Aan de kant van de meisjes is er geen uitbreiding voorzien op dit moment.
Genetisch bepaald?
Gezien het opvallend grote aantal spelers dat een broer/zus, vader/moeder, oom/tante in een van de selecties heeft of heeft gehad, zou er bijna een wetenschappelijke basis zijn om te stellen dat sportief talent genetisch bepaald is.
De antithese luidt hier dan: een plaats in de selectie hangt sterk samen met wie jij kent en/of wie jou kent.
Enkele badmintonfamilies
- Piet, Rob, Marjan, Rein en Koen Ridder
- Martijn en Paulien van Dooremalen
- Chris, Emmy en Alex Vlaar
- Tamara, Ruben en Debora Jille
- Ger, Iris en Robin Tabeling
- Tjapko, Selena en Elisa Piek
- Linda en Alida Chen
- Manon en Thomas Sibbald
- Veerle en Thomas Wijers
- Francien en Imke van der Aar
- Amy en Lisa van Stenus
- Anne en Elcke Vievermans
Reacties 9
Wil zelf niet, heb ik van meerdere mensen vernomen.
Bij Tamara schijnen andere redenen (logistiek, financieel?) een rol te spelen in haar non-selectie voor de nationale. Ik kan me niet voorstellen dat ze zelf niet wil. Op papier is ze notabene de sterkste in de aankomende U15-groep.
Ik weet nog van gesprekken binnen de de trainers groep toen Pauline jong was dat ze beslist geen talent had, toch bleef ze terwijl andere het veld moesten ruimen. De leider had bedacht, geregeld en gesproken," ita erit ut scriptum fiet" (so it will be writen, so it will be done) JC.
Ik denk dat ook spelers van kleinere verenigingen wel kans maken maar dan moeten ze zich wel laten zien op de JM of NJK. Maar veel spelers van kleine verenigingen stappen zelf over naar grotere club omdat daar de academies zijn gevestigd.
Maar de keuze voor een geblesseerd kind voor de nationale selectie vind ik vreemd. Als je vanwege een blessure niet kan spelen op NJK en JM finale moet je denk ik eerst goed genezen en kijken of de fysieke belasting van het vele trainen niet te zwaar is voor jonge kinderen. En waarom alleen jongens waarom Tamara van der Hoeven niet? Of wil ze zelf niet?
Enigszins met het geschrevenen eens. Alleen spelers/speelsters van grote verenigingen komen aan bod. Ik heb nog nooit iemand van de bond bij een wedstrijd van onze jeugd of training gezien, terwijl er regelmatig jeudteams van onze vereniging (bv Huizen'96) kampioen worden. Blijkbaar telt dit niet mee, maar moet je dicht bij het vuur zitten.
Mee eens, zijn er nog meer oyders met dezelfde ervaring.
Er zal een keuze gemaakt moeten worden welke kinderen er nationaal gaan spelen.
Maar vreemd is dat kinderen voor gaan die er voor kiezen om ochtend trainingen te volgen.
En als pa werkt op deze academie,ben je al helemaal in het voordeel.
Kinderen die geen keuze hebben voor ochtend trainingen moeten maar gaan verhuizen,heb ik ook wel eens gehoord.
Er zijn gelukkig ook nog ouders die met beide voeten op grond blijven staan,en bewust niet kiezen voor ochtend trainingen.
Elke dag om 5 uur opstaan om op tijd te zijn voor trainingen,en daar trots op zijn bij B.N. is volgens mij eerder iets wat heel erg triest is in mijn ogen.
En kinderen die bewust niet kiezen voor deze ochtend traingen zullen ook weinig kans hebben om aangenomen te worden.
Kinderen die naar een andere academie gaan om de ochtend trainingen te ontlopen,zullen hier de gevolgen nog wel van gaan voelen.
In mijn ogen is het allemaal doorgestoken kaart.
Vreemd dat er vorig jaar twee kinderen zijn opgevallen met voorspelen die ook op B.A.F.zitten?
En vreemd is dat ze ontkennen dat belofte team iets te maken heeft met nationale?
Als ze nu eens eerlijk zijn bij B.N.dan kunnen ouders ook een keuze maken,en er voor kiezen om gewoon bij een club te gaan trainen en niet onnodig op hoge kosten worden gejaagd,en ook nog verplicht alle toernooien te moeten spelen.
Als je er zelf voor kiest om sparring te zijn op academie is daar ook niks mis mee.
Maar ben eerlijk tegen ouders en kinderen,daar kom je in mijn ogen nog altijd het verst mee...........................
Riddertje Dap,
Ditmaal zowaar een bijdrage van jou die ik zonder meer -als één waarheid- wil onderstrepen en
aanvullen.
Naast de kwalitatieve genetische invloed en natuurlijk
toevalligheden, het aanwezig voorbeeldgedrag, het concrete aanbod in de omgeving, de hier en in wijdere omgeving in het
oog springende attributen en idealen, de
als familie(leden) vaak gedeelde interesses, maar ook het door het sociaal milieu en kostenplaatje medebepaald
aanbod, de aanwezigheid van en stimulans voor – sportieve- prestatiegerichtheid
en/of een competitieve instelling, niet teveel concurrerende sporten e.d. hiernaast, de feitelijk (individueel) behaalde resultaten en eigen genoegdoening, specifiek onderhouden steun
en stimulans vanuit thuis en omgeving en uiteindelijk natuurlijk .... t.a.v. bondsselectie
e.d. ook enigszins het kruiwagentje “ons kent ons… “
maar
daaraan gaat –denk ik- meestal wel veel vooraf en dat is natuurlijk juist al enigszins oververtegenwoordigd in bepaalde (sport)families
De eerste reeks stimulerende factoren welhaast onontkoombaar; het
laatste zoveel mogelijk –zeker ook de schijn- voorkomen.
Overall zitten hierin mogelijk ook weer aanknopingspunten om badminton als breedste- en topsport breder te stimuleren.
Ik denk dat de waarheid in het midden ligt. Er is ongetwijfeld een genetische invloed, waardoor er meerdere talenten in één familie rondlopen. Helaas is de badmintonwereld tegenwoordig ook een ons-kent-ons verhaal, waar de juiste naam al snel de deur naar een (nationale) selectie opent.
Om een voorbeeld te noemen: ik denk niet dat Paulien van Dooremalen de speelster was geweest die ze nu is, als ze niet Martijns dochter was.
Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.