Badmintontermen in tactiek

In dit stuk wil ik proberen de samenhang tussen verschillende dingen in het badminton aan te geven. Ik heb vooral op de laatste bijscholing een aantal vragen gehad over veel van de termen die ik gebruik en wat ze met elkaar te maken hebben.

Badmintonintelligentie is in ieder detail het geheel te kunnen zien, dat geldt voor zowel de spelers als de trainers.

Voetenwerk (VW), positioneel badminton (PB) en slagen met de hand mee (MH) kunnen als een soort natuurwet van het badminton worden omschreven.

VW + PB = MH

Deze wet kan je oneindig combineren en als je dingen weglaat dan krijg je ook direct een ander resultaat. Laat bijvoorbeeld PB weg in deze opzet en vervang die door een opstelling in het centrum van de baan (C) en je zal slagen tegen de hand in (TH) krijgen in plaats van met de hand mee.

VW + C = TH

Dat wil niet zeggen dat dit ook gebeurt, maar de kans is wel heel erg groot. Je kan deze wet ook in hoge mate beïnvloeden, zodat de uitkomst nog dichter bij de stelling komt te liggen. Het beïnvloeden gebeurt door de factor tijd te gaan toevoegen aan de stelling. In het verleden heb ik al eens geschreven dat elke training gericht moet zijn op het scheppen en ontnemen van tijd waardoor er ruimte ontstaat. Het ontstaan van ruimte door gebrek aan tijd maakt het tegen de hand in spelen voor de tegenstander moeilijker en zelfs onmogelijk.

Van theorie naar praktijk

Dit is dus de theorie, maar hoe ziet dat er uit in de praktijk? Als je goed de tijd hebt, kan je alle slagen goed en makkelijk uitvoeren. Kijk maar naar sommige vormen van techniektraining waarbij je stil staat en elke shuttle goed krijgt aangegeven. Je kan vanuit een positie bijna elke slag slaan die je wil en dat ook nog eens naar elke hoek die je wil. In een wedstrijd gebeurt dat bijna nooit, omdat je daar de tijd niet voor hebt. Dat is dus ook gelijk het bewijs dat tijd de meest belangrijke factor is in het bepalen van de tactiek en techniek.

Dan gaan we kijken naar het met de hand mee en tegen de hand in spelen van de shuttle. Waarom wordt er veel meer met de hand mee gespeeld dan tegen de hand in? Dat is ook heel erg simpel: met de hand mee kost veel minder moeite, is heel erg natuurlijk, je hoeft er geen technische aanpassing voor te maken en het bespaart tijd. Tegen de hand in spelen is dus technisch moeilijker, het kost meer tijd en omdat het niet de meest natuurlijke beweging is moet je er bewust of onbewust voor kiezen om dat te doen. Dat houdt in dat er een denkproces aan vooraf gaat, wat ook weer tijd kost.

Het is dus zo dat hoe meer tijd je hebt hoe eenvoudiger het is om tegen de hand in te spelen en hoe minder tijd je hebt hoe meer je met de hand mee gaat spelen. Om voorspelbaar badminton te krijgen zal je dus in staat moeten zijn je tegenstander onder druk te zetten. Dat doe je niet als je elke shuttle laag aan het net neemt. In het moderne enkelspel wordt de wedstrijd gemaakt of verloren aan het net. Er zijn maar weinig spelers die nog met het rondspelen van de shuttle iets kunnen bereiken. Als ik dit zeg, dan verbind ik het wel aan een aantal voorwaarden. Ik heb het over herenenkelspel en ik heb het over internationaal niveau. Bij het damesenkelspel zie je nog wel dat er spelers zijn die met het rondspelen van de shuttle de wereldtop kunnen halen. (Yao Jie is hier een goed voorbeeld van.) Ook in het enkelspel op nationaal niveau kan je daar heel goed mee weg komen.

Zodra je in staat bent om de tegenstander onder druk te zetten is het ook mogelijk veel meer op met de hand mee gespeelde slagen te gaan staan. Dit heeft twee voordelen. Op de eerste plaats is dit het meest waarschijnlijke wat er gaat gebeuren en - omdat een met de hand mee gespeelde slag bijna altijd cross is - heb je ook een hele open baan om rechtdoor in te spelen en de druk verder op te voeren. Op de tweede plaats kan je laten zien dat deze slag verwacht en de tegenstander daarmee dwingen tegen de hand in te spelen waardoor hij nog minder tijd krijgt. Dus in beide gevallen voer je de druk op bij de tegenstander en schep je dus meer tijd en ruimte voor je eigen tactiek.

