Verschillende oefenvormen werden getoond, waarbij in het begin de nadruk in de oefeningen kwam te liggen op het ontwikkelen van apart de techniek. Vervolgens werd de techniek gebruikt in tactische oefenvormen. De nadruk lag op het verbeteren van de techniek, omdat Robbie vindt dat Nederlandse jeugdige spelers hierin tekort schieten ten opzichte van de buitenlandse spelers.
Generaliserend gezegd over techniek hebben de jeugdige Denen, Chinezen, Indo's, ... altijd keuzes wat betreft slagen en Nederlanders niet. Concreet gezegd in het dubbelspel, Nederlandse jeugd kan bijvoorbeeld alleen rechtdoor kort en of vlak verdedigen. Terwijl de jeugd wereldtop, rechtdoor en cross kort, vlak en hoog kan verdedigen. De wereldtop weet dat Nederlandse jeugd alleen rechtdoor kort of vlak kan verdedigen dus gaan zij hier op staan. Technische zwakte leidt dus tot een tactisch voordeel van de tegenstander.
Dus Robbie en Nathalie hebben een grote verscheidenheid aan oefeningen laten zien hoe je de techniek kan verbeteren: vlakke spel, verkorten slagen, service en service return, hoge verdediging, smashes. Deze techniek toepassen in 1-shuttle oefeningen 1:1, 1:2 en 2:2, box to box games, aangepaste spelvormen, wedstrijdachtige oefeningen en de wedstrijd waarbij ze bepaalde opdrachten meekrijgen.
Voor mij was de bijscholing redelijk nuttig; ik heb een aantal nieuwe dubbeloefeningen gezien, hoe Robbie oefeningen makkelijker en moeilijker maakt en nieuwe trainers leren kennen. Waar ik mij wel over verbaasde is dat er zo weinig discussie plaats vond tussen de aanwezige trainers en de twee docenten van de dag tijdens en achteraf de bijscholing. Voor mij was het mijn eerste bijscholing op Nederlandse bodem, maar wat ik gewend ben in België (Roel) en Denemarken (Ron) en ook mijn SL-3 stageplek (John en Arie) is dat er discussie dient plaats te vinden waarom het zo gaat, als het gaat. Wat zijn de keuzes, benoem de voor- en nadelen en maak op basis hiervan een keuze.
Een voorbeeld van wat er op de bijscholing gebeurde: een rechtshandige speler stapt met de servicereturn met links in. Nu vroeg een trainer aan Robbie wat nu het verschil is tussen met links instappen en met rechts voor een rechtshandige speler. Wat leer je een speler nu aan? Het antwoord van Robbie is dat er geen verschil zit tussen het met links of met rechts instappen. De speler moet doen wat hij het 'meest natuurlijke' vindt.
Met het argument 'meest natuurlijke' heb ik zelf nogal moeite, want een speler vindt een bewegingspatroon 'natuurlijk' wanneer hij dat altijd al zo gedaan heeft. Voorbeeld: wanneer spelers aangeleerd zijn om met aansluitpassen over de baan te bewegen, zal dat voor die spelers 'natuurlijk' aanvoelen, en zal elk ander bewegingspatroon, zoals lopen over de baan, onnatuurlijk aanvoelen. Betekent het dan dat ik die spelers 'lopen' over de baan niet meer kan aanleren, omdat het onnatuurlijk aanvoelt?
Dus wat moet ik nu een speler aanleren? En wat zijn de criteria om een speler met links instappen of met rechts instappen aan te leren? Heeft het met kracht te maken (terug stappen) of met de plaatsing van de service, plaatsing van de servicereturn met daarbij de follow-up? Vragen waar helaas geen antwoord op is gegeven.
Wat ik zelf ook jammer vond, is dat de oorzaak van de technische en daarmee tegelijk ook tactische tekortkomingen van Nederlandse jeugdspelers eigenlijk niet zijn besproken. Bij deze bijscholing werd de oorzaak gelegd bij de kwaliteit van de trainers. Trainers leggen te weinig de nadruk op het verbeteren van technische (dubbel) vaardigheden in hun trainingen, omdat kennis ontbreekt. Maar is dat waar? De meeste trainers die ik daar zag hadden een aanzienlijke leeftijd, wat vaak gepaard gaat met de nodige jaren trainerservaring. Het lijkt mij dat zij ook wel inzien dat de jeugdspelers onvoldoende technische dubbelvaardigheden beheersen t.o.v. de wereldtop. Maar is dat alles?
