Daar heb ik ook al veel voorbeelden van gegeven in het verleden. Een van de voorbeelden is het reageren op met hand mee en tegen de hand ingespeelde slagen (met de hand mee = MDH en tegen de hand in = TDH). Op een cross aanval komt 9 van de 10 keer een longline return.
Het gedwongen met de hand mee spelen is sterk afhankelijk van waar de shuttle zich ten opzichte van je lichaam zich bevindt. Hoe verder een shuttle van je lichaam af gespeeld wordt hoe minder de kans dat de shuttle MDH mee wordt gespeeld.
Je kunt ook stellen dat de richting van het MDH mee spelen verandert hoe verder de shuttle van het lichaam af wordt geraakt. Als de shuttle dichtbij het lichaam kan worden geslagen is de richting van MDH meeslagen cross terwijl MDH mee verder van het lichaam af juist rechtdoor gaat. Dus longline. Deze regel geldt voor zowel de BH als de FH kant.
Het met de hand mee cross spelen vanaf de BH kant is eenvoudiger en meer natuurlijk dan vanaf de FH kant, omdat je vanaf de BH je arm voor je lichaam langs heb en hem weer terug trekt naar de kant naast je lichaam. Ook het TDH in spelen is vanaf de BH kant makelijker, omdat de ruimte die je kan scheppen voor deze slag vergroot kan worden door het natuurlijk indraaien van de schouder van de slag arm. Al deze slagen en mogelijkheden kunnen ook op de FH kant worden uitgevoerd, maar vereisen iets meer techniek en hebben biomechanische beperkingen die kunnen worden opgevangen door grip veranderingen die op de BH kant minder noodzakelijk zijn.
Voor zowel de FH als de BH geldt dat als je de shuttle iets voor je lichaam kan pakken en daardoor de hoek ten opzichte van je lichaam verkleint je meer mogelijkheden hebt om met name de cross MDH mee gespeelde slagen zonder veel techniek uit te voeren.
Oefenstof voor deze situatietrainingen zou kunnen worden gecombineerd met voetenwerk oplooptraining. Een speler valt vanuit het achterveld aan en beoordeelt zijn eigen aanval. Bij een wat hardere goed langs de lijn gespeelde smash loop je direct rechtdoor op, omdat de MDH mee geslagen slag ver van het lichaam af ligt bij de tegenstander. Hoe minder de smash scherp langs de lijn wordt gespeeld hoe minder is de oploop dan ook rechtdoor. Je kunt de oefening eerst aan een kant laten uitvoeren. De spelers zullen dan al klaar gaan staan op de desbetreffende kant en met name de techniek goed kunnen trainen. Als de oefening meer wedstrijdrealistisch moet worden, dan komt ook de cross smash mee in de oefening. Op een cross smash wordt natuurlijk ook gelijk cross opgelopen, omdat de return met 90% zekerheid als longline wordt teruggespeeld. Alleen wanneer de smash niet voldoende buiten het lichaamsbereik van de tegenstander wordt gespeeld kan je verrast worden door een cross return.
Als spelers zich bewust zijn van de mogelijkheden die de MDH mee en TDH in gespeelde slagen hebben in het voorzien van de rally krijg je ook direct een rustiger voetenwerk.
Reacties 3
Hoi Jack,
Bedankt voor je reactie, het is goed te lezen dat je een
aantal verbanden legt tussen verschillende stukjes die ik heb geschreven en
bijvoorbeeld de bijscholing van Holger, ik heb met hem vele lange gesprekken
gehad in Duitsland over het benoemen van situaties in onze sport want er zijn
heel veel verschillende manieren hoe dingen genoemd worden.
Iets wat voor mij heel erg logisch is blijkt vaak voor
andere helemaal niet zo voor de hand te liggen, de positie van je racketblad
veranderd zodra je het racket verder dan wel dichter bij je lichaam heb. Het
geen waar ik de focus op heb gelegd is dat met de MDH mee op zowel je FH als BH
kant in twee verschillende richtingen kan zijn afhankelijk van waar je hem
raakt.
Ik heb heel veel nieuwe termen bedacht en beschreven en ben het wel met je eens dat het goed zou zijn
alle situaties en nieuwe begrippen eens op een rijtje te zetten en te
beschrijven zodat ze voor iedereen duidelijk zijn. Daar ga ik eens een paar
lange winter avonden aan besteden.
Ron
In een vorig artikel had je het ook over de begrippen MDH (met de hand mee) en TDH (tegen de hand in), maar ik had toen het idee dat het vervangen kon worden door "met de armbeweging mee" en "tegen de armbeweging in". Dit is echter een stuk duidelijker.
MDH en TDH is dus een stuk subtieler. Het hangt dus af van het raakpunt ten opzichte van je lichaam. Heeft dit ook iets te maken met de racketstartpositie?
Ik weet dat Holger Hasse bij een bijscholing heeft gepraat over de relatie tussen de racketstartpositie (en dus de bladstand) en de keuzemogelijkheden. Dus, als je racketstartpositie longline is, dan is MDH mee longline. Is je racketstartpositie cross, dan is MDH mee cross.
Er zijn natuurlijk verschillen tussen de begrippen. MDH en TDH lijken vooral afgedwongen te worden (waardoor je voorspelbaar badminton krijgt), terwijl je racketstartpositie ook een weerspiegeling is van je intentie voordat je de shuttle raakt (en kan dus ook een technische fout zijn).
Het is leuk om een missend puzzel stukje te gebruiken om begrippen als "situatie met veel tijd", "situatie met weining tijd", "racketstartpositie", "met de hand mee" en "tegen de hand in" een plek te geven, en er oorzaak-gevolg verbanden tussen te trekken.
Veel dank.
Het heet "voorspelbaar badminton" omdat je weet waar de volgende shuttle gaat komen aan de hand van MDH. om TDH te spelen heb je meer tijd nodig. tegen de hand spelen is nooit een reactie. je moet er bewust over nadenken en dus heb je meer tijd nodig. iedereen reageert als reflex dus altijd met de hand mee. je weet dus waar de shuttle gaat komen en dus wat ron al zei in het artikel; bij een smash op de lijn rechtdoor oplopen en dichter bij het lichaam cross.
Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.