Zonder al te veel problemen kwamen we zondagmiddag aan, lekker wat gegeten en vroeg naar bed gegaan.
Maandag konden we wat trainen in de main hall, dit is de Olympische hal van de winterspelen in Vancouver waar geschaatst werd. Juist ja, de hal waarin Sven Kramer de verkeerde bocht nam. Daar hadden wij gelukkig geen last van, al was het er nog wel steeds de temperatuur van een ijsbaan. Het was ongelofelijk groot en een deel was nog steeds een ijsbaan. Hierdoor was het echt behoorlijk koud en stond er ook wat wind. Het was een hal waar je goed aan moest wennen.
Dinsdag hadden we ook nog banen, dus konden we nog een beetje slaan en woensdag zou het toernooi voor mij al van start gaan in de damesdubbel. Hierin moesten we aantreden in de eerste ronde tegen een koppel uit Nieuw-Zeeland. Dat betekende voor ons weinig problemen en we wonnen dan ook overtuigend in twee sets.
Donderdag moest ik om 14.30 uur de mix spelen tegen een koppel uit Amerika/Canada. We wisten dat we niet kansloos zouden zijn, maar helaas hebben we op de beslissende momenten niet de goede tactiek kunnen uitvoeren. Erg zuur als je twee keer met 22-20 verliest en twee keer hebt voorgestaan op 20-19! Later die dag moest ik ook nog de tweede ronde dubbelen tegen een koppel uit de Phillippijnen. Echter nadat wij een goede warming-up hadden gedaan en op de baan stonden, waren onze tegenstanders nergens te bekennen. Na 10 minuten belgen (een spelletje tegen elkaar) en wachten op de baan (je hebt namelijk 10 minuten om alsnog te komen) kregen we een hand van de scheidsrechter en stonden we in de kwartfinale. Toch vervelend dat je voor niets daar staat en je tegenstanders het niet even laten weten van te voren.
Lees de rest van dit artikel op de website van Iris Tabeling.