken groeien en onder invloed van hormonen er zich extra vet gaat zetten op de heupen, zullen de bekken zich iets naar buiten draaien. Badminton is ook nog eens een sport waarbij veel vrouwen makkelijker stevige heupen krijgen. Door het type training dat we doen, waarbij de bovenbenen veel zwaar werk moeten doen in een vrij lage positie en je ziet dan ook vaak dat de voeten naar buiten gedraaid staan.
Al met al een groot verschil in vergelijking met de lichaamsbouw van het meisje voor de puberteit toen al deze dingen niet mee speelden. Ik kan er in de literatuur vrij weinig over terugvinden anders dan dat onderzoekers menen dat de groei van de bekken en het aanleggen van een vetvoorraad rond de heupen een gevolg is van de aanmaak van hormonen en dus ook erg kan verschillen van persoon tot persoon. Net als met zoveel andere dingen is het veel meer mijn ervaring die me heeft overtuigd dat het zo in elkaar moet zitten en wat ik er aan zou moeten doen. Zeker als je er maar weinig over terug kan vinden in medische stukken. Wat ik met zekerheid kan zeggen, is dat het veranderen van het lichaam voor meisjes in de puberteit grote gevolgen heeft voor het voetenwerk en dat je dus niet teveel vast moet leggen voordat de puberteit en de daaraan verbonden groei van bijna 8 cm per jaar voorbij is. Dit wil ook weer niet zeggen dat je echt moet wachten tot de puberteit helemaal achter de rug is, want al na de eerste twee jaar wordt het duidelijk welke kant het op gaat en kun je het voetenwerk er op aanpassen.
Op jonge leeftijd zo tussen de 6 en 10 jaar laat je de spelers vooral door loopwerk doen. Vooral niet laten huppelen op de baan. Gewoon de shuttle volgen als je geslagen hebt. Het gaat er veel meer om dat spelers op jonge leeftijd tactisch leren denken en veel minder om patronen te volgen met allerlei stapjes en huppels die niets bijdragen aan het verbeteren van het spel. Ik ben er een grote voorstander van dat het voetenwerk vooral effectief moet zijn en dat is voor iedereen weer anders. Voor de puberteit zijn meisjes 2 tot 3 cm groter dan jongens. Meisjes gaan ook nog eens gemiddeld twee jaar eerder in de puberteit. Verschil tussen jongens en meisjes voetenwerk is dus helemaal niet nodig voor de puberteit, dat gaat pas komen in en na de puberteit.
Het aanleren van voetenwerk is dus uitsluitend gebaseerd op het beënvloeden van het denken over de technische en tactische mogelijkheden die een tegenstander heeft en de speler dus aanleren daar heen te bewegen waar de volgende shuttle gaat komen. Het verkrijgen van tactisch inzicht is veel belangrijker voor het latere voetenwerk dan het aanleren van pasjes die je na je puberteit weer moet afleren.
Als we iets gaan doen op het gebied van voetenwerk voor jonge spelers dan gaat dit over de lichaamspositie te opzichte van de baan waarin de shuttle word aangespeeld. Je gaat dus opletten hoe een spelers voetpositie is in relatie tot de te spelen slag. Welke sprong of rotatie is mogelijk met je voetenstand.
Je bent ook veel bezig met het verschil tussen hoog blijven zonder voorspanningssprong als je de aanval kiest en je wel voor een voorspanningssprong kiest en dus ook lager gaat zitten bij een verdediging. Zodra ze de voorspanningssprong juist uitvoeren ga je een combinatie maken met de voetenstand, zodat je een richting bepaalde voorspanningssprong krijgt.
Een ander iets waar ook aandacht aan mag worden besteed zijn de start- en stopsituaties. Zo komt bijvoorbeeld de 'recovery step' in beeld. Het juist landen in bijvoorbeeld de ARH zodat spelers een snelle eerste stap kunnen zetten, hun rug niet belasten en uit de baan vallen door met de juiste hoogte te springen. Het voorbereiden op goed voetenwerk voor de puberteit houdt ook in dat je gaat zoeken naar een goede balans op de baan en dat betekent weer dat je core stability training doet met deze speler. Zonder CS training is het veel moeilijker later goed voetenwerk aan te leren.
Laat ik op het laatst even heel duidelijk zijn over wat ik met dit stukje wil zeggen. Het is voor mij zo logisch en voor anderen zo nieuw dat we volledig langs elkaar heen praten. Dus even punt voor punt wat belangrijk is voor jonge spelers:
- 1. Het lichaam van de meisjes verandert heel erg tijdens de puberteit en dit heeft grote invloed op het voetenwerk na de puberteit. Besteed dus niet veel aandacht aan het vast leggen van voetenwerk tot na de puberteit.
- 2. Er is geen verschil tussen het trainen van jongens en meisjes voor de puberteit, jongens ontwikkelen zich veel later dan meisjes.
- 3. Focus op tactiek en het inzicht van voorspelbaar badminton.
