Gezonde lichamen, gezonde geesten, gezonde vereniging

Gezonde lichamen, gezonde geesten, gezonde vereniging

De aandacht voor fysieke of technische of tactische training gaat in de meeste verenigingen voorbij aan de behoeften van de jeugdspelers zelf EN aan de mogelijkheden en wensen van de begeleiding.

Om te beginnen met de fysieke training aan jeugdspelers, zonde van de tijd en energie. Ten minste als dit gaat om kracht- en uithoudingsaspecten, de traditionele conditie.

Uithoudingsvermogen is bij 'gezonde' kinderen tot en met U17 eigenlijk nooit een probleem. En jonge kinderen hebben al helemaal het ultieme vermogen om snel te herstellen na een inspanning.

Uithoudingsvermogen zou binnen badminton ook beter vertaald kunnen worden naar energiemanagement. Huynh heeft daar een fraai artikel over geschreven. Hoe kan een speler zo efficiënt mogelijk omgaan met het versnellen (maximaal inspanning), het spelen in een meer steady state modus als de situatie gelijkwaardig is in de rally en herstel voor de volgende rally. In de singles wordt er maar zeer kortstondig maximaal prestatie van het lichaam gevraagd, dat gebeurt alleen als een van de spelers het initiatief neemt en versnelt, ook de speler in de verdedigende positie moet dan overigens versnellen. Als de situatie gelijkwaardig is, dan wordt er zelfs naar de achterlijn gewandeld om een slag te maken. Hoe zinvol is dan een intervaltraining met sprints van meer dan 5 seconden, laat staan duurtraining?

Over krachttraining in het algemeen en bij jeugd in de groei in het bijzonder is al veel onderzocht en geschreven. Het is mijn persoonlijke overtuiging dat krachttraining die er op gericht is om een of meer spiergroepen gericht sterker te maken, een volgend moment in de groei van het lichaam alleen maar de ontwikkeling van die groei tegenwerkt.

Het wordt anders als je bij fysieke training denkt aan motorische vaardigheid, oftewel coördinatie en beweeglijkheid. Dit kan ook uitstekend beoefend worden met een racket en een shuttle, dan gaan ze ook nog beter badmintonnen.

Wat wil de jeugdspeler?

Uitgaand van de puber van zo'n 12 tot 18, wil deze vooral bij een groep horen, is op zoek naar zekerheden, wil minimaal uitstralen dat hij of zij zelf keuzes kan en mag maken en heeft last but not least een enorme honger om te leren. Dit laatste lijkt overigens vaak te conflicteren met het groepsgedrag. Badminton spelen is alleen maar een hulpmiddel om aan deze wensen te kunnen voldoen, het spelen van badminton op zich is geen doel. Dat komt pas als blijkt dat ze zich hiermee kunnen onderscheiden terwijl de andere behoeftes wel blijven ingevuld.

De groep is in ons geval de trainingsgroep waar de individuele speler deel van uitmaakt, maar ook de gehele trainingsgroep van de vereniging. De vereniging is hiermee in staat om de norm te stellen. Als je als vereniging een norm stelt en deze ook redelijkerwijs handhaaft dan is dat voor deze spelers ook geen enkel probleem, want de gehele groep houdt zich aan de norm. Het stellen van die norm is ook een van de zekerheden, twee vliegen in een klap. Toen ik een paar jaar geleden in Denemarken een paar trainingen heb bij mogen wonen, verbaasde het mij dat de kinderen vooral bezig waren met badminton. Maar dat ze aan de andere kant ook weer helemaal niet afweken van onze kinderen. Geef ze ruimte en ze zoeken oplossingen en gaan creatief in de weer. Alleen in Denemarken werd die creativiteit wel gebruikt om te badmintonnen en niet om gezellig over iets anders te hebben, laat staan aan de kant te gaan zitten.

Wat kunnen wij als trainers hierin nu bieden?

Alles. Wij stellen de norm, wij houden de focus op badminton, wij zijn in staat om trainingen te verzorgen waarbij het gevoel gegeven wordt dat de speler invloed heeft, wij accentueren het leren zonder het zo te noemen overigens, leren is het belangrijkste doel van alle trainingen, wij bepalen.

Werkt het?

