Dit artikel is een reactie op Het trainen met zware rackets kan naar het rijk der fabels door Ron Daniëls.
Het is tijd om met andere middelen de snelheid en kracht te vergroten. Kracht en snelheid zijn gerelateerd aan elkaar. Hoe lager het gewicht (van het racket) hoe hoger de snelheid en andersom. Wat getraind moet worden is de snelkracht waarbij met een lichte weerstand een zo hoog mogelijk snelheid behaald moet worden.
Hoeveel zwaarder moet het racket nu worden?
Je hoort links en rechts dat er met squash- en tennisrackets wordt getraind. Anderen geven aan dat ze een topzwaar badmintonracket gebruiken. Waar ligt nu "de waarheid"? Dat hangt af van een aantal factoren. Een aantal jaren geleden toen ik zelf nog enthousiast tegen een shuttle stond aan te meppen trainde ik ook met jawel... een houten tennisracket.
Daarbij maakte ik geen doorzwaaiende bewegingen maar stopte ik, in een serie van zo'n 10 slagen, na elke slag in een neutrale stand en dat wel zo snel mogelijk om van daaruit weer aan te zetten voor de volgende slag. (Dus Ron zo revolutionair was je introductie van RD niet, ik deed dat al zo'n 30 jaar geleden, no offence.)
Wat daarbij kwam dat ik gelukkig in staat was mij een badmintonsituatie voor te stellen waarin ik bijv. verdedigde in het dubbelspel. Ik 'zag' de shuttles.
Had dit gevolgen voor mijn coördinatie? Jazeker, maar ik deed dit soort trainingen in de voorbereidingsperiode, dus geen wedstrijden. Ik trainde in feite 'domme' snelkracht waarvan de snelheid bovendien ook nog te laag lag. Naarmate het wedstrijdseizoen naderde, schakelde ik over naar het gebruik van zwaardere (houten) badmintonrackets waardoor de snelheid toenam en de coördinatie weer dichter bij de ideaalbeweging kwam.
In de wedstrijdperiode kun je ook met een verzwaard racket spelen. Het blijkt (ook weer een onderzoek bij honkbal) dat pitchers harder gooien als ze met zwaarder materiaal getraind hadden. Alleen de vraag is hoeveel zwaarder? Het blijkt dat als het wedstrijdgewicht 10% zwaarder is de coördinatie daardoor niet of nauwelijks onder te lijden heeft.
Dus speel je met een racket van 100 gram dan kun je een visloodje van 10 gram aan de steel plakken ter hoogte van het zwaartepunt. Niet hoger uiteraard (aan de T) anders 'weegt' het racket uiteraard meer. Een zeer bruikbare oefening voor de betere speler is het squashen tegen een muur waarbij je zo snel en hard mogelijk slaat totdat je voelt als speler (of ziet als trainer) dat de snelheid afneemt. Hierdoor neemt de kracht en snelheid in slagen toe. Als spel er voel je dan de verzuring in vooral je onderarm toenemen bij onderhandse slagen en drives en in je schouder bij bovenhandse slagen.
Omdat je snelheid wilt trainen is doorgaan dan niet zinvol. Het ligt dus voornamelijk in de intensiteit (gewicht) en de duur van de belasting (tot max 20 sec.) of de snelheid en daarmee de kracht van het slaan zal toenemen. Bij deze vorm van training hoef je ook niet bang te zijn dat je spiermassa zal toenemen. Er zal voornamelijk aanpassing plaatsvinden in de intramusculaire coördinatie.
Maar er is meer.
Het is ook mogelijk met een zwaardere belasting in de vorm van een gewichtsvest op de baan te trainen. Hoeveel kilo kun je aan een speler hangen? Dat ligt rond de 5%. Een speler van 70 kilo kan dus een extra gewicht van ongeveer 4 kilo aan. Het gewicht moet wel zo veel mogelijk rond het lzp van de speler zitten. Juist omdat de romp grote bewegingsuitslagen maakt wordt de belasting van de lumbale wervelkolom anders te hoog als het gewicht te hoog zit. Uiteraard zal het bewegen over de baan trager worden. Deze trainingsvorm is dus niet geschikt in de wedstrijdperiode maar kan toegepast worden in de voorbereidingsperiode. Hierdoor wordt een partijtje van de sterkere, verzwaarde speler tegenover de mindere speler toch weer interessant voor de betere speler.