Dat lijkt mij niet. Misschien ligt de oorzaak veel meer in het gebrek aan kennis van hoe je jonge spelers optimaal opleidt. Wat leer je een speler wanneer aan en hoe? En dat in technisch, tactisch, mentaal en fysieke zin? Waar liggen de prioriteiten? Wat doe je met je beperkt aantal trainingsuren? Hoe leer je een jonge speler aan om een topsportleven te leiden? Hoe ga je als trainer om met de ouders? Samenwerking tussen vereniging en badmintonschool? Aanwas van nieuw talent? Meer trainingsuren creëren?
Vragen die ik nu zelf slecht kan beantwoorden, omdat ik aan het zoeken ben naar de antwoorden. Misschien dat sommige van jullie mij kunnen helpen in mijn zoektocht.
Reacties 14
http://www.sensybp.nl/docum... is de juiste link
Als je als trainer laag inzet (lage verwachtingen), zullen de spelers ook weinig presteren, aangezien aan de lage verwachtingen voldoen, al prima is. "Een dubbeltje zal dan nooit een kwartje worden". Dit zie je bij kleine verenigingen waar veelal geen ambitie is, en dan waar ook vaak een niet-ambitieloze trainer rond loopt; een trainer die zijn trainingen afdraait zonder erbij na te denken of de training het meest efficiënt bijdraagt aan de ontwikkeling van de spelers.
Als je als trainer badmintonontwikkeling verwacht en ook op die wijze de trainingen inricht, zullen de spelers dat oppikken en beter gaan presteren. Om als trainer ontwikkelingsbevorderend te werk gaan, zal je van alle facetten van training geven iets af moeten weten, zodat je maatwerk kan leveren; voor elke speler de juiste uitdaging bieden.
Wat ik merk is dat hoe meer je training geeft en ook in contact komt met andere trainers, dat de eigen kennis omhoog gaat en daarmee ook het kritisch vermogen om (eigen) trainingen te beoordelen. Hoe ik er nu in sta, is dat het trainersvak met name een ervaringsvak is.
Ik zal proberen deze zomer er weer bij te zijn om weer de nodige nieuwe kennis op te doen en deze kennis ook weer toe te passen. Ook zal ik hier in eigen land langs bijscholingen gaan. Zo ben ik wel benieuwd wat de twee Denen Poulson en Larsson te vertellen hebben.
Henri, je verwijst naar een pdf op je eigen computer. ("file:///C:/Users/Henri/Desktop/STUDIO%20BADMINTON/onbewustlereniseffectiever.pdf")
Hoi Kenneth, wat de discussie wat ingewikkeld maakt is dat hier op de site altijd vanuit topsport geschreven wordt, terwijl dat voor 98% van de spelers en trainers niet het vertrekpunt (laat staan eindpunt) is. Voor deze grote groep spelers gaat het ten eerste om plezier (voor topspelers overigens ook), sociale interactie en wat lichamelijke beweging. Je hoeft je dan niet enorm druk te maken om speciale technieken en tactieken, laat staan ingewikkelde grips en inspanningsfysiologie. De SL2 en de SL3 voldoen prima voor deze groep. Echter, als je de lat hoger legt dan zijn ook andere opleidingen, ervaringen en kennis vereist.
Natuurlijk is het zo dat hoe meer je de spelers kan begeleiden, ze kan verbeteren en hoe individueler je het kan maken, hoe leuker de spelers het ook zullen vinden en hoe beter ze zullen worden. Daar zit waarschijnlijk het verschil tussen jouw training en de trainingen van 'op een hoger niveau' acterende trainers. Het is dus wel zaak goed mee te blijven lezen wat de (voornamelijk) heren hier te melden hebben. Maar zoals Ron zegt: de perfecte training is niet te omschrijven in een artikel. Deze is te afhankelijk van de spelers en de context.
In 1 stukje kan je niet vangen waar het echt om gaat, alleen op deze site al heb ik zo'n 340 stukjes geschreven dat is meer dan een 1000 pagina dik boek. Alleen over dubbel training hebben we een bijscholing van bijna 3 weken op Oro, hoe vat je dat samen in 1200 woorden? De echte basis is technische en tactische training, iets wat je bij BNL NIET krijgt en wat ook mijn kritiek is op de bijscholingen in Holland.
Allereerst een erg interessant artikel wat Harm schrijft.
