Op straat zie je massa's arme mensen aan wie het internet-tijdperk compleet voorbij gaat. Dat in het hotel wifi drie uren niet werkt, is een ramp waarvan de gemiddelde inwoner van Lucknow maar weinig zal snappen. Zij hebben andere, grotere zorgen.
Rijdend van het hotel naar de hal, van comfort naar comfort, zie je armoe en gebrek. Ook al weet ik heel goed dat het verschil tussen arm en rijk hier enorm is, het zo zien is confronterend.
Het voelt ook ongemakkelijk: een toernooi met bevoorrechten die US$ 120.000 mogen verdelen. Nog geen honderd meter van een verkoper die sigaretten per stuk probeert te verkopen. Ik wéét het, maar 't voelt ongemakkelijk.
Ondanks de achterstanden zie je ook mooie dingen. Families die gelukkig lijken, liefdevol met elkaar omgaan, kinderen die spelen. Zo vult elke avond de lucht boven Lucknow zich met talloze vliegers, omhooggelaten vanaf de dakterrassen. In het avondrood geeft dat een bijna magisch, betoverend aanzicht.
Er is hoop.