Voor welke spelers heeft het trainen met toegevoegde belasting nu zin c.q. kan dit veilig gebeuren? Mijn advies in deze: alleen doen met spelers met een uitstekende coördinatie waarin weinig tot niets te verbeteren valt en daar dus geen winst meer kunnen boeken.
Daarnaast spelers die over een goede basisconditie beschikken op het gebied van kracht, snelheid en uithoudingsvermogen. Is deze basisconditie aanwezig dan kun je hierop verder bouwen. Zo ingeschat zijn dit spelers die zo'n 15 á 20 trainingsuren per week maken, zeg maar de toplaag. Bij anderen zullen dit geen zinvolle trainingen zijn en zij kunnen meer winst boeken met bijv. het inslijpen van een goede techniek.
Bent u er nog?
Het kan nog anders: Het trainen met lichter materiaal. De weerstand (gewicht van het racket) is minder dan het wedstrijdgewicht. Lag bij een zwaarder racket het accent op de overwinnen van een lichte extra weerstand, nu ligt het accent op de snelheid en speelt de kracht bijna geen rol. De slagen gaan dus sneller dan normaal.
Wat moet je daar nu mee? Dat komt in de wedstrijd toch niet voor?
Het trainingseffect bestaat hieruit dat de hersens informatie krijgen van een beweging die ze nog niet kennen en daar leren ze van. Ze leren nu eenzelfde beweging die sneller gaat en als speler voel je dat ook, waardoor je na verloop van tijd ook met je normale racket sneller slaat.
In de atletiek zie je dat sprinters in hun training soms licht heuvel af lopen met een snelheid die hoger is dan die ze op een vlakke baan kunnen bereiken. Dit doen ze met zo veel mogelijk behoud van techniek. Op Papendal is daarvoor een schuin aflopende baan die dit mogelijk maakt.
Volgende keer meer.
Reacties 11
Deze discussie is voorbij; achterhaald en saai, verder er zijn nog veel meer dingen die moeten worden besproken, laat het saaie werk maar bij BNL.
Zwarte ballen ..tjonge tjonge .. mij is altijd geleerd voorkom dat je het zwart voor de ogen ziet..levensgevaarlijk !!!!!
Heeft BN nu twee technische coaches die vinden dat de technische staf geen idee hebben waar ze mee bezig zijn? Het gaat echt geweldig op Papendal moet ik zeggen. De BBvB (body Building voor Badminton)
Je leest de reactie van Ron en daarna het geen Guus schrijft, met nadruk wil ik zeggen "daarna". Guus bevestigd voor 100% wat Ron schrijft, ze doen maar wat, verkeerde training in het verkeerde deel van het seizoen. Ron schrijft in het artikel over Renske "wij doen badminton kracht training (of iets van die strekking)" Guus schrijft dat een paar fitness trainers wat lopen te knoeien met badminton spelers, maar dan wel met de spelers van de nationale selectie? Denken deze mensen niet zelf, hebben ze geen verantwoordelijkheid voor hun eigen training? Hoe verder we komen met de uitvoering van dit beleid hoe meer blijkt het dat Ron gewoon gelijk heeft en dat op voorhand al heeft gezegd. Wordt het niet eens tijd dat BN, het bestuur en al die andere trotse personen die het denken te weten hun domheid aan de kant zetten en iemand met verstand van zaken het beleid laat doen? Ron Daniels lijkt me de meest geschikte persoon om Nederland uit deze troep te halen.
Leuk om te lezen dat er andere trainers zijn die de waarnemingen van Daniels bevestigd, geen persoonlijke benadering en allemaal het zelfde doen, geen periodisering.