Met de reacties hierboven gelezen komen ook bij mij een paar vragen op.
Om mijzelf te introduceren, ik ben ook een "huis-tuin en keuken trainer" nog jong en met weinig ervaring. Competitie speel ik zelf ook niet op hoog niveau. Maar toch ben ik bij onze "huis-tuin en keuken club" de juniorentrainer.
Op deze site wordt vaak geklaagd over de opleidingen van Badminton Nederland. Zelf heb ik de SLB-2 cursus gevolgd en hier wel wat van opgestoken. Dit wilt niet zeggen dat de cursus perfect is, maar je leert er zeker een hoop van door de interactie met de trainer en andere cursisten.
Nou wordt er vaak gezegd dat het probleem bij trainers ligt, en dan niet bij de top trainers maar bij de trainers zoals ik. Nu ligt het niveau van de junioren (allen onder 15) niet ongelofelijk hoog maar probeer ik er een mix van plezier en leerzame oefeningen in de trainingen te stoppen. Voor de competitiespelers is een extra training die ik serieuzer benader.
Wat ik zoal oefen op een training van een uur zijn service/service returns aangezien in de eerste paar slagen de grootste stap naar een punt wordt gezet en misschien wel de meeste punten worden weggegeven.
Basisslagen- Drops, lobs, netdrops, smash, smashverdediging, vlakke slagen en de techniek hierbij.
Looppatronen naar de hoeken, uitstappen in deze hoeken en het weer wegkomen uit deze hoeken.
Meestal aangevuld met wat conditie/snelheidstraining en je hebt al gauw het uur training gevuld.
Bij al deze oefeningen geef ik uitleg, waarom het belangrijk is en vooral aandachtspunten zoals de shuttle hoog pakken aan het net(als voorbeeld)
Tijdens oefenwedstrijden op de training of echte wedstrijden probeer ik tactisch(individueel of aan de hele groep) te laten zien waarom op sommige momenten bepaalde slagen verkeerd zijn.
Ik denk dat veel beginnende/huis-tuin en keuken trainers een soortgelijke opbouw/trainmethode hebben. Mijn vraag is dan vooral wat mist er in deze trainingen. En er mist natuurlijk een hele hoop vergeleken met het topniveau, maar wat is mij als jeugdtrainer voor deze jeugdspelers aan tips of oefeningen te geven waardoor de kwaliteit van spelen van deze jeugdspelers vooruit zou moeten gaan.
Is het misschien handig als iemand hier een mooi artikel aan wijdt? Waarmee kunnen trainers zoals ik, die volgensmij bij bijna elke vereniging wel zitten, aan de slag om de spelers op een hoger niveau te krijgen. Wat is de essentiele basis?
Groeten, Kenneth
Ehm, ja daar ben ik het wel deels mee eens, maar eigenlijk is onbewuster leren nog effectiever blijkt tegenwoordig, maar voordat we in een discussie verzanden over hoe mensen dingen aanleren e.d., laten we maar zeggen dat spelers ook kunnen leren zonder dat ze het bewust weten, maar dat wil dus niet zeggen dat we maar gaan vlinderen zonder aandachtspunten, daar ben ik het helemaal mee eens.
Soms vind een speler de juiste oplossing in een tactische spelvorm zonder dat je erom gevraagd hebt, en als je vervolgens deze speler laat uitleggen waarom hij won, of waarom hij deed wat hij deed, dan is dat vaak lastig. Ze doen het goed, maar het uitleggen is niet altijd makkelijk, want ze zijn zich niet bewust wat ze doen. Dus alleen iets leren als je weet dat je aan het leren bent, klopt niet helemaal..
Maar opnieuw, ik ben het zeker eens met het hoofdpunt hier dat trainers veel meer met doelen moeten werken en dit mag best gecominiceerd worden i.d.d. het schept vele voordelen.
Ik wil hier graag aan toevoegen dat je in een vlinderoefening zeker niet iedereen dezelfde doelen mee hoeft te geven, het is vrij simpel om na een aantal weken samenwerken iedereen zijn eigen aandachtspunten mee te geven en dit kunnen er velen zijn.
Een interessant achtergrondartikel is bijvoorbeeld: file:///C:/Users/Henri/Desktop/STUDIO%20BADMINTON/onbewustlereniseffectiever.pdf
Maar de "huis tuin en keuken" trainer dient beter opgeleid te worden, in aanraking te komen met zaken als shuttletime, zodat ze zelfs zonder al te veel opleiding (niet iedereen heeft tijd, zin en geld) fatsoenlijk een basis kunnen leggen.
