Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 
© sxc.hu

Badminton Nederland-beleid: brandjes blussen en schnabbelen

© sxc.hu+

Op voorhand moet ik zeggen dat bepaalde punten zijn overgenomen uit het rapport dat ik in september 2012 in opdracht van Badminton Nederland heb geschreven.

LET OP: De verantwoordelijkheid voor de inhoud en publicatie van dit artikel ligt bij de oorspronkelijke auteur.

3.1 Pijlers top badminton programma

Het is dus een knippen en plakken beleidsplan geworden met stukjes van de een en stukjes van de ander. Het ziet er naar uit dat alles wat Badminton Nederland wel redelijk vond klinken gebruikt is.

Hierin schuilt ook mijn grootste bezwaar, want in de spaarzame gesprekken die ik heb gevoerd met het bestuur na het schrijven van mijn rapport werd me vol trots mede gedeeld dat ik verheugd zou zijn dat een aantal van mijn punten zijn overgenomen in het beleidsplan. Mijn antwoord was kort: daar ben ik helemaal niet blij mee. De reden is ook heel simpel: met topsport kan je geen compromis sluiten. Je kan niet polderen en je kan vooral niet iedereen tevreden stellen. Ik zou mijn plan nooit gaan uitvoeren als ik compromissen moet gaan maken. Ik geloof er dan niet meer in en ik kan achteraf zeggen dat het mislukt is omdat het compromissen waren.

Ik heb bij Badminton Nederland NOOIT een visie kunnen waarnemen. Het was altijd brandjes blussen en schnabbelen. Gewichtig doen zonder iets te hebben wat het waar zou kunnen maken. Ook nu weer ligt er een plan waar geen kop of kont aan zit. Het zijn losse woorden en bij elkaar geraapte visies van verschillende mensen... Een Frankenstein dus.

Van punt 1 t/m 5 (alle punten dus) zouden allang de norm moeten zijn en worden hier gebracht als een nieuw iets. Het beleidsplan start met het invullen van de fouten van het afgelopen beleidsplan. Shit, je loopt dus weer 4 tot 8 jaar achter.

Nieuwe situatie

Badminton Nederland heeft een sterk ontwikkeld talent herkennings- en talent ontwikkelingsmodel. Structureel goede prestaties bij de junioren op Europees niveau tonen dit ook aan. Talentvolle sporters kunnen via de Badminton Academies in hun eigen regio topsport bedrijven. Dit betekent dagelijks trainen, een aangepast onderwijsprogramma en specialistische begeleiding via het Olympisch netwerk.

Badminton Nederland is nauwer betrokken bij de invulling van de sporttechnische programma’s van de Academies om zo de aansluiting bij de nationale selecties te verbeteren. Dit kan door de trainers en trainingsinhoud te leveren aan de Academies.

Deze zwaar misleidende teksten zorgen ervoor dat mijn bloed gaat koken, want hier klopt dus helemaal niets van en dat is nog niet eens het ergste. Het is zo’n beetje het meest slechte voorbeeld dat je kan aanhalen, want het spreekt je eigen pijlersprogramma tegen. Daarin zegt Badminton Nederland dat er meer aandacht aan gerichte training moet worden besteed en minder aan wedstrijden (dus resultaten).

Academies zitten absoluut niet te wachten op inmenging van Badminton Nederland voor het leveren van badmintontrainingsinhoud. Het is ook niet zo moeilijk voor te stellen waarom ze daar niet op zitten te wachten. Badminton Nederland is nu niet bepaald een voorbeeld van kennisdeling en het behalen van succes. Er is meer kennis en passie in het land als dat je dit bij de bond vindt en bij vragen over het opstarten of succesvol draaien van een academie komt Badminton Nederland vaak niet veel verder dan te zeggen “ga maar eens in Den Haag kijken”.

Ook in dit stukje tekst wordt nog een keer gesteld dat Badminton Nederland een sterk herkenning en talent ontwikkelingsmodel heeft. Wat wordt hier mee bedoeld? Want iedereen klacht steen en been over de vast geroeste nationale selectie en de manier waarop er daar wordt gewerkt. Er zijn namen genoeg van spelers die er beslist NIET heen willen of het hebben geprobeerd en snel weer zijn vertrokken.

Verder staan er een heleboel dingen in die er de afgelopen 20 jaar al hadden moeten staan zoals dat een speler zich moet inzetten en dat trainers en staf de spelers uit de selectie moeten kunnen zetten. Dat er elk half jaar een functioneringsgesprek is met de speler. Maar wat me keer op keer verbaast is het feit dat Badminton Nederland het constant heeft over “goede trainers, juiste topsportcultuur, goede technische staf”, maar ik zie nergens een definitie van deze termen. En als je dus zegt dat die er moeten komen dan zeg je ook dat ze er nu niet zijn.