Hi Guus, je legt hier het probleem bloot (zoals Ron Daniëls dat ook al vaker heeft gedaan) op basis van eigen waarneming: 1) er is geen maatwerk voor de speler, 2) is de training wel geschikt voor deze spelers (op dit moment), 3) de attitude van de spelers van nu (vroeger werd in elke training alles gegeven todat het zwart voor de ogen werd)
Ik wil eigenlijk de Nederlandse spelers of selecties niet in de discussies betrekken. Wie er allemaal wel of niet goed bezig zijn vind ik in deze rubriek niet interessant. Ik denk dat deze rubriek vooral de bedoeling heeft om over training van gedachten te wisselen en geen spelers, trainers, bond etc. de oren te wassen.
Hoewel.... ik kan het toch niet laten.
30 aug. Ik ben op Papendal om les te geven. Bij het parkeerterrein zie ik toevallig een clubje mensen aan het trainen. 7 spelers en een begeleider. Ik meen daar Eric Pang te herkennen. En opeens gaat het lampje bij me branden dat hier de nationale selectie aan een buitentraining bezig is. Ik heb een aantal onderdelen van de training gezien, dus niet de hele training. Ik weet niet wat er vooraf is gedaan in de w.up, noch wat er daarna in de training gebeurd is. De sfeer kan als gezellig beschouwd kon worden. Er wordt gebabbeld en wat gelachen mede door de enthousiaste begeleider die de sfeer er goed inhoudt.
De volgende activiteiten neem ik waar:
Een soort hinkeloefening in een vierkant van ongeveer 1x1 meter dat verdeeld is in kleinere vierkantjes. Spelers moeten van het ene vierkantje in het andere verkantje hinken of springen. Ik denk dat het te vergelijken valt met het electronische spel dat je op brandende lampjes moet stappen etc. Ik ben daar niet zo in thuis want ik houd niet van dat soort spelletjes. Ik ga er ook niet met mijn neus bovenop staan omdat dat de training verstoort.
Een 15 minuten later zie ik iets wat lijkt op een soort duurkrachtcircuit waarbij een stukje gelopen wordt, gevolgd door oefeningen (squaten, jumping jacks, burpees) Dit alles gaat op teken van de begeleider. Ter afwisseling is er ook nog een commando waarbij de spelers zo snel mogelijk naar een object moeten lopen. De laatste moet voor straf een tientral burpees maken. Hilariteit alom als dezelfde speler een antal keren de klos is. Hier geldt eigenlijk wie niet slim is, moet dus sterk zijn.
Vervolgens worden er een paar series redelijk explosieve tweebenige sprongen gemaakt zonder tussenhup (plyometrisch)
Het laatste wat ik gezien heb is dat de spelers op de oplopende weg van de atletiekbaan naar links en rechts de bekende uitvalspassen maken te vergelijken met lijnen tikken.
Zonder te oordelen heb ik wel een paar opmerkingen bij deze activiteiten.
- Over 5 weken is de Dutch Open. Ik weet niet of deze spelers meedoen, dit een piekmoment is, of zo maar een toernooi. (Zou wel aardig zijn als er door Nederland ín Nederlad weer wat gepresteerd wordt, vooral richting NOC*NSF) Áls het een piekmoment is, dan is het vreemd dat ze op dit moment nog een duurkrachtcircuit doen: matige intensiteit, duurmethode en a-specifiek. Zoiets lijkt me meer van toepassing in en VP.
- De plyometrische sprongen worden gedaan na het duurkrachtcircuit. Kenmerk van springen is dat het explosief gebeurt. Heb je al een inspanning hiervoor gedaan dan wordt de explosiviteit per definitie minder. In het algemeen geldt dat wanneer je onderdelen met verschillende intensiteit in één training stopt, het onderdeel met de hoogste intensiteit het eerst afgewerkt wordt. Uitzonderingen zijn er natuurlijk wel. Als je bijvoorbeeld behoud van techniek bij vermoeidheid wil trainen, dient een speler bijna "total loss" daaraan te beginnen
- Het lijnentikken wordt heuvelop gedaan. Lekker zwaar maar dus ook per definitie trager en dat vijf weken voor de Dutch Open.