Deze manier van denken zie je zelfs op het hoogste niveau. En eerlijkheidshalve moet ik ook zeggen dat de spelers in Azië er beter in zijn dan de spelers uit Europa. We hebben in Europa nog maar heel weinig training waarin we deze dingen als uitgangspunt hebben. Het zou leuk zijn als je als trainer eens ging kijken naar je oefenstof en dat vergelijkt met hetgeen ik hierboven heb beschreven. Ik heb het zelf een aantal jaar geleden ook gedaan en dat heeft tot gevolg gehad dan ik 80% van mijn oefenstof direct in de prullenmand kon gooien.

WhatsApp X

Wat vind je van dit artikel?

Reacties 9

Besselink

Op aanraden van Ron zet ik hierbij een artikeltje van mijn boek "Fredminton"op deze site. Ik ben benieuwd naar de reacties.

5.De zin en onzin van “kokeren”
 
Het zogenaamde kokeren is op dit moment erg populair in badmintonnend Nederland. Vaak wordt kokeren ten onrechte gelijkgesteld aan fysiek trainen, waarbij de shuttles in volstrekt willekeurige volgorde in hoog tempo over de baan gejaagd worden, waarbij de opdracht van de speler is, om alles terug te slaan.
Desondanks zullen spelers zulke trainingen vaak niet als onplezierig ervaren. Ze komen moe, voldaan en soms uitgewoond van de baan, waarderen de individuele aandacht van de trainer hogelijk (speciaal voor hem of haar heeft hij als veredeld shuttlekanon gefungeerd), maar er wordt weinig gecorrigeerd en het doel van het gebodene is vaak niet duidelijk.
 
Als we gaan kokeren moeten we ons steeds afvragen, wat het doel van de kokeroefeningen is, die we aan de spelers aanbieden.
Hiervoor zijn verschillende argumenten aan te voeren:
·         Het effect van de trainingen zal omhoog gaan, als er wordt getraind op punten, die in directe relatie staan met de individuele leerpunten van de speler.
·         Als het lesdoel aan de betrokken speler wordt verteld, zal de bereidheid om er voor te gaan navenant toenemen.
·         Bij een juiste keuze en een heldere formulering van het lesdoel wordt voorkomen, dat de  kokeroefening technische fouten uitvergroot, omdat een onjuiste techniek wordt gekoppeld aan een hoog bewegings- en slagritme.
·         Bij een juiste keuze van het lesdoel, zal er vaak een directe relatie ontstaan tussen de training en de wedstrijd. De speler voelt, dat hij beter kan worden van de training.
·         Als het lesdoel wordt behaald, gaat hiervan een stimulerende werking uit. Daarom is een (korte) evaluatie met de speler belangrijk.
De betrokkenen moeten een duidelijk verband zien tussen de doelstelling en de activiteiten die van ze gevraagd worden.
 

 
Lesdoelen kunnen het best geformuleerd worden via de SMART-methode:
“Smart” staat voor:
Specifiek  Omschrijf je doel duidelijk en eenduidig. Beschrijf wat je wilt zien, het gedrag op de baan wordt duidelijk omschreven en het na te streven resultaat wordt beschreven met gebruikmaking van kwantitatieve gegevens (bv. aantal herhalingen, hartfrequentie).Een specifieke doelstelling geeft antwoord op de w-vragen.
Wat willen we bereiken?
Wie doen er mee?
Waar vindt e.e.a. plaats?
Wanneer vinden de oefeningen plaats?
Welke onderdelen van de training zijn essentieel?
Waarom trainen we juist dit?
De betrokkenen moeten een duidelijk verband zien tussen de doelstelling en de activiteiten die van ze gevraagd worden.
 
Meetbaar
Hoe kunnen we het resultaat meten?
Hoeveel shuttles/kokers dienen er geslagen te worden?
Hoe lang mogen we er over doen?
Hoe lang zijn de intervallen?
 
Acceptabel
We moeten ervoor zorgen, dat er draagvlak is voor wat we willen trainen. Als de speler de oefening eigenlijk niet accepteert, dan zal het onmogelijk zijn, de doelstelling te halen.
 
Realistisch
Als op voorhand duidelijk is, dat de gestelde doelstelling niet gehaald kan worden, dan zal deze bijgesteld moeten worden. Het lesdoel moet te halen zijn, maar moet wel moeite kosten.
Een te gemakkelijk te halen doelstelling is niet interessant, het brengt immers niet het beste in een speler naar boven.
 