- 4. Wanneer gebruik je een voorspanningssprong?
- 5. Voetenwerktraining alleen rondom het lichaam, start, stop, balans en voorspanning.
- 6. Core stability training voor een goede balans op de baan.
- 7. Alles tussen het slaan van de shuttle en het bewegen naar het net structureren spelers met hun eigen mogelijkheden er gewoon zo effectief mogelijk naar toe laten lopen.
Tijdens en na de puberteit ga je de gaten opvullen tussen het slaan van de shuttle en het bewegen naar de volgende slag. Ik kom later terug op voetenwerk training tijdens en na de puberteit.
Er bestaat geen dubbel of single voeten werk voor jeugdspelers. Spelers die voor hun 17e verjaardag al zeggen dat ze een dubbelspeler zijn: onzin!
Reacties 5
Hoi Rien, Het is denk ik meer een verschil van woord gebruik dan dat er een mening verschil is. Een van de redenen dat je van voorspelbaar badminton kan spreken is dat je in theorie wel naar een andere hoek zou kunnen spelen (en daarmee is het wiskundige niet 100% voorspelbaar) maar omdat je te maken heb met het element van verrassing (schijnbewegingen bij voorbeeld) en reflex is de kans dat er iets anders gebeurd heel erg klein. Als het een echt Chaotisch proces zou zijn dan kan je het ook niet kunnen analyseren en zou het bijna onmogelijk zijn een tactisch plan te maken wat steek houd.
De gedachte aan een chaotisch proces is wel erg interessant omdat je het spel dan vanuit een andere hoek gaat bekijken en uitleggen. Ik heb mezelf er op betrapt dat ik de na jou schrijven mijn opvatting over badminton tegen dat licht heb gehouden om te kijken of het ook echt chaotisch zou kunnen zijn. Je heb gelijk als je mij aanhaalt dat ik zeg "meest waarschijnlijk" en daarmee is het dus niet meer absoluut, maar dat neemt niet weg dat het nog steeds voorspelbaar badminton is en dat het dan ook een perfect hulp middel is bij het voetenwerk.
Het beschikken over meerdere wapens heb ik ooit eens geschreven met betrekking tot tactiek in uitvoering, het ging toen over het kunnen schakelen tussen verschillende wapens en het feit dat het daarom zo makkelijk was spelers als Judith Meulendijks en Eric Pang te coaches want die kunnen gewoon alles uitvoeren wat je vraagt. Het geen je met je armen doet (de slagen dus) daar gaat een denk proces aan voor af als het een deel is van een tactisch plan. Het voetenwerk is veel meer een gewoonte/reflex onderbewust proces, je schakelt bijna niet tussen de verschillende manieren van bewegen als deel van een tactisch plan. Je zult dan ook zien dat spelers er minder moeite mee hebben een slag niet te gebruiken als deze geen succes heeft in een wedstrijd dan dat ze een bepaalde stap niet meer doen ook als het fout gaat. In het voetenwerk geld dus niet de zelfde regel als in de slagen techniek, in het voetenwerk kan je echt last hebben van verkeerd aangeleerde passen en het is enorm moeilijk dat er weer uit te krijgen. Een top speler zal te alle tijden een aanpassing kunnen maken om onmogelijke ballen te halen maar zal er zelden op trainen, als je van chaotische situaties wil spreken in badminton dat zijn dat de momenten. Het is namelijk niet te trainen, totaal onverwachts en redden wat er te redden valt, maar het komt maar zeer zelden voor in een wedstrijd.
Rien al met al een zeer waardevolle discussie bedankt.
Ron, ik ben van mening dat badminton wel een chaotisch proces is en daarmee niet voorspelbaar. Dat wil niet zeggen dat er geen verwachting is af te geven. Het "weer" is het ultieme chaotisch proces bij uitstek en hiervoor zijn vele modellen die verwachtingen uitdraaien. Chaotisch proces wil ook niet zeggen dat er geen logica in te bespeuren valt. Dat namelijk is precies wat jij ook beschrijft als jer zegt dat handeling a van de ene speler het meest waarschijnlijk gevolgd wordt door handeling b van de andere speler. En evenals bij de weersverwachting is er bij een stabiel hogedrukgebied een grotere uitkomst van de verwachting. Zo is het bij een badmintonsituatie ook zo dat bij een hoge mate van controle over de uitvoering de mate van waarschijnlijkheid groter wordt. En ook dit is een typische eigenschap van chaotische processen, de uitkomst is afhankelijk van de beginsituatie. Een andere specifieke eigenschap is de afhankelijkheid van vele variabelen als bespanning, kwaliteit van de shuttle (een natuurproduct dat nooit hetzelfde) licht, lucht, vloer, mate van versleten schoenzolen etcetera. Dit alles brengt mij tot de conclusie dat voetenwerk als totaalconcept niet te trainen is. Wel vanuit modelmatige benadering op specifieke situaties. En zoals je al eens eerder hebt geschreven, hoe meer wapens je tot je beschikking hebt (beheerst) hoe meer kans op succes. Dat geldt bij voetenwerk ook. Hoe meer mogelijkheden een speler heeft om zich te verplaatsen, des te meer mogelijkheden heeft deze om toch nog onmogelijke shuttles te halen. Deze onmogelijke shuttles waarvan de terechte verwachting was dat die niet teruggespeeld zou worden. Deze verwachting staat tegenover een voorspelling die met een lineaire wiskundige formule te berekenen is. Chaotisch is in deze niet goed of slecht maar een gedaante met wiens typische gedrag we in onze visie op badminton rekening kunnen houden.
