Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 
© René Lagerwaard

Opbouw jeugdtrainingen: chain of details = individualiseren

© René Lagerwaard+

Dit jaar heb ik het geluk om een aantal gasttrainingen te verzorgen bij verschillende clubs, voornamelijk jeugdtrainingen.

'Geluk' omdat het elke keer een uitdaging is voor mij als trainer want je kent de kids niet en je kan daarmee het niveau ook heel moeilijk inschatten. Elke gasttraining is dus een beetje een sprong in het duister. Maar net dat maakt het ook zo leuk en houdt je als trainer ook gewoon scherp.

Hieronder wil ik graag met jullie delen hoe ik zo een jeugdtraining geef en hoe ik ze opbouw. In het algemeen zijn er twee manieren waarop ik het zou kunnen doen. Of ik geef de kids een overzicht hoe ik mijn jeugdspelers train met allerlei verschillende oefeningen. Of ik bouw de hele training op rond 1 thema. In dit artikel ga ik het hebben over de tweede manier. Het uitkiezen van 1 thema (in dit geval voetenwerk en lichaamshouding naar het net) en dat verder uitwerken. Het staat u uiteraard vrij om ook andere thema's te nemen, dat spreekt voor zich.

Ik stel steeds een aantal zaken voorop als ik jeugdtraining geef. Wat voor mij absoluut van prioritair belang is: FUN, LACHEN, PLEZIER. Je mag nooit vergeten dat je met (jonge) kinderen bezig bent en uiteraard willen ze beter worden, maar die gasten willen er ook vooral heel veel plezier uithalen. Ik wil dan weer dat ze elke training ook effectief iets leren. Maar dat wil nog niet zeggen dat je het saai moet uitleggen en brengen. Iets op een leuke manier uitleggen, jezelf af en toe eens wat belachelijk maken,... kortom er zijn manieren genoeg om je uitleg op een leuke manier te doen. Je merkt direct dat als je de kids mee kan krijgen en als ze zich amuseren, ze zich automatisch ook veel meer gaan inzetten. Het is wel belangrijk dat je het lachen niet zover laat gaan dat ze alleen nog maar lachen en onnozel doen en niet meer trainen. Een goede balans vinden is dus noodzakelijk en niet altijd even gemakkelijk... Fingerspitzengefühl en wat ervaring helpen hier zeker bij.

Een ander iets dat ik zeer belangrijk vind is uiteraard dat ze constant bijleren, vooral technisch en tactisch. Zeer lange opwarmingen zonder racket waarbij spelers zich enkel maar rot moeten rennen zijn, op zijn zachts gezegd, niet echt aan mij besteed. Als ik mijn spelers al laat lopen, is het veel met racket in de hand (en dan specifiek badminton bewegingen), agility (ook meestal met racket in de hand), coördinatie, core stability of zeer af en toe wat snelheid (maar dan ligt de focus meer op het afzetten dan echt op de snelheid). Wat ik steeds probeer is om in de opwarming reeds het algemene thema van de training te integreren (in dit voorbeeld dus het voetenwerk naar het net). Een voorbeeld kan zijn om de spelers ter plaatse agility te laten doen, dan een cijfer te roepen (1=FH voor, 2=BH voor) waarbij ze de loopbeweging dan moeten uitvoeren). Dit lijkt verdacht veel op voetenwerk zonder shuttle (:-s), waar ik dus geen voorstander van ben. Dat zou kloppen als je geen extra's in deze training gaat leggen.