Ik was er eigenlijk al een beetje bang voor toen ik las dat de fysieke training in handen zou komen te liggen bij professionals uit de fitnesswereld. Op de site van BN staat "Mika is naast een zeer gedreven krachtsporter en fanatiek Bootcamp Trainer ook al enkele jaren werkzaam als Personal Trainer." Ik denk dus dat ik hier naar een Bootcamp training heb gekeken. Op zich best een leuke training voor mensen die fitter willen worden.
Andere zaken die me opvielen:
- Iedereen deed hetzelfde programma wat de duur betrof. Het enige verschil was de intensiteit gevormd door het eigen lichaamsgewicht. Dames en heren, dubbelspelers, enkelspelspelers, iedereen hetzelfde. Het houdt in principe in dat deelnemers op, onder of boven hun niveau werkten.
Zoals al aangegeven houdt de trainer de sfeer er aardig in. Ik zie hem geen correcties geven op de uitvoering van de verschillende oefeningen die soms technisch gezien slecht worden uitgevoerd. De ene speler squat keurig tot 90 graden. De ander komt niet lager dan 130 graden. Afgezien van de vraag tot hoe ver een badmintonspeler zijn squats zou moeten maken. Ook de looptechniek van sommigen is slecht, lichtvoetigheid (lees: een relatief korte contacttijd) is ver te zoeken, een ekele uitzondering daargelaten. Maar gelukkig hoeft een badmintonner geen marathon te lopen.
Wat me eerlijk gezegd tegenviel was de inzet, motivatie, de dood of de gladiolengevoel. Het viel me op dat de spelers na het duurkrachtcircuit vrolijk verder babelend hun weg vervolgden. Ik vind het een beetje lullig om over mezelf te schrijven, maar na zo'n circuit zag ik altijd van die zwarte ballen voor mijn ogen.Geen idee waar die vandaan kwamen.
Het verzorgen van de fysieke trainingspoot van badmintonspelers is een grote klus, Zeker als het ook nog een keer individueel moet gebeuren wat op een hoog niveau absoluut noodzakelijk is. Het hele stappenplan van het maken van analyse van de speler, het formuleren van doelstellingen, het maken van een periodisering, trainingsmethoden en middelen, het testen (en dan niet aan de hand van de wedstrijduitslagen!) is een klus die veel tijd vergt. Daarnaast kun je de fysieke poot (fysiek training buiten de baan) niet apart zien. Het moet een integraal geheel vormen met de andere trainingen (op de baan) die natuurlijk ook weer voor een deel de fysieke component trainen.
Tot zover
Een advies voor de spelers die er voor kiezen om te gaan trainen met een squash- of tennisracket: gebruik een Dunlop Biomimetic Pro GTS 130 squashracket of een Dunlop Biomimetic M5.0 tennisracket .... als rechtgeaarde Dunlopper (Carlton is eigendom van Dunlop Slazenger International) kon ik het niet nalaten dit te melden :)
Ik heb de reactie maar gelijk even geschreven voor ik naar de hal ga.
Het artikel begint met een statement en voorwaarden: “er van uitgaande dat de techniek van een
speler in orde is”
Het klinkt heel simpel maar is het niet want dit sluit bijna
alle spelers in Nederland uit, op technisch gebied zijn er namelijk maar zeer
weinig spelers die aan hun plafond zitten en op zoek moeten naar alternatieven
voor verbetering ik ben dan ook niet in twijfel dat Guus het hiermee volledig
met me eens zal zijn (ik kom eigenlijk maar op 1 speler).