Tijd:
Een SMART-doelstelling heeft een duidelijk startpunt en eindpunt.
Met name korte-termijndoelen moeten SMART zijn. Bij lange-termijndoelen is dat niet altijd mogelijk.
Als we gaan kokeren moeten we met bovenstaande zaken rekening houden!!
 
Welke vormen van kokeren kunnen  we zoal onderscheiden?
 
·         Technisch kokeren: Er wordt een bepaalde techniek ingeoefend Het tempo bij deze vorm van kokeren moet laag liggen. De techniek wordt nog niet (helemaal) beheerst. Het gevaar bij technisch kokeren onder druk is, dat een foute techniek onder te hoge druk wordt geautomatiseerd. Leg bij het technisch kokeren daarom de oefening gerust stil, als er technische aanwijzingen nodig zijn.
·         Fysiek kokeren: In een hoog tempo worden de shuttles aangegeven, waarbij het doel kan zijn om bijvoorbeeld snelheidstraining of tempotraining te geven. Het spreekt vanzelf, dat dit consequenties heeft voor de duur van de oefening. Snelheidstraining kent een maximumtijd van 20 seconden, tempotraining (weerstandstraining) traint het vermogen van het lichaam om met zuurstofschuld te trainen. De oefening duurt dan langer.
·         Positioneel kokeren dubbelspel. De trainer oefent met zijn spelers bepaalde positionele situaties in een dubbelspel, zoals het oefenen van overnames in de aanval in het dubbelspel.  In de aanleerfase is het tempo rustig, waarbij de situaties zo af en toe worden doorgesproken, in de automatiseringsfase wordt  het tempo allengs opgevoerd.
·         Tactisch kokeren dubbelspel. Hierbij ligt de nadruk niet zozeer op de posities die de spelers innemen, maar op hun slagkeuze. Worden shuttles recht of cross uitverdedigd of juist kort gelegd. 
 

(Op de foto:  een demo kokeren in Terborg bij badmintonclub Spees Sjuttel)
 
 
·         Tactisch kokeren in het enkelspel uitgaande van de uitvoerende speler. De speler krijgt bv. de opdracht zo aanvallend mogelijk te spelen of juist zo verdedigend mogelijk.
·         Tactisch kokeren in het enkelspel, uitgaande van de aangever. De aangever imiteert een aanvallende of een verdedigende tegenstander, waarbij de uitvoerder moet reageren. Dit om de uitvoerder voor te bereiden op een toekomstige tegenstander.  Ook kan de uitvoerder geleerd worden hoe hij dient om te gaan met tempowisselingen.
·         Technisch kokeren dubbelspel (als éénling).Bijvoorbeeld om dabs, steeks, half court blockjumps en netdrops te leren spelen. (in het voorveld) In de aanleerfase gebeurt dit in een rustig tempo, maarmate de vaardigheid toeneemt, kan het tempo worden verhoogd. Natuurlijk kunnen zo ook de slagen in het achterveld geoefend worden.
 
Zomaar een greep uit de verschillende mogelijkheden, waarbij ook allerlei combinatievormen mogelijk zijn.
 
 
Gebruik bij het ontwikkelen van oefeningen met de koker behalve het gebruik maken van de SMART-methode ook je fantasie. Denk daarbij aan het gebruik van een stoel tijdens het aangeven (de shuttle kan dan gemakkelijker van boven naar beneden worden aangegeven) of het gebruik maken van een extra aangever.
Overleg met je spelers altijd, waarom voor de oefening gekozen wordt. Alleen op die manier verwordt kokeren niet tot een geestdodende draafsessie.
 
 
 
 
 
 
 Mijn boek is uit:Hoe te bestellen?1.Ga naar www.boekscout.nl2.Klik aan: Boekwinkel3.Klik aan: Sport en spel4.Klik aan: meer informatie5.Bestel. Meer info?Fred BesselinkBroerdijk 36A7081 HA GendringenTel: 0315-683324 Mob: 06-13709991Email: besselink@planet.nl    
Mijn boek is uit:
Hoe te bestellen?
1.Ga naar www.boekscout.nl
2.Klik aan: Boekwinkel
3.Klik aan: Sport en spel
4.Klik aan: meer informatie
5.Bestel.
 