Hieronder 2 manieren om dit te doen, die ik meestal beide probeer te integreren:

  • Je stelt focuspunten (FP) op in een chain of details:

    • (1) afduwen met tegengestelde voet van de looprichting,
    • (2) afstand nemen met andere voet in de richting van de shuttle,
    • (3) het asap uitstrekken van de arm richting de shuttle waardoor je lichaam extra in de richting 'getrokken' wordt,
    • (4) de hoogte van de arm bij het uitstrekken,
    • (5) het voetenwerk dat je wil gebruiken (naar FH met voor - of achter - overstap, naar BH met eventueel huppel om extra afstand te kunnen maken - zeker bij jeugd belangrijk),
    • (6) gebruik van de andere arm in de tegenovergestelde richting om zo de balans in het lichaam te optimaliseren,
    • (7) het recht houden van de romp en dus bovenlichaam,
    • (8) de grootte van de uitvalpas,
    • (9) het 'zacht/geluidloos' neerzetten van de uitvalvoet (hiel-tenen in een soort van rolbeweging, waardoor de energie niet in de grond gestampt wordt en FP 13 ook [makkelijker] uit te voeren is),
    • (10) de richting van de tenen/voet bij het uitvallen,
    • (11) Het uitademen bij het slaan/raken van de shuttle
    • (12) Gebruik maken van een korte slagbeweging
    • (13) de recovery-step na het uitvallen,
    • (14) de keuze van manier van terugkeren afhankelijk van de slag die gespeeld is,
    • (15) verschil in snelheid tussen naar de shuttle en terug naar basis
  • Naast deze focuspunten leg ik nog een ander aspect in dit soort training, braintraining. Het is voor spelers (later) ook heel belangrijk dat ze op hele korte tijd beslissingen kunnen nemen en zich kunnen aanpassen. Aanpassen aan het spel van de tegenstander of hun spel aanpassen aan de aanwijzingen van de coach. Iets waar trouwens heel veel spelers in Nederland en België enorm veel moeite mee hebben. Nadenken tijdens het spelen en het kunnen schakelen is later van essentieel belang. Dit is een manier waarop ik het eenvoudig in de training breng: in het begin is '1' uitvallen naar de FH hoek voor, en '2' uitvallen naar de BH hoek voor. Na verloop van tijd wordt 'Blauw' uitvallen naar FH, 'Rood' wordt uitvallen naar BH. Je kan hier eindeloos in blijven wisselen. 'Appel' = FH, 'Peer' = BH, enz. Telkens je de 'codes' voor een hoek wijzigt moet de spelers terug nadenken en vermijd je het automatisme.

    Hier kan je dan ook nog eens gradaties aan toevoegen, bijvoorbeeld: Elke groente die je opnoemt is FH, elk fruit is naar de BH... een dier dat vliegt is FH, een dier dat kruipt is BH... kortom de mogelijkheden zijn eindeloos... uw inbeeldingsvermogen is de enige limiet.

Bij dit laatste (eigen inbeelding en creativiteit) wil ik nog een kanttekening maken. Op de trainersbijscholing die we gehouden hebben op het kamp afgelopen zomer, hebben we een stuk rond voetenwerk gedaan. Hierin kwam ook het onderwerp voetenwerk zonder shuttle aan bod, waarbij er bij de 6 hoeken een kleur werd gelegd. De trainer riep dan een kleur en dat was dan de hoek waar je naartoe moest. De trainer merkte op dat hij de kleuren elke training opnieuw in dezelfde hoek legde. Ik vroeg hem waarom? Zo weten de spelers op den duur heel snel waar ze naartoe moeten. Toen is er een hele leuke discussie ontstaan, net omdat ik de kleuren, elke keer ik dit zou doen, in een andere hoek zou leggen. Of zelfs met andere kleuren zou werken. Op deze manier laat je je spelers juist elke keer opnieuw nadenken en vooral gefocusseerd trainen. Als ze op de duur de kleuren van buiten kennen wordt het een gewoonte en krijg je spelers die op automatisme de bewegingen naar de hoeken gaan doen. Maar denk even na... elke beweging naar een hoek komt er nadat je tegenstander een (gedeeltelijk) willekeurige slag uitvoert. In een wedstrijd moet je dus ook elke keer gefocusseerd zijn, anders kom je te laat. Zulke "gewoonte-trainingen" zijn dus quasi nutteloos als je het mij vraagt. Hoe meer de speler vertrouwd geraakt met de vaste kleur van een hoek, hoe minder intensiteit er in de oefening zal kruipen.