Als ik zie wat we met een enthousiaste groep trainers en begeleiders bij onze vereniging voor elkaar hebben gekregen in een paar jaar tijd, dan ben ik wel overtuigd. We zijn in die paar jaar bijna verdrievoudigd in jeugdleden. Van twee jeugdteams in de competitie, aangevuld met spelers van een tweede vereniging, zijn we gegroeid naar zes teams in de jeugdcompetitie en spelen er een stuk of tien jeugdleden bij de senioren in de competitie. De kern zit echter in de trainingen waarbij we veel kunnen werken met kleine groepjes spelers. Dit jaar is het meerdere malen voor gekomen dat er meer trainers/begeleiders waren dan banen om op te trainen. Op iedere baan worden er ander vormen uitgevoerd, bijna altijd gericht op techniektraining.

De mindset van alle begeleiders en trainers is er op gericht de spelers beter te leren badmintonnen. De kinderen komen nu ook zelf met vragen over badminton. De aandacht voor de kinderen is onvoorwaardelijk, niemand van ons verwacht een tegenprestatie, behalve dan dat aan de verenigingsnorm niet getornd wordt. We zijn tenslotte wel bezig met badminton.

Ik las deze week in een commentaar over het onderwijs dat leerlingen vooral behoefte hebben aan toegewijde docenten die de inhoud beheersen, maar vooral attractief les kunnen geven, dat geldt ook voor badmintontrainers en begeleiders.

En ja, het kan steeds beter, en daar zijn we dan ook met z'n allen naar op zoek. Nog meer focus op de individuele behoefte zodat we bijvoorbeeld bewegingsvoorkeuren zouden kunnen herkennen en op basis van de individuele voorkeuren ook advies en aanwijzing kunnen geven. Wat ook beter zou kunnen is dat we nog meer uitgaan van de situatie in de wedstrijd en daaraan onze techniekoefeningen ophangen. Gelukkig is er dus ook nog een toekomst.

WhatsApp X

Wat vind je van dit artikel?

Reacties 3

Rien de Korte

Dirk

Voor mij is er geen verschil tussen spelers van de nationale selectie en spelers die minder mogelijkheden hebben. Vooropgesteld dat ik er van uit ga dat ik geen bezigheidstherapie wil geven. Dat is precies waarover ik schrijf als ik het over normstelling heb. De norm is badminton, en gezellige dingen doe je maar in het park of het fietsenhok. Maar badminton moet wel leuk zijn, jeugdspelers moeten graag naar de trainingen komen. Dat spelers bij de nationale selectie komen is meer afhankelijk van de ouders en hun instellingen en mogelijkheden, dan van de spelers. De ouders moeten bereid zijn hun kind de kans te geven om veel baanuren te maken. Waarmee overigens niet gezegd is dat ieder kind de mogelijkheid heeft om de nationale, laat staan de internationale, top te bereiken.

Volgens mij geldt voor alle (jeugd)spelers dat ieder uur baantraining meer rendeert dan iedere 10 minuten "additionele" training zonder racket en shuttle. Ook met racket en shuttle is uitstekend stabiliteit te trainen. Neem als voorbeeld een aantal series met een uitvalpas naar het net, met als doel een goede netdrop te spelen. Goed uitgevoerd wordt hier net zo veel getraind op de stabiliteit van het heup-, knie- en enkelgewricht als op de "slag". Als nationale selectie, of wie dan ook, kan kiezen tussen baantraining en trainingsvormen zonder racket, shuttle, net en lijnen ,dan zou ik altijd kiezen voor baantraining. Mijn 20% zonder racket en shuttle geldt volgens mij voor alle soorten spelers. Als je meer wilt en kunt, dan komt eerst stabiliteitstraining en daarna intensieve intervaltraining.

