Het laatste nieuws
Het laatste nieuws
 
 

Ken je deze spelers al?

© sxc.hu+ Je neurologische reactie is altijd die van de kortste weg. Des te belangrijker wordt alles wat eraan voorafgaat.

Chain of events

© sxc.hu+ Je neurologische reactie is altijd die van de kortste weg. Des te belangrijker wordt alles wat eraan voorafgaat.

Wat is dat eigenlijk, chain-of-events-training? Het woordenboek vertelt ons: a chain of events is a number of actions and their effects that are contiguous and linked together.

LET OP: De verantwoordelijkheid voor de inhoud en publicatie van dit artikel ligt bij de oorspronkelijke auteur.
Let op: dit artikel mag niet gedeeltelijk of geheel elders gepubliceerd worden.

Elitetraining is nagenoeg altijd complexe training gewoon omdat alles met elkaar samen hangt. Waar je in jeugdtraining nog enkele elementen uit het spel kan halen om die te trainen, is dat bij elitespelers totaal overbodig. Tenzij er echt een hele grote fout in het spel zit.

Om tot COE-training te komen moet je eerst begrijpen hoe Deense trainers werken. Er is een standaard manier van kijken en corrigeren: je analyseert van het racket naar de voet en je corrigeert van de voet naar het racket. In deze benaderingswijze ligt al de basis van COE-training, omdat de wijze waarop je het racket beweegt of gebruikt heel sterk samenhangt met de manier waarop je beweegt op de baan.

Als ik deze simpele manier van denken in Nederland bespreek met spelers, dan kijken ze je aan of ze water zien branden. Dit was dus ook het geval met Erik Meijs. Met de woorden "nog nooit van gehoord" begonnen we de tweeweekse stage in Vietnam. Ik heb over de COE-training een rapport van zes pagina's geschreven met tekst en uitleg aan de nationale coach over alleen die dingen die op Erik betrekking hadden. Als ik alles zou moeten beschrijven dan ben ik bang dat het een klein boekwerk zal worden waar alleen de die hards zich doorheen zullen worstelen.

Het waarom van dit artikel

Christ de Rooij van badmintonline.nl heeft me gevraagd wat meer in detail te vertellen over de manier waarop ik met Erik en Tobias in Vietnam heb gewerkt. Hij wil namelijk een nieuwe rubriek starten op zijn site waar er wat exclusiever wordt gewerkt met badmintonkennis.

Ik heb vaak geroepen dat ik vind dat alle Nederlandse singlespelers veel te laag bij het net werken. Het geeft een heel passief spel, waarbij de speler gaat proberen zonder fouten de shuttle rond te spelen. Waarom willen trainers dat graag zien, vraag je jezelf dan af. Het antwoord ligt ook hier in China, of Azië als je het wat meer algemeen wil houden. In Nederland kan je dat soort spel goed zien bij Jie dat is ook iemand die in alle eeuwigheid de shuttle rond kan spelen. Er zijn bijna geen andere wapens in het spel op een cross netdrop na. Wat de trainers in Nederland dus proberen is meer Chinees te worden dan de Chinezen en ik ben bang dat dit niet gaat lukken. We onderwaarderen daardoor totaal onze eigen sterke kanten. De Denen zijn daar al een tijdje achter en hebben dus wel veel voetenwerk over genomen uit Azië, maar zetten daarnaast hoog in op techniek, tactiek en het ontwapenen van de tegenstander.

In Vietnam was Erik erg onder de indruk van de snelheid van de spelers en de hardheid van de smash. Ik heb hem eerst eens een paar wedstrijden laten spelen tegen die jongens en ben daarna vragen gaan stellen.

Wat kunnen deze jongens nou echt heel erg goed? Smashen, zijn zijn ze goed in, was het antwoord. Geef ze dan geen smashkans, was mijn advies. Maar ja, Erik heeft jarenlang geleerd dat hij foutloos de shuttle moet rondspelen in een tempo waar zelfs een schildpad van in slaap valt. Probeer dan maar eens om zo te spelen dat je tegenstander - die al jaren 4 of 5 tandjes sneller werkt op de training - geen smashmogelijkheid krijgt.

Voorbeeld: hoog bij het net

Elke centimeter die je lager aan het net zit ontneemt je wapens en spelers uit Nederland hebben bijna alleen nog maar een hoge lob over of netdrops met pisboogjes. Er zit totaal geen gevaar in en heeft helemaal geen dreiging. Het is gewoon een verliezerssituatie als je ook maar iets wil in Azië.