Een goede analyse van de huidige situatie zou daarom heel erg goed geweest zijn voor het definiëren van het nieuwe beleid, omdat je dan kan uitgaan van dingen die je in een nieuwe situatie niet meer wil terug zien. Je krijgt door te stellen wat je niet wil ook een goed beeld van wat je waarschijnlijk wel wil. Hier komt dan ook een profiel uit van hoe je wil dat een topsporter in wording eruit moet zien, net zo goed als dat je dan kan kijken welke trainer/coach daarbij past.

Je gaat de komende jaren de focus om leggen van het spelen van veel toernooien naar doelgerichte training. Maar wat mij daarbij interesseert is of je daar ook een beeld bij hebt welke coaches daarbij passen. Je zal net als dat ik aangeef in mijn rapport moeten gaan werken met analisten en baantrainers, wat twee hele verschillende type trainers/coaches zijn.

Voor 25 augustus heeft het bestuur gevraagd hoe we tot een goed beleidsplan zouden kunnen komen. Ik heb toen een kleine groep voorgesteld om dit te gaan bespreken. Toen de lijst bekend werd van deelnemers voor 25 augustus was het bij voorbaat een mislukking. Brainstormen doe je niet met 40 man die je dan in groepjes verdeelt en van de uitkomst dan een soep probeert te maken. Dat wordt een soepzooitje.

3.3 Coaches en trainers

Om te komen tot wereldtopprestaties is specialisatie nodig. Dit begint bij de coaches. Er wordt één bondscoach ingezet, die verantwoordelijk is voor het trainingsprogramma dat baantrainingen omvat in combinatie met de randvoorwaardelijke zaken als krachttraining, (para)medische begeleiding, mentale begeleiding en voedingsbegeleiding. De bondscoach wordt ondersteund door een talentcoach. Verder zullen baantrainers en specialisten worden ingehuurd. Op deze manier kan onder leiding van de bondcoach voor iedere speler een individueel programma worden opgesteld en uitgevoerd.

Of je nu alleen voor een groep spelers staat of een hele staf heb je zult altijd een persoonlijk training en ontwikkeling programma moeten maken/hebben. Het is ondenkbaar dat spelers van een nationale selectie dit niet hebben en toch heeft Badminton Nederland zo de afgelopen 10 jaar gewerkt. De manier waarop het zou moeten werken is coaches en baan trainers uitzoeken die multi-inzetbaar zijn en de situatie moet kunnen groeien. Je hoeft niet te starten met een heel team van specialisten. Iets opzetten op voorhand is ook direct een behoefte creëren. Ik zou liever zo werken dat bepaalde behoeften niet ontstaan of je selecteert spelers op eigenschappen die voorkomen dat je in hulpbehoevende situaties komt. Met de juiste training zullen er veel minder of bijna geen blessures meer voorkomen.

De in te schakelen trainers tenminste op niveau SL 4. Er wordt door de bondscoach en talentcoach deelgenomen aan de kennisbijeenkomsten en, indien nodig, aan de Mastercoach-opleiding van NOC*NSF.

Deze opleidingen zijn in verband met het opleiden van wereldtop spelers veel te ver onder de maat. Je zult naar opleidingen toe moeten die gelijk zijn aan die van Kenneth Larsen. Met het kennisniveau in eigen land komen we niet eens op Europees niveau.

Een belangrijk onderdeel van het training- en wedstrijdprogramma is internationale uitwisseling. Dit platform is bij uitstek geschikt voor coaches om zich verder te ontwikkelen. Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland liggen op korte afstand van Nederland en zijn sterke badmintonlanden.

Het is volslagen naief om te denken dat deze landen staan te wachten om Nederland te gaan helpen als ze af en toe eens voorbij komen. Ik weet van situaties in Duitsland waar spelers die hier al lang in de nationale selectie zouden zitten daar misschien een keer een weekje mee mogen komen trainen omdat de plaatsen en hal tijd beperkt zijn en de tijd van de coaches al helemaal.

Je moet wat te bieden hebben als land om het waard te maken dat je mee mag doen. Het sterke verhaal achter het plan van Harm van Schaik, Henri Vervoort en mijzelf over Oro is dat we een eigen hal hebben midden in het hol van de leeuw.

Ook in Denemarken is er veel te weinig hal tijd beschikbaar en dus zie je dat we op Oro veel spelers en trainers kunnen krijgen die graag willen komen trainen enkel en alleen om dat we een hal hebben. Duitsland, Engeland en Denemarken zullen best wel een keer de nederlandse selectie mee willen laten doen een paar dagen, maar zullen dit nooit structureel gaan doen omdat het ten koste gaat van hun eigen spelers. Je beleid daarop baseren is zeer onverstandig en ook niet wenselijk.