Meer info?
Fred Besselink
Broerdijk 36A
7081 HA Gendringen
Tel: 0315-683324
Mob: 06-13709991
Email: besselink@planet.nl
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 

Kees Bakker

@ Ron Daniels het met de hand mee en tegen de hand in spelen is me nu duidelijk, bedankt hiervoor. Ik heb wel een opmerking over de laatste alinea: In het algemeen wordt de BH altijd als moeilijk afgeschilderd terwijl dat helemaal niet zo is, bij goede badminton spelers zie je dat ze veel meer bezorgd zijn voor hun FH als de BH kant.                             Het is wel een verschil voor mij of je het over een BH hebt of over een BH kant, bij de BH kant worden veel shuttles geslagen met de FH grip. Mocht dit niet kloppen hoor ik het graag.                                             groet  Kees Bakker

Ron Daniels

Hoi Kees, weer even een vertraging in mijn antwoord omdat ik op toernooi was. Met de hand mee spelen is zowel op FH als op BH makelijker dan tegen de hand in spelen,bij het tegen de hand in spelen is dat eenvoudiger op de BH dan op de FH maar dat geld ook voor met de hand mee. je zou kunnen zeggen het meest makelijk is BH met de hand mee dan FH met de and mee, op 3 BH tegen de hand in en het laatste FH tegen de hand in. 

In het algemeen wordt de BH altijd als moeilijk afgeschilderd terwijl dat helemaal niet zo is, bij goede badminton spelers zie je dat ze veel meer bezorgd zijn voor hun FH als de BH kant.

KEES BAKKER

@6b29ed9a9fc5313ff706b403b357ee86:disqus , Hoi Ron, bedankt voor je uitleg wel heb ik gelijk de volgende vraag. Klopt het dat met de hand meespelen met een backhand makkelijker is als met je forehand? 
Kees Bakker

Ron Daniels

Hallo Kees, Sorry ik had je reaktie over het hoofd gezien. Met de hand mee spelen is de natuurlijke beweging door voeren in je slag dus bijvoorbeeld als je een drop of smash op je BH krijgt dan is het cross spelen met de hand mee en het rechtdoor spelen. Het tegen de hand in spelen  is dus de shuttle in de tegen gestelde richting spelen of vaak dus de shuttle terug spelen waar die vandaan komt. Als je onder druk komt te staan ga je dus vaker cross spelen omdatdit met de hand mee is en omdat je cross speeld kom je nog meer onderdruk te staan. Dus tegn de hand in spelen op de training is heel belangrijk om te leren.

Henrivervoort

Hallo Robert,

Leuk een reactie op deze stukken te lezen! Bedankt!

Ja deels is het theorie, maar je zult zien als je een keer langs zou gaan bij Ron, dat het goed te vertalen is in de praktijk.
 
Natuurlijk heb je op grote lijnen gelijk, ikzelf geef veel aandacht aan vormen van effectieve krachtraining, vooral als spelers veel uren training hebben, persoonlijk heb ik een sterke voorkeur om het zo badmintongericht als mogelijk te houden.

Wanneer je de stukken van Ron en Roel hebt gelezen over o.a. kracht en corestability, dan krijg je waarschijnlijk een goed idee wat zij hiermee doen. Niemand zal ontkennen dat een uitstekend fysiek een erg belangrijke voorwaarde is, ik ben het er echter niet mee eens dat het dé beslissende factor is, daarvoor is badminton een simpelweg een te complexe sport.

Voor enkele spelers kan het dé factor zijn, of hetgeen ze moeten verbeteren, voor anderen echter niet. 

Om te zeggen dat er te veel baantrainingen zijn, daar kan ik ook niet zoveel mee. Als je zou zeggen dat er ook meer aandacht naast de baantrainingen moet komen voor bepaalde onderdelen van fysiek trainen, dan kan ik er wel wat mee. Maar ik geloof zeker dat een fysieke aanpak ook tussen de lijnen mogelijk is, mits een trainer maar weet wat hij aan het doen is. 
En de stelling dat de baan nuttig is voor vastheid en vertrouwen vind ik ook nogal kort door de bocht, zoals eerder gezegd je kunt uitstekende fysieke badminton baantrainingen maken.
Ik kan me nauwelijks  voorstellen dat bij trainingen 2 uur uit stand staat te slaan.
Al loop je nog zo hard omdat je fysiek uitstekend in elkaar zit, zonder juist voetenwerk en een idee wat je hiermee kunt, zul je altijd later zijn dan iemand met minder fysiek maar een uitstekend voetenwerk en voetenwerk is toch  meer een technische kwestie, waarbij een baan en ook shuttle(s) handig kunnen zijn.