Hallo Rien, Je bent je ook tot een anders denker aan het ontwikkelen en dat is echt interessant want je draagt daarmee ook iets bij aan de discussie. In grote lijnen kom je tot dezelfde conclusie als dat ik doe, in zulke korte stukjes (+:- 1200 woorden) kom je er niet onder uit dat je niet alles mee kan nemen in detail. Mijn hoofd conclusie is dat de belangrijke bewegingen getraind moeten worden voor de puberteit en dat de gaten lopende de puberteit opgevuld moeten worden, dat is ook het geen jij zegt in je tweede aandachtspunt.
Er is wel een punt in je betoog waar ik het niet mee eens ben en dat is dat een badminton wedstrijd een chaotisch proces is, dit is duidelijk niet het geval, als geheel is badminton vrij voorspelbaar als je de hoofd elementen met elkaar verbind techniek, tactiek en voetenwerk. Binnen deze elementen kan het wel chaotisch en onvoorspelbaar zijn maar de uit komst van de voorspelbaarheid van het resultaat is dat niet gewoon omdat het aan een aantal natuur wetten voldoet en je daarmee badminton wetenschappelijk kan benaderen.
Er liggen inmiddels al weer 3 vervolg stukken bij de redactie van deze site juist omdat ik zo goed mogelijk rondom dit onderwerp wil komen met zoveel mogelijk logisch verklaringen over het hoe en waarom. Ik zie ook de komende week graag weer je reacties te gemoed.
Wonderbaarlijk hoe veel er is te zeggen over voetenwerk, zonder het over voetenwerk te hebben. Ik loop al een tijdje te dubben om iets te schrijven over voetenwerk, maar ik kom nooit bij voetenwerk. Voetenwerk is geen doel in badminton en van uit dat standpunt dus ook nauwelijks te behandelen. Dit zou anders zijn als er een jury naast de baan zou zitten die punten zou geven voor het voetenwerk, maar nu gaat het er om om zo efficient en effectief om te gaan binnen een gegeven situatie. Die gegeven situatie beschrijven en het daarbij meest passende voetenwerk dat is modelmatig nog wel mogelijk. In werkelijkheid is een badmintonwedstrijd een zogenaamd chaotisch proces, dat in de detailuitvoering onvoorspelbaar is en bovendien herhaalt zich nooit exact hetzelfde patroon. Vergelijk dit met de turbulentie van een druppende kraan die net te ver is opengedraaid zodat er geen individuele druppels meer vallen. In zo'n straal beschrijven de watermoleculen nooit dezelfde baan als een van hun voorgangers.
Een tweede aandachtspunt vind ik het probleem van de pubertijd, en dan met name de periode van de groeispurt. Die groei gaat niet gelijkmatig maar trapsgewijs en ook nog verschillend is de diverse lichaamsonderdelen als botten, pezen en spieren. Vooral bij jongens zie je dan ook regelmatig dat de coördinatie vermindert, de bewegingen moeten weer gecontroleerd worden door een nieuw lichaam. Voor mij beteknt dit dat ik in deze periode niet teveel mag verwachten van deze spelers en zeker moet oppassen met opmerkingen als "deze beweging die heb je allang geleden geleerd" of erger nog "mijn oma beweegt beter". Ook zal ik in deze periode voorzichtig en geduldig moeten zijn aanleren van nieuwe bewegingen maar heel veel aandacht geven aan het uitvoeren van "bekende" bewegingen om deze bewegingen steeds door het nieuwe lichaam te laten ervaren. Dit maakt het nog veel belangrijker om voor de puberteit heel veel verschillende bewegingsvormen aan te leren.
Met dat laatste punt ben ik het helemaal eens, maar om een andere reden: dubbelspelers zijn gemankeerde enkelspelers.
Dubbelen is vaak gebaseerd op het herkennen van situaties. Omdat de baanbezetting al vanaf een vrij laag niveau 100% is (er zijn geen open plekken op de baan), krijg je iedere verkeerde keuze vrij direct voor je kiezen. Daar waar je in een single een minder slimme bal vaak nog wel rennend op kunt lossen, is die mogelijkheid in de dubbel veel kleiner. Het spel draagt dus in zich dat je handelingssnelheid omhoog moet en je daartoe heb je de rust van de herkenning nodig. Je kunt pas iets herkennen als je het vaker gezien hebt, en op je zeventiende heb je nog niet zoveel gezien.
Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.