RD in slagen training 30 jaar geleden kan je gerust
revolutionair noemen zeker als je het af zet tegen de materiaal ontwikkeling
want nu zou je verzwaarde materiaal training kunnen doen met het materiaal van
30 jaar terug en dan zou je waarschijnlijk nog boven de door jou aangegeven 10%
komen. Daarnaast ben je dus ook in gegaan tegen wat IEDERE trainers op dat
moment vertelde oven techniek training, het is namelijk pas net 28 jaar geleden
dat Bo Omosegaard kwam het zijn onderzoeken met high speed opnames over
techniek training en het duurde toen nog 3 jaar voor ik met deze technieken een
boek op de Nederlandse markt bracht “basis boek badminton”. Zelf in dat boek was er nog geen spraken van
verkorte slagen en het gebruik maken van RD het zou nog 15 jaar duren voor dat
ook maar ter spraken zou komen in de sport. RD training in je slagen met een
verzwaard racket is dus totaal tegen wat men in die tijd deed of adviseerden en
daarmee ben je dus revolutionair te noemen.
Je werkt met een aantal begrippen die in ons land niet
gebruikelijk zijn en ik kan me voorstellen gezien de woorden die je gebruikt
dat jij het heb over het boek “Physical training for Badminton” waarin de
periodisering van het seizoen in verhouding tot deze trainings vormen word
beschreven. In ons land wordt zelf tot op Nationale selectie niveau niet
gewerkt met voorbereidingsperiode of wedstrijdperiode, er word niet getraind
met supercompensatie en al helemaal niet met periodisering van het seizoen.
In het onderzoek dat je noemt bij honkbal wordt er verschil
gemaakt tussen het trainen met verzwaard materiaal voor de pitcher en de
slagman, de slagman komt in mijn mening veel dichter bij badmintontraining dan
de pitcher al hebben ze beiden een lange nazwaai/beweging. De pitcher zijn
precisie is veel minder afhankelijk van de relatie techniek en kracht dan dat
de slagman dat heeft en de uitslag van het onderzoek dat de slagman dus veel meer
problemen heeft met de coördinatie is niet verwonderlijk.
Voor badminton spelers is de techniek de meest belangrijke
factor en als ik er een cijfer op zou moeten zetten dan zou ik zeggen dat de
slagkracht voor 98% techniek is en 2% kracht. Dit zijn geen wetenschappelijk te
achterhalen cijfers en komen enkel en alleen voort uit mijn ervaring als
trainer. De verzuring van de onderarm spieren waar je het over heb komt voort
uit de statische spanning die je krijgt door het spelen met zwaarder materiaal
hoe zwaarder het materiaal hoe minder micro restitutie tussen de slagen en dus
een snellere opbouw van melkzuur in de spieren.
Voor het trainen met een verzwaard vest is iets wat we een
keer in een apart stuk zouden moeten behandelen want dat heeft grote invloed op
het voeten werk en de RD in dit onderdeel van de training. Maar ook hier zou ik
willen zeggen dat de techniek in het voeten werk in Nederland nog zo slecht is
dat er veel meer te halen zou zijn om hier meer aandacht aan te besteden dan
aan marginale verbeteringen met een gewicht vest. Daar komt ook nog eens bij
dat als je voetenwerk techniek slecht is en je dat gaat belasten je ook nog
eens meer blesuren gevoelig zal zijn. Maar ik denk niet dat we het op dit vlak
oneens zijn.
Hallo Christ, misschien een goed idee om te laten weten dat er reacties zijn op oude artikelen want ik lees het materiaal wat ik heb geschreven nagenoeg nooit meer terug en zie dus ook geen reacties als het stuk van de actuele site is verdwenen. Ik ga het stuk van Guus eens rustig doorlezen en kom er natuurlijk op terug het is precies wat er nodig is in ons land discussie over verschillende stand punten en hoe je met het resultaat van onderzoek omgaat.
Een interessante (en bijzonder uitgebreide) reactie op een wat ouder artikel van Ron. Dat verdient simpelweg een eigen artikel Guus. Erg leuk om dit soort bijdragen te zien, ik hoop dat anderen hier wat mee kunnen en/of er op inhaken.
Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.