Je zal risico moeten nemen. Door je tegenstander onder druk te zetten kan je het risico minimaliseren, maar met de shuttle foutloos rondspelen ga je het niet redden als talent. Ik hoef maar een voorbeeld te noemen en dat is Victor Axelsen. Die is zo lastig omdat hij juist heel hoog op het net zit en dwingend kan spelen. Daar hebben de spelers uit Azië moeite mee en ze geven helemaal niets om spelers die shuttles rondspelen op de baan: dat kunnen zij veel beter.

Hoog op het net zitten alleen is niet genoeg. Je moet je tegenstander ook nog eens de indruk geven dat je door strekking van de arm alsnog beperkt ben in je mogelijkheden. Hierover heb ik veel geleerd van de vechtsport, met name de 'one inch punch'. Het gaat er om zoveel mogelijk kracht te halen uit een minimale beweging. Alle lobs die ik Erik heb geleerd hadden deze techniek als uitgangspunt, het ziet er in vechtsport niet gevaarlijk uit, maar het is extreem krachtig en ook in badminton ziet het er zeer ontwapend uit maar dat is alleen maar schijn.

Het omzetten van de one inch punch naar een lob is zeer eenvoudig, omdat er bijna sprake is van dezelfde techniek. Strek je arm bijna maximaal uit, laat je racketblad nooit meer achterover vallen om kracht te zetten en maak alleen gebruik van een voorwaarts beweging die extreem kort is.

Als je het juist uitvoert, dan voel je het van de vloer in je benen en bovenlichaam. Erik had na een training spierpijn in zijn armen van deze minimale beweging (2 tot 3 cm). Door het zo laat uitvoeren van de beweging wordt het ook al een schijnbeweging. De tegenstander is genoodzaakt te wachten met reageren en wordt daardoor extreem gevoelig voor schijn.

Voorbeeld: uitgangspunt rackethoogte

De juiste hoogte aan het net is dus noodzaak als je een tegenstander wil ontwapenen. Het heeft ook belangrijke gevolgen voor de volgende slag. Als je kijkt naar het spel van Erik, dan zie je dat hij een voorkeur heeft voor zijn backhand (BH). Het laag aan het net zitten stimuleert dat nog eens extra. Als je je racket 10 cm hoger of lager hebt, dan is dat bepalend of je een BH of een around the head (ARH) gaat nemen in je volgende slag. Dat is te verklaren doordat je neurologisch reactie altijd die van de kortste weg is. Als je het racket op heuphoogte hebt, volgt deze sneller naar boven voor een ARH en als je hem op kniehoogte hebt, zal je de grond volgen naar een BH.

Laten we er even van uit gaan dat de rackethoogte goed is en Erik voor een ARH zal kiezen, dan zie je vaak dat de speler zijn hoofd al hoog naar achter beweegt terwijl de shuttle nog ver weg is. Je hersenen werken gewoon veel sneller dan dat jij je kan bewegen en die zijn al bezig met de slag die je straks gaat slaan. Je hoofd gaat als automatisch naar achter, waardoor je rug een kromming krijgt en je veel moeilijker naar de achterlijn beweegt.

Het gevolg is dat je net iets te laat aan komt in een verkeerde positie ten opzichte van de shuttle. Door dit achterover hangen in het slagmoment moet je een compensatie hebben om je evenwicht te bewaren en dat doe je door je rechterbeen omhoog te doen in het landingsmoment. Als je dat doet, zal je veel dieper door moeten zakken op je linkerbeen in de landing met als gevolg dat je geen gebruik kan maken van de excentrische kracht en dus geen rapid deceleration techniek kunt toepassen. En omdat je rechterbeen veel langer in de lucht is dan het linker kan je ook niet starten met lopen. Je ben dus weer te laat voor de volgende slag.

Dit is typisch een COE-situatie waarin alles samenhangt met elkaar en je de dingen niet onafhankelijk van elkaar kan trainen. Ik zeg het verkeerd: het kan wel maar het heeft geen nut.

  • 1. Ik zet Erik hoger aan het net;
  • 2. hij moet een hogere racket recovery hebben;
  • 3. nu is het meer eenvoudig om een ARH te spelen in plaats van een BH;
  • 4. zijn hoofd moet niet naar achter vallen in de start naar de ARH toe;
  • 5. nu is het mogelijk links en rechts bijna gelijktijdig aan de grond te krijgen;
  • 6. hierdoor maakt hij gebruik van zijn excentrische kracht voor rapid deceleration;
  • 7. hij heeft nu tijd gewonnen om weer hoog bij het net te kunnen zijn.

