Doet de badmintonbond dat niet, dan kunnen de spelers aanspraak maken op dwangsommen (€ 10.000 per keer). Bovendien heeft de rechtbank vastgesteld dat de badmintonbond aan de betrokken sponsoren de geleden en nog te lijden schade dient te vergoeden als gevolg van het aanzetten tot het plegen van wanprestatie.
Als gevolg van een eind 2009 door Badminton Nederland afgesloten sponsorovereenkomst worden sinds 1 januari 2010 nog slechts badmintonners die gebruik maken van materiaal van de nieuwe sponsor van de bond geselecteerd voor internationale (landen)toernooien. Dicky Palyama en Eric Pang spelen echter met materiaal van het badmintonmerk Carlton van Dunlop Slazenger International en Judith Meulendijks met materiaal van het badmintonmerk Forza. Zij zijn daarom de afgelopen twee jaar niet toegelaten tot de nationale selectie.
Eerder verzochten de spelers en Dunlop Slazenger International de Rechtbank Utrecht om een zogenaamde voorlopige voorziening op grond waarvan zij met materiaal van hun eigen sponsor aan internationale landentoernooien konden meedoen. De Rechtbank heeft een dergelijke 'noodmaatregel' echter niet willen uitspreken. Daarop hebben de spelers en Dunlop Slazenger International een bodemprocedure gestart. In deze uitgebreide procedure, waarin de kwestie in al zijn facetten en op een uitgebreide wijze aan de orde is gekomen, is nu dus wél in het voordeel van de spelers en Dunlop Slazenger International geoordeeld.