Deze negen dagen zijn voor mij een grote inspiratiebron geweest. Waarom, zal je je afvragen. Om deze vraag kort en krachtig te beantwoorden: ik ben aan het denken gezet over meerdere aspecten van het leven. Daarnaast heb ik ontzettend leuke tijd gehad, omdat er heel veel gelachen is.
Hoe is het allemaal begonnen?
Begin november van vorig jaar heb ik contact gezocht met Ron Daniëls om eens te onderzoeken of het mogelijk is dat ik een bijscholing zou volgen. Dit omdat ik als beginnend trainer (in het voorjaar van 2012 een SL-2-cursus afgerond en geef training vanaf januari 2012) meer te weten wil komen over het zijn van een badmintontrainer. Na het lezen ven de vele positieve berichten van Ron op Oro op badmintonline.nl, was ik wel benieuwd geraakt in wat hij in zijn mars heeft als badmintontrainerdocent.
Nu was het oorspronkelijke idee dat ik bij het Oro Christmascamp zou zijn. Maar door werkzaamheden aan de hal is dit kamp niet doorgegaan. Daarom werd mijn bijscholing doorgeschoven naar de voorjaarsvakantie, waar ik samen met Leon, Jeroen, Huynh en natuurlijk Ron aan de slag ging om mijn vaardigheden als trainer te verbeteren.
Eerste paar dagen
Dan sta je daar als zogenaamd 'trainer' de eerste dag naast Ron Daniëls die beweert en waarvan ik nu ook wel denk dat hij een van de betere coaches/trainers is van Nederland (misschien wel de beste, maar ik heb een beperkte hoeveelheid vergelijkingsmateriaal). Wat is het idee? Mag ik vragen stellen, wanneer ik iets zie wat in niet helemaal begrijp? Of is het wachten totdat Ron aan mij vragen gaat stellen? En wat wil hij zien van mij? Kortom, ik was een beetje zenuwachtig.
Zoals wel vaker, hoefde ik helemaal niet zenuwachtig te zijn. Want op een zeer natuurlijke wijze gingen wij met elkaar om: ik heel veel vragen stellen (met name de simpele vraag 'waarom?'), en Ron en de spelers heel veel antwoorden geven. Dit vraag en antwoord spel heeft mij heel veel nieuwe kennis opgeleverd. Een beter inzicht in de logica van een training en de tactieken die gebruikt worden in een wedstrijd. Daarnaast heb ik ook heel veel vragen over mijn handelen als trainer en als persoon gekregen, die ik vaak met moeite kon beantwoorden, omdat ik soms simpelweg niet overal aan denk: het gehele plaatje over badminton is bij mij nog niet ontwikkeld. En vaak weet ik ook niet hoe ik zelf in elkaar steek.
Spiegel voorhouden
Gedurende de week werd natuurlijk mijn bekwaamheid als trainer geanalyseerd aan de hand van trainingen die ik mocht geven aan jonge kinderen en aan Huynh en Leon. Zeer interessant deze analyses, omdat je een spiegel wordt voorgehouden. Natuurlijk is het niet altijd even leuk om aan te horen wat je als trainer verkeerd doet, maar zo kom je er wel snel achter wat je tekortkomingen zijn. Nu is stap twee, om aan deze tekortkomingen te werken. Dit heb ik geprobeerd te doen tijdens de week op Oro en zal ik nu ik weer terug ben in Nederland, blijven moeten doen op de trainingen die ik geef. Zo kan je namelijk alleen een betere trainer worden: continue jezelf proberen te verbeteren. Dus werken aan je zwakke punten. (Is dit ook niet het gedrag wat je als trainer bij je spelers wilt zien?)
Voorbeeld training
Om een kort voorbeeld te geven: op de tweede dag mocht ik een jongetje van rond de twaalf jaar zijn eerste badmintontraining geven. Het was dacht ik zijn vierde keer dat hij in een hal had gebadmintond. Na een leuke warming up (jumpstyle aanleren), gingen we badmintonnen. In het begin hield ik het heel simpel: de jongen mocht op een plek in het achterveld blijven staan en de shuttles terugspelen. Daarna gingen we het moeilijker maken: nu moest hij de shuttle vanuit twee hoeken in het achterveld terugspelen. Opvolgend wou ik zien dat wanneer de shuttle op zijn backhand kant wordt gespeeld, dat hij een around the head ging spelen. Wonderbaarlijk voerde hij deze slag bijna perfect uit en dit terwijl dit zijn eerste training was. Als laatste stap werden de shuttles willekeurig in de hoeken geslagen. Als tip gaf ik hem mee dat wanneer de aangever slaat, hij een splitstep moet maken, zodat hij naar beide hoeken kan gaan. Ook dit werd goed opgepakt.