Het is maar een voorbeeld van COE-training en er zijn nog veel meer details waar we op letten dan dit eenvoudige lijstje van 7 punten aangeeft. Maar daar kom ik in een volgend artikel nog wel eens op terug, want anders belanden we in de boekenafdeling.

We blijven leren

Een ander ding wat erg opvalt bij Erik is zijn gewoonte om na een rally zijn racket parallel aan zijn arm omhoog te trekken. Dat is opzichzelfstaand niet verkeerd mits hij het alleen maar doet in situaties waarin de rally echt afgelopen is. Het viel me op dat hij het ook doet als hij erg onder druk staat en dénkt de shuttle niet te halen. Dit heeft dus grote gevolgen voor met name cross smash situaties op zijn FH kant. Hiermee werd iets heel onschuldigs als een rackethoudingsgewoonte iets waardoor hij belangrijke wedstrijden zou kunnen verliezen.

Iets wat je dan ook vaak ziet bij topspelers is dat ze altijd hun arm en racket zo ver mogelijk uitstrekken naar de shuttle. Het heeft voor mij een heel belangrijk voordeel ten opzichte van je racket dicht tegen je lichaam aan houden. Als trainer hebben we allemaal regelmatig gezien dat spelers een shuttle laten lopen die ze naar onze mening makkelijk hadden kunnen hebben. Het is optisch bedrog dat de speler doet geloven dat de shuttle onbereikbaar is. Het leren uitstrekken van de arm en het racket zorgt er voor dat dit optische bedrog veel minder voor komt.

Stuur je tegenstander

CEO-training is niet alleen maar de fouten uit een speler halen die daardoor het spel positief beïnvloeden. Het gaat er ook om events te laten gebeuren als gevolg van deze kettingreactie aan gebeurtenissen. Het is een tweede punt waarop ik bij Nederlandse spelers veel kritiek heb en dat is het gebrek aan schijnbewegingen in het spel.

Schijnbewegingen zijn een essentieel onderdeel van het scheppen van tijd en ruimte. Ik begrijp ook dat dit helemaal niet past in het soort spel dat Papendal voorstaat. Een speler die alleen maar tot doel heeft de shuttle rond te spelen zonder fouten te maken, neemt dan echt totaal de verkeerde tactiek door risicoslagen in het spel te brengen. Het niet trainen en gebruiken van schijnbewegingen is niet alleen saai maar ook 100% zeker succesloos om de top te halen. Ik ben dan ook van mening dat het niet trainen van schijnbewegingen aan de top er alles mee te maken heeft dat de trainers dit onderdeel gewoon heel slecht beheersen. Het niet voor kunnen doen en/of niet kunnen uitleggen. En stel je voor dat een speler het beter weet, dat kan echt niet.

In de wereldtop onderscheiden spelers zich minimaal van elkaar en met alleen aanvallen kom je er niet. Net zo goed als dat je niet alleen maar kunt verdedigen: je moet een complete speler zijn die kan schakelen tussen verschillende wapens en type spel. Ik zie Lin Dan en Taufik Hidayat in een wedstrijd schakelen tussen de aanval, de verdediging, rondspelen en uit balans halen. Ze spelen hoog en laag aan het net al naar gelang het tempo dat ze kiezen.

CEO-training zal dus ook voor een belangrijk deel samenhangen met de tactiek. Wellicht is een van de redenen dat er niet op deze manier wordt gewerkt in Papendal het feit dat er geen sterke tactiektrainers zijn. Het planmatig aanpakken van een wedstrijd is onbekend. En laten er nu geen spelers komen die me vertellen dat ik dat niet kan weten, omdat ik nooit op Papendal kom. Dat hoeft helemaal niet. Vanaf de tribune heb ik een van de trainers die ik aan het opleiden ben verteld wat er fout ging in de coaching op de Dutch Open. Na afloop van de wedstrijd heb ik de speler laten vertellen hoe de coaching was en dit bleek voor 95% overeen te komen met hetgeen ik had besproken met deze trainer.

Als de tactiekcoaching zwak is, dan kan je ook niet verwachten dat de COE-training op tactiekbasis iets is waar aandacht aan wordt besteed op Papendal. Het is mijn indruk dat Lotte waarschijnlijk de enige tactiekcoach is.