Al sta je altijd in een goede positie (onmogelijk, dus is het altijd mogelijk je in een minder goede positie te zetten en dan is het wel handig om de technische en tactische oplossingen in huis te hebben, bovendien voor de goede positie heb je ook veel spelinzicht nodig (=baan en tactisch trainen, hetgeen niet eenvoudig is voor velen)) maar kun je vrij weinig met een shuttle en weet je ook niet gek veel waar je deze heen wilt slaan dan zal het iniatief hebben je niks brengen, sterker nog, bepaalde spelers zullen het gebruiken om te kunnen counteren. 

Desalniettemin, in badminton is fysiek erg belangrijk, het is een voorwaarde scheppende factor in mijn  zienswijze, maar zonder hierop iets te bouwen wordt niemand een echt goede speler denk ik, maar natuurlijk is het leuk en leerzaam als anderen hier een andere mening over hebben. In mijn mening over fysieke training in badminton zou het belangrijk zijn goed te volgen wat men ook in andere landen op fysiek gebied ontdekt, bijvoorbeeld op de universiteit van Aalborg is een onderzoek uitgekomen naar de kracht in een fullpowerslag in het badminton, daarbij blijkt dat er meer aandacht zou moeten komen voor de rotators van de bovenarm in dit complexe proces. 
Badminton is een open skills sport en er zijn vele factoren die belangrijk zijn, ik blijf erbij dat het uiteindelijk een tecnische denksport is. Al zal ik nooit ontkennen dat fysiek hierbij een belangrijk aspect is. 

En als ik jou stuk zo lees, vrees ik dat je zult blijven geloven dat badminton boven alles een fysieke sport is. Natuurlijk heb je een fundament nodig, en als dat je punt was, zijn we het eens, maar zoals je het voor de rest hebt omschreven, kun je uit bovenstaande opmerken dat we het niet eens zijn.
Nogmaals bedankt voor de reactie! En het zou zeker interessant zijn als je jouw visie op training zou willen omschrijven (iets uitgebreider en praktischer) voor deze of andere sites. Want ik merk dat je nogal kritisch bent op hetgeen veel trainers doen, het zou zeker leerzaam zijn dit met elkaar te delen. Hopelijk heb je de tijd om dit te doen!
Henri

 

KEES BAKKER

                                                                                                  

 @  RON DANIELS, RON IK LEES JE TECHNISCHE STUKKEN ALTIJD MET BELANGSTELLING, MAAR KUN JIJ ME UITLEGGEN WAT TEGEN DE HAND IN SPELEN OF MET DE HAND MEESPELEN IS? 

KEES BAKKER

Robert Hoogland

WOW ingewikkeld hoor. Persoonlijk vind ik het nogal getheoretiseer.

Snelheid en druk is belangrijk. Je staat er dan altijd goed voor en maakt het spel, hebt initiatief. Initiatief=macht. Daar zijn geen ingewikkelde theorieën voor nodig en ook geen tactisch plan. Daar is veel kennis van trainingsfysiologie voor nodig. Er moet ontzettend veel geïnvesteerd worden in het voorwaardenscheppende fysieke werk. Ik zie dat niet of zeer slecht in de vorm van een wat dommig fitnessprogramma met apparaten.

Veel baantraining
Ik weet niet hoe het komt, mogelijk is bij trainers te weinig kennis en expertise over het bewegen en trainen van mensen. Ik zie veel te veel badminton(baan)training. Natuurlijk belangrijk voor vastheid en vertrouwen. Maar wat zijn mooie slagen waard als je steeds gepasseerd/te laat bent? Het zet geen partij om in winst! Effectief en heersend spel bestaat voor ruim 80% uit goed staan. Fysieke gesteldheid is dé beslissende factor. 

Dynamische stabiliteit
Optimale, snelle en explosieve pols- en beenactie vraagt (dynamische) stabiliteit in hoger gelegen gewrichten. Zonder stabiele romp, schouder en heup geen snelheid en geen kwaliteit van bewegen. Je bent traag en onnauwkeurig in bewegen. Gevolg te laat, veel fouten en - als negatieve bijsmaak - ook helaas veel blessures. 

Je kunt spelers wel vertellen dat ze een korte snelle beweging kunnen maken, maar dat is werken aan een eindfase zonder een begin. Een examen laten doen zonder voorkennis. Lastig!