Duurtraining (traditioneel uithoudingsvermogen) en maximaliseren van VO2max is voor jeugdspelers volgens mij helemaal geen issue. Meisjes zitten op hun 13e al op hun "volwassen" vermogen, jongens zijn wat later in hun ontwikkeling, daarna is het dus onderhoud. Badminton is geen duursport. Niet in de zin van, gedurende langer periode presteren op basis van je maximale aerobe vermogen. Badminton is juist een sport dat heel vaak gedurende een (zeer) korte periode maximaal anaeroob vermogen moet kunnen aanspreken. Tussen deze periodes in moet het lichaam misschien 60-70 procent aerobe vermogen kunnen leveren. Veel belangrijker dan aeroob vermogen is volgens mij het herhaaldelijk kunnen leveren van anaeroob vermogen. En bij badminton heb je het niet eens over 15 seconden anaeroob presteren, want dan is het anaeroob vermogen verbrandt, maar over heel vaak 5 seconden. Verzuren daarentegen, meer dan 45 seconden maximaal vermogen leveren op het lactaat systeem, gebeurt bij badminton ook niet. Natuurlijk is kortstondig anaeroob vermogen te trainen zonder racket en shuttle, maar de beste training voor dit specifieke uithoudingsvermogen is het spelen van heel veel, goed geplande wedstrijden.

Ik heb het overigens steeds over jeugd in hun vormende fase tussen de 12 en 18 jaar. Daarvoor zou het vooral moeten gaan over bewegen in het algemeen, en daarna gaat het vooral over onderhoud van het dan langzaam degenererend lichaam. Er is bijna niet een jeugdspeler die tot U17, die op zijn of haar eigen niveau, niet aan alle 3 onderdelen kan deelnemen tijdens toernooien. Nu ik 56 ben, ben ik daar enorm jaloers op,

dirk Assur

Hey Rien, leuk stukje. Maar ik zit toch nog met wat onduidelijkheden.

Over welke doelgroep heb je het dan? Jeugd die wat gezellig komt ballen met wat training of spelers die wat meer ambitie hebben en toch iets meer willen bereiken dan de doorsnee speler of de echt talenten op nationaal/internationaal niveau?

Badminton is naar mijn bescheiden mening nog altijd een uithoudingssport, waarbij aerobe traniningsprikkels nog altijd de hoofdzaak zijn en dit zeker in het begin van het seizoen. De rest van het seizoen kan je gewoon onderhoudstraining van de uithouding plannen.

Wetenschappelijk onderzoek heeft trouwens bewezen dat aerobe training bij kinderen in en zeker na de puberale fase een aanzienlijke verhoging kan geven van de VO2 max.

De vraag is, kan je duurtraining geven op baan of misschien toch veldwerk.

Ik kijk uit naar je antwoord

Ron Daniels

Goede opsomming en vragen bij het huidige badminton Rien, Conditie training in de vorm van loop training anders dan interval is zonde van je tijd, kracht training is net zo onnodig en werk de ontwikkeling van je spel zelfs vaak tegen. Tactiek, techniek en veel heel veel plezier en dus leuke training daar hebben we wat aan. Core stabilitie elke dag zodra je even tijd heb dat zorgt voor makkelijker en natuurlijk bewegen op de baan. Groep training is iets uit een donker verleden, standaard voeten werk al helemaal (zie een ander stukje van Huynh "no jump training for girls").
De afgelopen 4 weken hebben we 3 spelers op bezoek gehad uit België en Nederland, elke dag werd er getraind 1 op 1 of 1 op 2 (een speler op twee trainers). Dat doen we 4 tot 5 uur per dag en aan het eind van elke dag moet je resultaat kunnen zien. Werkelijk elke training is gericht op tactiek, slim werken, energy bewust bewegen, geduldig spelen en vooral niet dom weg naar het midden van de baan bewegen.
Spanje laat zien wat je kan bereiken met slim en vernieuwend training geven, de kans dat er in ons land iets gaat gebeuren op dit vlak is heel erg klein, het technisch beleid voor de toekomst beloofd niet veel goeds en de trainers opleiding nog minder.
Rien je heb veel ervaring in het bedrijfsleven, schrijf jij nou eens een kort visie document want daar ontbreekt het totaal aan bij de huidige bondscoaches van onze jeugd.

Reacties zijn afkomstig uit de periode dat badmintonline.nl Disqus gebruikte als reactiesysteem.

Meer over dit onderwerp

Het hebben van de service is lang niet altijd een voordeel

Het hebben van de service is lang niet altijd een voordeel

Hoe kan techniek mij helpen?

Hoe kan techniek mij helpen?

Een tactisch plan met je service

Een tactisch plan met je service

Tempo van bewegen

Tempo van bewegen