Met schijnbewegingen kan je de tegenstander ertoe bewegen zijn positieve COE om te buigen naar voor hem negatieve. Je kunt dit alleen maar doen door tijd weg te halen bij de tegenstander, waardoor hij minder perfect ten opzichte van de shuttle komt te staan en zijn wapenmogelijkheden dus afnemen. Schijnbewegingen is het gebruik maken van de optische illusie die je een tegenstander oplegt. Het spelen van het type lob dat ik eerder heb beschreven is ook een schijnbeweging. Alle goede schijnbewegingen hebben een minimale beweging en je kan dus stellen dat hoe minder de beweging is, hoe effectiever de schijnbeweging zal zijn. Elke beweging die ik Erik heb aangeleerd heeft niet meer dan 5 tot 10 minuten geduurd om eigengemaakt te kunnen worden. Als een beweging langer duurde, dan liet ik deze gelijk vallen, want die zal hij nooit gaan gebruiken.

Om een compensatie te maken voor het gebrek aan rotatie in de lob heb ik Erik een nieuwe grip aan geleerd. Het is alleen maar een verpakking van 3 mm, maar het is meer dan voldoende om de shuttlelijn te veranderen van passief naar aanvallend. Het gaat hier om de BH-kant aan het net met 3 mm tegen de klok in gedraaide grip met ook weer de one inch punch techniek. Op de HF-kant hebben we vooral gewerkt met een bovenhandse windows whiper lob. Alle technieken zijn er op gericht de tegenstander zijn smash te ontnemen.

COE in het voetenwerk

Als je ruimte wil laten op een baan, dan zal je ook je voetenwerk moeten aanpassen. Wanneer je hetzelfde voetenwerk gebruikt als wanneer je midden op de baan staat, dan verlies je deze ruimte aan hoogte aan het net. De meeste spelers gebruiken chasse vanuit het midden naar het net, maar dit is een voetenwerk met een laag zwaartepunt en dus heel erg defensief.

Het wegblijven uit het midden heeft dus een aantal voordelen: je kan de tegenstander dwingen in de hoek te spelen die je zelf heb opengelaten en als hij dit doet moet je niet langer chasse gebruiken maar met links voorlangs kruis gebruiken. Dit heeft als voordeel dat je een veel hoger zwaartepunt hebt en daardoor veel hoger bij het net uitkomt om vervolgens weer gebruik te kunnen maken van de bovenhandse lob techniek op de FH-kant of de verpakte grip op de BH-kant.

  • 1. Blijf weg uit het midden en laat een hoek open;
  • 2. het spel wordt nu meer voorspelbaar
  • 3. pas het voetenwerk aan door niet langer gebruik te maken van chasse (FH);
  • 4. je blijft nu hoog op het net zitten;
  • 5. speel een bovenhandse lob;
  • 6. op de BH maak je zoveel mogelijk gebruik van links uitstappen en verpakte grip;
  • 7. in beide gevallen zorg je voor een hoge en snelle racket recovery als voorbereiding voor een snelle drive slagen uitwisseling.

Ook hier zijn er eindeloze variatiemogelijkheden naar de verschillende hoeken en vanuit het midden. Daar wil ik hier niet dieper op in gaan: het gaat er om dat je het idee ziet in het trainen van COE.

Ik heb de bondscoach verslag gedaan van mijn training in Vietnam inclusief alle motivatie van het hoe en waarom. Ik hoop voor Erik dat het enig begrip en aftrek zal hebben op Papendal, want ik heb die jongen zien groeien in de twee weken die ik met hem heb gehad. Hij had elke dag weer enorm plezier in de training ook al was het keihard en zwaar. In de wedstrijden die ik hem heb zien spelen heeft hij het respect van de spelers hier afgedwongen. Erik en ik weten 100% zeker dat we op de juiste weg zitten en met of zonder de bond gaan we verder in de ingeslagen weg. Gewoon omdat we geen tijd hebben: de klok tikt en hij loopt veel sneller dan we nu denken.

Ron Daniëls

door

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Je ontvangt enkele keren per jaar een speciale update!

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

Wat vind jij? Er zijn al 8 waarderingen!

Reacties

+

› lees onze huisregels

Over de auteur: Ron Daniëls

Je zou denken dat hij alleen hard kan schreeuwen, maar Ron weet vaak de juiste snaar te raken. Misschien daarom wel bekend en berucht tegelijk?

TEST

Meer nieuws