Bij leren, of het nu om badmintontechniek of Franse woordjes gaat, is het belangrijkste dat je jezelf bewust bent van het leerproces. Een speler moet het voor hemzelf duidelijk hebben waarom hij een oefening aan het uitvoeren is en het is de taak van een trainer om de speler het nut van de oefening uit te leggen. Als je niet weet waarvoor je aan het trainen bent, dan kun je het ook niet trainen.
Vooraf, zelfs voordat je aan de eerste oefening begint, moet de trainer duidelijk hebben gemaakt aan zijn spelers wat zij vandaag gaan doen, en wat zij aan het eind van de training zouden moeten kunnen. Met deze heldere doelen voor ogen is het mogelijk om bewust zaken te verbeteren.
Maar al te vaak hoor je een trainer zeggen: "we beginnen met vlinderen." Maar waarom? Maak dat duidelijk aan je spelers. Om warm te worden? Om drops te oefenen? Om te werken aan techniek, vastheid, of iets dergelijks? Als ik weet dat ik moet vlinderen om te werken aan mijn techniek (om maar iets te noemen), dan zal ik tijdens de oefening daarop letten en zelf kunnen inzien wat goed en fout gaat. Als ik moet vlinderen om te werken aan mijn conditie, dan kan ik op heel andere zaken letten en zo de oefening ten volle benutten. Als ik mij van geen deze zaken bewust ben, dan ben ik simpelweg een shuttletje aan het overslaan en niks leren.
Je kan alleen iets leren als je weet dat je het aan het leren bent. Trainen vereist een bepaald bewustzijn, van speler en van trainer. En volgens mij gaat het op dit basale niveau vaak mis als ik veel trainingen bij huis-tuin-en-keukenclubs zie. De heren die in de onderstaande discussie in vakjargon uiten zijn bekende namen en zullen (hoop ik) niet in deze valkuil trappen. Maar helaas beginnen de meeste talenten wel bij huis-tuin-en-keukenclubs en krijgen zij hier huis-tuin-en-keukentraining.
Misschien moet je niet meer of beter trainen, maar moet je bewuster trainen.
Hoi Harm, Even kort een berichtje, je heb vorig jaar 3 weken te horen gekregen dat je jezelf moet afvragen of de docent gelijk heeft, staat hij/zij het lesje af te draaien of is er over nagedacht. Robbie heeft veel kwaliteiten maar hij staat nou niet bepaald bekent als een "technische" trainer, en Nathalie ......................... tja Nathalie laat ik daar maar niets over zeggen.
Ga maar naar de bijscholing van Henri over een paar maanden in Nederland en kom deze zomer naar Thomas Laybourn dan krijg je iets over de techniek in dubbel te horen die er toe doet.
Ik zie toch dat de reacties wat kort blijven, dus moet ik toch maar even wat schrijven :)
Het is in ieder geval een complex onderwerp wat Harm aansnijdt. Waarover een mooie discussie gehouden kan worden.
Ten eerste het bezitten van technische vaardigheden, over het algemeen kunnen veel nederlandse jeugdspelers de basisslagen redelijk tot goed en is ook het harde slaan niet zo'n probleem. Deels komt dit voort uit bepaalde oefeningen en veel multifeeden in dubbels zonder veel aandacht aan de techniek en deels is het zeker ook zoals Rene aangeeft een gevolg van clubtrainingen met weinig feedback mogelijkheden als de trainer er al toe instaat is (als wat de BNL trainers aangeven waar).
Het woord is echter: controle, daar zitten heel veel problemen voor de meeste nederlandse spelers, het kunnen sturen van verdediging maar ook in een transitie fase, het makkelijk kunnen wisselen van tempo in bewegenen slaan, tegenovergestelde dingen kunnen doen: hard op zacht, zacht op hard, en alles er tussen in.
Dit komt grotendeels voort uit een probleem in de opleiding waar met uitzonderingen (die zijn er altijd) weinig aandacht is voor het zacht en precies slaan, en dus de fijnere motoriek en echte techniek, maar meer voor het hard en diep kunnen slaan, dit levert immers in de jeugd sneller resultaat op en vaak wordt er op winst geselecteerd en niet op vaardigheden, en dat hangt in NL vaak samen met een fysieke voorsprong en hard kunnen slaan. Dit zijn echter op lange termijn beperkende factoren.