Nu gingen we aan de slag bij het net. Eerst ging hij de meest simpele slag uitvoeren: netdrop rechtdoor op een positie bij het net. Dus een drukbeweging. Dit werd uitgebreid door een tweede hoek aan het net toe te voegen. Nu moest er dus ook gelet worden op het voetenwerk: met de juiste voet uitstappen en met zo min mogelijk stappen terugkeren naar de andere hoek. Toen stapte Ron in het veld: de jongen ging cross netdrops aanleren. Met een hele effectieve maner van leren deed Ron dit: hij begeleide de arm van de jongen zo, dat de slag perfect werd uitgevoerd. Door deze manier van een slag aanleren, kon het jongetje, nadat Ron de arm losliet, redelijk goed tot perfect de slag uitvoeren. Dus een jongetje van twaalf dat amper heeft gebadmintond had dus – naar mijn begrippen – een ingewikkelde slag geleerd. Daarnaast kon hij al een around the head plus juist voetenwerk uitvoeren zowel achterin als voorin. Verbazingwekkend.
Wijze les geleerd
Dus de wijze les die ik uit deze training heb gehaald is dat je als trainer het ingewikkeld kan maken voor jonge spelers. Daag ze uit. En daag jezelf als trainer ook uit, om te kijken wat jonge spelers kunnen leren. Als jonge spelers bepaalde slagen op een natuurlijke manier al kunnen uitvoeren, hoef je daar als trainer beperkte hoeveelheid aandacht aan te besteden: tijdwinst. Kan je je weer focussen op andere zwakheden. Daarnaast kan het heel veel helpen om als trainer de slagbeweging van een (jonge) speler te begeleiden. Vraag natuurlijk wel van te voren of ze dat willen.
Einde
Continue bezig zijn met badminton is wel redelijk vermoeiend. Maar ik heb genoten van de week op Oro. Dit omdat ik zelf badminton een fantastische sport vind. En als je met meer mensen te maken hebt, die ook badminton een fantastische sport vinden (lees ook wel: gekken), is er genoeg gespreksstof die iedereen interessant vindt.
Reacties 6
Ik heb Oro alleen als voorbeeld genomen. Als een jonge speler die de potentie heeft om de wereldtop te halen een andere weg wil inslaan (dus bijvoorbeeld Indonesië), vind ik dat de bond dit moet ondersteunen. Mij gaat het er alleen om dat de doelstellingen, die door de speler zelf worden gesteld, ieder jaar behaald dienen te worden. Wanneer de doelstellingen niet behaald worden, stop je als bond zijnde met een financiële bijdrage.
Hoe zie jij dat dan in de praktijk, als spelers geld krijgen om naar ORO te gaan dan willen andere geld hebben om naar Indonesië te gaan. Wie gaat dat allemaal sturen? Het noemen van de naam Daniels bij BN is als vloeken in de kerk, je kunt van hen geen steun vinden voor ook maar 1 euro als het iets met Ron of Oro te maken heeft.
Mijn mening is dat wanneer jonge spelers, die de potentie hebben om wereldtop te worden, geloven in de aanpak van Oro, zij daar naar toe moeten kunnen gaan. Dit betekent dat de bond dan een speler een bepaald vrij besteedbaar budget geeft, dat een speler kan besteden om de kosten van Oro gedeeltelijk te kunnen dekken. Tegenover het beschikbaar stellen van het budget staat wel dat de speler in een plan van aanpak aangeeft hoe hij denkt de wereldtop te behalen; doelstellingen en meetmomenten ieder jaar. Wanneer de doelstellingen niet worden behaald, dient de financiële bijdrage gestopt te worden.
Dus om je vraag te beantwoorden: ja, ik denk dat Oro een rol kan spelen in een topsportplan. Wat ik zelf als beginnende trainer ook wel interessant vind is dat je van Oro, naast een plek waar topsport kan worden bedreven, ook een leerplek voor trainers kan maken. Ik heb namelijk zelf een waardevolle bijscholing gehad. En ik denk dat zo'n bijscholing voor heel veel trainers nuttig kan zijn.
Nu kan je je het volgende afvragen: waarom zou je als bond geld steken in Oro om daar een leerplek van te maken? Ik houd de volgende redenering aan: hoe meer goede trainers in Nederland, des te beter de verenigingen in Nederland trainingen kunnen aanbieden, waardoor leden een leukere of interessantere training kunnen bijwonen, waardoor leden langer lid blijven van een verenging ofdat zelfs verenigingen in ledenaantal kunnen groeien.
Groei van ledenaantal van verenigingen wil je juist als bond zien. Het duidt namelijk op de popularisering van de sport badminton.
Harm is het soort afgevaardigde die we nodig hebben, hij is op het Internet, hij gaat kijken waar het gebeurd en hij trekt zich niets aan van de verhalen die er worden verteld. Meer jonge mensen aan de macht zou ik zo zeggen.
En ...... nog inspiratie opgedaan voor de extra bondsvergadering over het Topsportbudget in april?
Hi Harm, zo te lezen een leuke trainingscursus/badmintonvakantie achter de rug. Ik ben best benieuwd om van jou te horen of naar jouw mening (en je kan nu uit ervaring spreken) Ron Daniëls en Orø nu wel of niet iets zouden kunnen betekenen voor het topsportprogramma van BNL.
Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.