Ik heb het trouwens nog nooit gedaan op deze manier, en werd op het kamp voor de eerste keer met deze oefening geconfronteerd. Maar tijdens de discussie vond ik kleuren eigenlijk nog te eenvoudig, zeker voor de betere jeugdspelers. Ik vroeg me af hoe ik mijn spelers nog meer kon laten nadenken voordat ze een keuze konden maken. Ik laat jullie even zelf proberen een oplossing te zoeken... op het einde van dit schrijven geef ik je mee hoe ik het zou doen, als ik er ooit mee zou werken. Dit maar om aan te tonen dat je elke oefening die je ziet zelf kan/moet evalueren en aanpassen aan uw eigen visie.

Op deze manier hebben we een opwarming zonder shuttle toch aardig 'gepimped' met techniek, tactiek en braintraining. En als je er af en toe nog een grapje tussenzwiert vinden de kids het zelfs nog leuk ook. (Zeg niet 'rood', maar 'bordeaux', roep 'pinguïn' - vogel die niet kan niet vliegen, ook hier is uw verbeelding de enigse beperking.)

Een laatste kanttekening die ik wil maken bij deze opwarming is dat ik de focuspunten (FP) vrij algemeen hou (ik beperk het tot 4 ofzo) maar die corrigeer ik bij iedereen constant terwijl ik tussen hen inloop (spelers staan niet elk op een veld, maar allemaal in een groep, met de gezichten naar 1 kant - uiteraard met voldoende afstand om 'werk'-ongevallen te vermijden). Ik communiceer deze 4 FP ook met hen voor aanvang en vraag hen om daar specifiek op te letten. Voor mezelf neem ik per FP dan ook 1 kernwoord, zodat ik de spelers hierop kan attenderen met het uitspreken van dit ene woord (het blijft een gezamenlijke opwarming, dus het constant stilleggen voor uitleg is niet aangewezen). Ik roep het woord dan ook naar de speler, op die manier dat iedereen het woord hoort , en dus ook iedereen op zijn minst even weer aan dit FP herinnerd wordt.

De andere FP'en en het veel meer in detail werken doen we tijdens de training op het veld met de shuttle waar je meer tijd per spelers hebt en ze ook persoonlijk kan gaan begeleiden/corrigeren in detail.

Training met shuttle

Het individualiseren van de training zit hem hier dus in de focuspunten. Zeker bij jeugdtrainingen gaat het om het aanleren van basisvaardigheden en dus zijn trainingen in zijn geheel nog vrij gelijk. Het zijn net de focuspunten die dan het verschil per speler gaan uitmaken.

Om nog even wat dieper in te gaan op de FP'en. Het is zo dat je maar aan 1 ding tegelijk kan denken. Het werken aan verschillende zaken is dus niet meer dan een chain of thoughts bij de speler en een chain of details voor trainers. Je vloeit van het ene FP over naar het andere. Hierboven heb ik 15 FP'en gedefinieerd die nu in mij opkomen. Uiteraard is deze lijst alles behalve een vast gegeven. Deze is extreem afhankelijk van:

  • (1) welk soort spelers,
  • (2) gradatie van (badminton)ontwikkeling van de spelers,
  • (3) spelstijl van de speler,
  • (4) zelfs deels van de visie van de trainer,
  • (5) ...

Het individualiseren ligt hem dus juist in welke focuspunten je bij welke jeugdspeler gaat benadrukken en op welke FP'en je bij die speler meer de focus gaat leggen dan bij andere spelers.