Trainers in Nederland zijn nauwelijks in staat met elkaar over hun kennis te praten, omdat ze bang zijn door de mand te vallen of denken dat ze het wiel hebben uitgevonden. Geloven jullie nu echt dat ze in het buitenland wel open zullen staan voor kennisdeling? Daar staan de Nederlanders pas echt voor Jan met de korte achternaam. Deze landen zullen niet bereid zijn om hun kennis af te geven aan onze trainers.

Het is een ervaring van 20 jaar die ik heb op dit gebied, door de hele wereld af te reizen en maandenlang op een plaats te zijn, mee te werken in de hal zonder daar iets voor terug te krijgen en dan heel langzaam krijg je een plaats en gaan ze kennis delen. Nederland heeft nog niets te bieden en zal dat eerst maar eens moeten opbouwen net zo als andere landen dat hebben gedaan.

3.5 Specialistische begeleiding

In dit gedeelte staat een aantal willekeurige opsommingen waarin je geen beleidsplan kan ontdekken. Het zijn weer voorwaarden waaronder je zou kunnen werken. Ik zal er niet verder op in gaan, omdat het dan een technisch verhaal gaat worden en dus kan ik het beter in een apart artikel eens wat uitdiepen. Er staan trouwens wel een paar punten in die doodeenvoudig achterhaald zijn en direct uit de oude doos komen.

3.6 Dagelijkse trainingssituatie

Weer hetzelfde verhaal. Het gaat hier niet om een beleidsplan maar een opsomming van feiten zoals hoeveel spelers er zijn en hoeveel trainers. Dit is geen clubtraining. Het gaat hier over hoe je met de nieuwe dagelijkse situatie je talenten naar de wereldtop gaat brengen. Misschien lees ik het niet goed, maar ik zie daar niets van terug. Aan het hele stuk over de dagelijkse situatie worden 121 woorden besteed, dat is een kwart A4.

3.7 Structuur Talentontwikkeling

Er is niet of nauwelijks sprake van een door de technische directeur en bondscoaches ontwikkeld landelijk talentontwikkelingsprogramma dat leidt tot een structurele succesvolle selectie van spelers voor het nationale programma.

Het hele plan staat boordevol contradicties en ook in dit gedeelte staat weer een hele leuke. Onder ‘huidige situatie’ vinden we het bovenstaande gedeelte. Hoe is dat nu te rijmen met de tekst die elders in het stuk voorkomt: “Badminton Nederland heeft een sterk ontwikkeld talent herkennings- en talent ontwikkelingsmodel”. Het zal wel aan mij liggen... maar als je nu een stuk openbaar maakt dat uit knippen en plakken bestaat, dan moet je het wel doorlezen en kijken of het elkaar niet tegenspreekt lijkt me zo.

3.8 Organisatie en leiderschap

Dit gedeelte baart me grote zorgen. Het technisch directeurschap komt te liggen bij het bestuur, het bondsbureau en vrijwilligers. Het bestuur moet besturen en zich niet met technische kwesties bezighouden. Daar hebben ze veel te weinig verstand van en dat moeten ze aan specialisten over laten. Het bondsbureau heeft in al zijn wijsheid laten zien er een zooitje van te maken op topsportgebied . Het is daar voor door het NOC*NSF op de vingers getikt en financieel afgestraft en moet nu deze taak op zich nemen. Dat lijkt me verstandig, want daarmee is het vertrouwen naar de buitenwereld weer hersteld. En bij vrijwilligers kan ik me helemaal geen ander beeld voor ogen halen anders dan een schrikbeeld. Wie gaan we nu de aanspreken als het technisch beleid weer blijkt te falen: het bestuur, het bondsbureau of een groep je vrijwilligers?

Hierbij ben ik aan het einde gekomen van 1 jaar werk en onderzoek van de kant van Badminton Nederland, samengevat in dit rapport wat nu voorligt aan de afgevaardigden. Er zullen maar weinig afgevaardigden zijn die het ook aandachtig door hebben gelezen en van alle voortrajecten op de hoogte zijn.

Ik had het stuk nog veel meer in detail kunnen analyseren, maar dat had de conclusie niet veel veranderd. Het stuk is op de eerste plaats geen beleidsplan maar een opsomming van een aantal wensen. Het is een onduidelijk stuk zonder eigen visie en vooral geen uitstraling.

Ik heb na het lezen van dit stuk geen antwoorden gekregen over hoe we het allemaal gaan doen. Badminton Nederland wil ergens heen, maar de navigatie geeft een hele andere plaats aan. Dus als je toch deze kant op gaat zullen we spoedig horen: "Indien mogelijk, keer om!"

door

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

Wat vind jij? Er zijn al 2 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

TEST

Meer nieuws