Ik wil hier nog even aangeven dat door de Deense jeugdbondscoaches al jarenlang wordt aangegeven wat de Nederlandse coach gaat zeggen bij de coaching en zijn spelen hier op in. Ze vinden het grappig, ze krijgen het te horen van hun voorganger in de rol en de eerste de beste keer op een toernooi gebeurd het ook. De vraag is vaak: hebben jullie nog die man met dat lange haar? Ja? Ok, dan hoeven we ons daar niet al te veel druk om te maken op de volgende EJK....
Tenzij je natuurlijk spelers in de trainingen zo goed maakt dat coaching weinig invloed heeft.
Concluderend, het grote probleem zit hem in de manier waarop wij jeugdspelers opleiden en waarop wij ok selecteren, dit is vertaald naar onze jeugdopleiding. Ideaal gezien gaat het andersom: een visie hebben wat in de toekomst nodig is in het topbadminton, dat kan best zijn wat ze aangeven maar ik geloof dat dat al een jaartje of wat nodig is. Om dit te realiseren vraag je je af: wat voor soort trainers wil ik? wat moeten ze kunnen? enzovoorts om de spelers zo goed mogelijk te krijgen, hier ga je dan je trainersopleiding op afstemmen en als je het echt goed wilt doen ga je zorgen dat je niet enkel gaat kopieren van andere landen (wat op zich al een grote vooruitgang zou zijn..), maar je zet nog een extra stap, visie heet dat, maar om visie te hebben heb je vaak veel kennis nodig. Alles moet samenhangen omdat alles samen hangt: goede trainers, geven % gezien meer kans op veelzijdig ontwikkelde spelers, deze geven weer meer kans dat er een echte topper uitkomt.
Voeg daarbij dat leuke, moderne training en vooral plezierig leren kan zorgen voor meer behoud en enthousiasme van spelers, dan krijg je positieve reclame, meer spelers, en dus meer mogelijkheden dat er een talent tussen zit, en die leren vaak sneller.
Lang genoeg.. :)
Hoi Harm, ik heb een tijd niks meer geschreven, lig er een beetje uit momenteel. Kom wel weer volgend. In mijn laatste artikel "bood ik mij aan" om met koppels te gaan trainen. Ik heb er reacties op gehad, maar het het was bepaald niet overweldigend. Kennelijk weten de meeste trainers in NL goed hoe zij een dubbel moeten trainen en hebben zij geen advies nodig.. (enkele uitzondering daargelaten) Ik blijf erbij dat het probleem ligt in de groepstrainingen zoals die nu gegeven worden. In deze trainingen kun je geen topdubbels maken/trainen/opleiden. Voor vragen zoals jij nu stelt is al helemaal geen plek, laat staan dat de meeste trainers hier een antwoord op zullen hebben. Daar verandert een dag opleiding helemaal niks aan. Voor techniektraining is al helemaal geen plek. Het zijn de talenten die boven drijven en de rest hangt erbij. In alle disciplines in het badminton moet je je vastbijten en dat kan je van de meeste trainers niet verwachten. Initiatieven als die bv van Leonard van Velzen, dat zijn de initiatieven die zoden aan de dijk kunnen zetten, maar dat soort initiatieven zijn er te weinig. Je moet heel veel tijd besteden aan individuele training van de koppels en voor de spelers zelf als individu en hun ontwikkeling. Dit gaat gewoon niet in een normale training! Hier zouden we wat meer tijd aan moeten besteden en ik hoop er volgend jaar ook zelf mee te kunnen beginnen (als ik medewerking kan vinden).
Grt
rene
"De wereldtop weet dat Nederlandse jeugd alleen rechtdoor kort of vlak kan verdedigen dus gaan zij hier op staan. Technische zwakte leidt dus tot een tactisch voordeel van de tegenstander" Tja! aan wie ligt dat dan? Juist ja, aan de Nederlandse trainers! Dus ook aan Robbie Kneefel en aan Natalie Mulders. De lamme helpt hier dus de blinde. Laat het geven van bijscholing in godsnaam over aan trainers uit een ander land anders komen we geen steek verder.
Hi Harm, Ik denk dat je als rechtshandige speler met links instapt met de servicereturn je sneller klaar kan staan voor de volgende slag. Volgens mij blijft je positie hierdoor iets verder van het net waardoor je meer tijd hebt, gezien de shuttle verder van je verwijdert is. Mvg, Dave
Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.