De focuspunten zoals ik die hierboven heb gedefinieerd zijn voor mij heel natuurlijk en zijn zaken waar ik als trainer 175% achter sta en in geloof. Ik zie ze dan ook onmiddellijk (of meestal het gebrek eraan) en kan dus heel snel aan een speler zien welke FP'en bij die speler op dat moment van belang zijn. Voor mij is dat mijn houvast. Het is belangrijk als je op deze manier gaat werken dat je je eigen waarheid hiervoor vormt. Aan de hand van uw eigen opgebouwde visie kan je dit ook uitwerken. En eens je dit gedaan hebt is het helemaal niet zo moeilijk om al deze zaken in het spel van een speler te herkennen of te missen.

Training opbouwen

Ik laat de spelers eerst werken met het heel eenvoudig aangooien van de shuttle, op deze manier kunnen de spelers er rustig inkomen en kan ik al direct een goed beeld krijgen van hoe ze omgaan met alle focuspunten. In de opwarming leggen we de focus op een aantal (de belangrijkste) focuspunten, maar nu met shuttle ga ik per spelers echt in detail en corrigeer alles wat ik zie. Wat ik persoonlijk wel belangrijk vind is om dit op te bouwen. Kinderen leren snel, dat weten we allemaal, maar als ik ze in 1 keer alles vertel, is het mijn ervaring dat het teveel is om te verwerken. Daarom werk ik per 1, 2 a 3 focuspunten elke keer ik bij ze langskom (afhankelijk van hoe snel ze dingen oppikken). Juist omdat je ze elke keer nieuwe focuspunten meegeeft kunnen spelers dit ook redelijk lang volhouden. Zo maak je een saaie oefening voor spelers toch zeer interessant en leerzaam. Je zal er van versteld staan hoe leergierig de meeste spelers wel zijn. Elke keer voelen ze dat het beter en vlotter gaat bij elke FP dat ze onder de knie krijgen. En zolang ze vooruitgang voelen is het niet zo moeilijk om ze gemotiveerd te houden. Uiteraard stap je na verloop van tijd over naar een oefening waar je met 1 shuttle of met multishuttle training gaat werken. Op dit moment krijgen de meeste spelers onherroepelijk een terugval. Wat bij het aangooien nog allemaal lukte, zal nu terug voor een stuk verdwijnen. Dat is absoluut en volkomen normaal. De focus van de spelers verschuift nu automatisch van de techniek van het lopen en het slaan naar het goed raken, spelen van de shuttle. Tevens bepaalt de werker niet langer het tempo, maar moet hij zich meer aanpassen aan het tempo van de rally/aangever. Dit zorgt er mee voor dat de focus dus helemaal anders gaat liggen. Belangrijk is om aan de spelers aan te geven dat je het op dit moment helemaal niet belangrijk vindt of ze de shuttle goed raken of niet. Vertel hen dat je focus ligt op het correct uitvoeren van het voetenwerk en de slag (kortom, de focuspunten waarop je gewerkt hebt). Als dat goed zit, volgt de shuttle vanzelf. Blijf als trainer hameren op het juist uitvoeren ook al zorgt dit voor een mindere kwaliteit van het spelen van de shuttle.

Het kan zijn dat je tijdens deze fase van de training dan iets zal moeten terugschakelen voor (een) speler(s). Dat maakt helemaal niet uit en is zelfs normaal. Schakel terug en focus terug op een iets beperkter aantal FP'en en bouw van daar terug op, op dezelfde manier als tijdens de vorige oefening met aangooien. Spelers gaan nu terug door hetzelfde traject als tijdens het aangooien en je zal versteld staan hoe snel ze het dan terug oppikken. Belangrijk is dat je als trainer wel constant blijft overbrengen wat ze goed doen en waar ze nog op kunnen verbeteren. Het ergste wat je nu kan doen als trainer is rustig vanaan de zijlijn de toeschouwer gaan uithangen. Nee, elke keer in het veld stappen en ze duidelijk laten weten waar ze nog op kunnen verbeteren, maar ook benadrukken wat ze al goed doen. Ga dus niet van buiten het veld liggen schreeuwen wat ze verkeerd doen, daar hebben ze niets aan. Ga er naartoe, leg het hen uit, toon ze het nog een keer als het nodig is, en geef ze (letterlijk) een schouderklopje of een high-five voor wat ze wel al goed doen.