Onvoldoende
Nee, voor het examen (lees wedstrijd) moeten voorwaarden kloppen. En die voorwaarden zijn dynamische stabiliteit van centraal naar de ledematen: hoe hoger je gaat spelen, hoe groter de stabiliteit. Dit stopt nooit. Je doet toch ook geen examen als je de voorbereiding niet hebt gedaan. Of je moet tevreden zijn met een (dikke) onvoldoende.

Voor de leesbaarheid is dit uiteraard een summiere uitwerking. Ik heb geprobeerd de visie te verwoorden.

Henrivervoort

Leuk stuk Ron. Mooie basis om vervolgens over techniek/fysiek en ook het mentale gedeelte te spreken. 

Ik ben zelf ook erg een voorstander van het tijd en ruimte creeeren juist door het gebruik van techniek en schijn, en vooral in het technische gedeelte in het voorveld en halfcourt de slag beweging ontzettend inkorten (wat jij one inch punch noemt) zelfs bij snelle slagen, ik gebruik daar altijd de nogal domme formule e = mc2 voor..in de zin: Energie die in een shuttle komt door middel van de snaren en het racket (wat dus invloed kan hebben) komt voort uit massa (relatief niet belangrijk), en snelheid (in de Einstein formule als lichtsnelheid, maar in badminton denk ik dat we daar niet aankomen :) 

Een simpel voorbeeld: als je een shuttle aanvallend vanaf het voorveld naar het achterveldspeelt, zal de massa eigenlijk zijn wat we vaak: kracht noemen, "het lichaamsgewicht erin" etc, bij een langere beweging met grotere spiergroepen als de schouder als zeer bepalende factor in de slag, krijg je dus dat je veel kracht erin legt, maar vaak doet de shuttle er relatief lang over om de plaats van bestemming te komen (het achterveld), omdat de component snelheid bij dat soort slagen met een beperkte afstand (halve afstand van wat we een shuttle ongeveer kunnen slaan normaliter (achterlijn-bijna achterlijn) vaak niet voldoende aanwezig is. 
Om dit begrijpelijk te houden voor iedereen (voor zover dat het niet is, ik was zelf ook slecht in natuurkunde...) neem je racket in je hand en probeer vooral met de schouder te slaan: het zal langzaam gaan, booooiiiinnnggg, als je al meer je elleboog gaat gebruiken, wat je bij veel spelers ziet, zal er al meer snelheid in komen en het geluid ook wat helderder worden als je de shuttle raakt, maar als je alleen je hand/onderarm gebruikt kun je je racket heel snel bewegen (je kunt dit ook proberen zonder shuttle, probeer je racket zo snel mogelijk te bewegen, je zult zien dat je dit met een iets kortere grip en met je hand/onderam gaat doen, niet met je schouder als een Slotmachine uit Las Vegas)

Dit wetende kom je dus erop uit dat de theorie om een zo kort mogelijke snelle beweging te maken resulteert in de maximale energie in de slag om de shuttle zo snel mogelijk op de plaats te krijgen. Natuurlijk zul je kracht gebruiken, maar zeer weinig massa. We gebruiken onder andere de flexbar om meer kracht te kunnen creeeren in deze slagen, die je ook bij drive/racketvaardigheid slagen kunt gebruiken en in andere situaties, om nog meer snelheid in de shuttle te krijgen.

In het achterveld als je maximale power wilt genereren voor een smash bijvoorbeeld, zul je ook massa verhogen en been, lichaam, schouder, bovenarmrotators etc etc gaan gebruiken. Vooral deze laatste blijken veel meer toe te voegen aan de maximale kracht dan we dachten tot op heden. De massa blijft dus beperkte om tot Einstein terug te komen. 
En om dus weer op jouw stuk terug te komen, enkel op deze (reeds verschillende keren door jou beschreven o.a. met de one inch punch) manier krijg je dus al een groot tactisch voordeel: tijd, ook omdat de korte beweging in zichzelf als schijn met zich meebrengt en de anticipatie mogelijkheden beperkt bij de tegenstander(s).

En zo kun je tecniek gaan inpassen binnen een tactisch kader.

Excuses aan alle natuurkundigen en andere voor het misbruiken van Einstein :) maar uit het CERN komen toch geruchten dat een en ander voor herziening vatbaar was.

Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.

Meer over dit onderwerp

Het zwarte gat van Badminton Nederland

Het zwarte gat van Badminton Nederland

De nieuwe wereldtoppers hebben geen smartphone

De nieuwe wereldtoppers hebben geen smartphone

What is the future of talent in badminton?

What is the future of talent in badminton?

NK Badminton voor het jokzie of voor het echie?

NK Badminton voor het jokzie of voor het echie?