Het is een zeer intensieve manier van training geven, maar ook de meest efficiënte. Spelers worden constant gecorrigeerd en aangemoedigd (het spreekt voor zich, hoop ik, dat als spelers iets goed doen je hen hier constant op attendeert. Zeker bij jeugdspelers is dit enorm belangrijk, maar daar geen verdere uitwijding over, dat is een apart stuk op zich).

Hoe groter je groep hoe minder tijd per speler je hebt uiteraard. Ineens een extra goede reden om ook de aangevers in te schakelen als trainer. Tijdens deze manier van trainen betrek ik dan ook de aangever in de training. Nadenken is 1 maar ook het observeren van spelers is belangrijk in de ontwikkeling van spelers. De FP'en die ik met de werker bespreek geef ik ook mee aan de aangever (niet altijd allemaal). Het is dan ook zijn 'training' op dat moment om er bij de werker op te letten of hij de FP'en goed uitvoert. Indien niet moet hij dit vertellen aan de werker.

Het is ook echt opvallend hoe leuk spelers het vinden om zo gedetailleerd te trainen. Elk FP dat ze onder de knie krijgen is een soort van overwinning en is een reden om ze te belonen, aan te moedigen. Nu heb je dus niet minder dan 15 redenen om een speler te complimenteren en hen te laten voelen dat ze vooruit gaan.

De laatste gasttraining die ik gegeven heb, hebben we letterlijk heel de training (op wat racketvaardigheid- en core stability spelletjes na om het ijs wat te breken) aan dit thema gewerkt. Uiteraard in de opbouw zoals hierboven beschreven en niet 1.5 uur dezelfde oefening. Dus begonnen met oefenen zonder shuttle, dan met aangooien en dan met een oefening met maar 1 shuttle.

Na zulk een gasttraining hou ik met de kids altijd een nabespreking en letterlijk iedereen zei dat ze het enorm leuk vonden om een keer op deze manier, zo in detail, te trainen. Ze hadden veel geleerd, vonden dat ze veel vooruit waren gegaan, en hebben zich nog goed geamuseerd ook.

Ik sta dan ook 100% achter deze manier van training geven. Het is trouwens niet zo dat ik dit enkel doe bij gasttrainingen, ook bij de U13 selectie op de Lokerse badmintonschool bouw ik mijn trainingen zo op. En ook hier valt op hoe gemotiveerd de spelers elke week weer zijn om bij te leren. Deze week heb ik ze voor het eerste de opdracht gegeven om een nieuw stuk voetenwerk thuis te oefenen. Ze krijgen in de loop van deze week ook allemaal een video met het voetenwerk thuis gestuurd. Ik moet eerlijk zeggen, ik ben benieuwd of ze het zullen doen.

PS: ik zou de kleuren vervangen door cijfers van 1 tot 6 en simpele rekensommen van maken.

door

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

Over de auteur: Roel Van Heuckelom

Zeg je Roel, dan zeg je Duvel. Maar naast liefhebber van een Vlaams biertje is deze Zuiderbuur natuurlijk bekend om zijn succesvolle Badcoach kampen.

vorig artikel

Zeg nu nog eens dat badminton saai is

3 jaar geleden

volgend artikel

Duinwijck trotse herfstkampioen

3 jaar geleden

Wat vind jij? Er zijn al 5 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Over de auteur: Roel Van Heuckelom

Zeg je Roel, dan zeg je Duvel. Maar naast liefhebber van een Vlaams biertje is deze Zuiderbuur natuurlijk bekend om zijn succesvolle Badcoach kampen.

TEST

Meer nieuws