Ik schreef in mijn vorig verslag dat ik een keuze zou maken tussen de eerste sessie, de tweede sessie of allebei de sessies van de dag. Het prachtige weer maakte de keuze iets makkelijker: de keuze is gevallen op alleen de avondsessie. Het mooie weer vroeg namelijk om een lange strandwandeling. Normaal ga ik wandelen om de extra broodjes er weer 'af' te lopen, maar dat is met de broodjes in deze perskamer gelukkig niet nodig.
Stilte op het festivalterrein
Voor vertrek naar dit toernooi vroeg iemand of ik dacht dat Frankrijk een kans maakte op de overwinning in de Thomas Cup. Ik dacht toen van niet, maar na gisteravond moet ik daarop terugkomen. De Fransen speelden gisteren een heel goede wedstrijd tegen Indonesië. Er was echter weer veel minder publiek dan ik van tevoren had ingeschat. Het festivalterrein ligt er bijna verlaten bij en ook in de tent waar men badmintonartikelen kan kopen is het stil. Tijdens de Denmark Open hebben de handelaren volgens mij redelijk goede omzetten, maar de eerste dagen van dit toernooi lijkt mij dat niet het geval. Waarschijnlijk, en hopelijk voor deze mensen, zullen de laatste dagen een heel ander beeld laten zien. Men zal de cijfers van de kaartverkoop toch wel gezien hebben voordat het festivalterrein definitief werd ingericht? Op de website zijn in ieder geval niet veel kaarten meer verkrijgbaar.
Ik schreef ook al eerder dat de wedstrijden veel meer publiek verdienen dan ze nu krijgen. Voor tribunes die nog niet voor de helft gevuld zijn, worden geweldige partijen gespeeld. Neem de wedstrijd tussen Christo Popov en Jonatan Christie: twee spelers uit de absolute top van de wereldranglijst.
De transformatie van Christo Popov
Een van de eerste keren dat ik Christo Popov zag spelen, was tijdens het Dutch Junior-toernooi in Haarlem. Toen vond ik hem spelen als een wildebras; hij vloog over de baan en het leek alsof alles van zijn vechtlust afhing. Het is nu een compleet andere speler. Hij is veel beheerster in wat hij doet, zijn techniek is veel beter, zijn bewegingen en voetenwerk zijn rustiger en zijn fysieke gesteldheid is een stuk sterker.
Zijn trainer en vader lijkt mij iemand van de oude stempel: er moet hard en goed getraind worden. In Nederland hadden we vroeger een judotrainer, Cor van der Geest, die het had over 'diepe training'. Daar bedoelde hij mee dat je meer en harder moet trainen dan je in de wedstrijd nodig hebt. In Engeland was er een trainer die de uitspraak deed: “What you train is what you get”. Met andere woorden: je moet trainen zoals je de wedstrijden speelt. Als je in de training de intensiteit niet haalt, kun je dat in de wedstrijden ook niet waarmaken.
Conditie als doorslaggevende factor
De training van vader Popov heeft in ieder geval zijn vruchten afgeworpen voor zijn zoons. Christo won van Jonatan Christie. De eerste game was spannend, de tweede niet meer; conditie leek daarin een rol te spelen. De derde single was voor de oudere broer van Christo, Toma Junior. Die speelde tegen Anthony Ginting. Ginting staat bij mij niet bekend als de speler in het circuit met de beste conditie. Het was een lange wedstrijd van een uur en 25 minuten. Ginting leek aan het eind van de derde game een paar keer de beslissing op zijn racket te hebben, maar maakte dan ogenschijnlijk een 'makkelijke' fout. Hij leek ook al last van kramp te hebben aan het einde van de partij. Ook hier leek de conditie de doorslag te geven.
De tweede single was voor Alex Lanier, ondanks een stevig ingepakte rechterknie. Dat verhinderde hem niet om zijn vertrouwde spel te laten zien en ook zijn partij te winnen. Na de singles was de beslissing al gevallen: 3-0 voor Frankrijk. De spanning was toen uit de wedstrijd. Toch heb ik nog gekeken naar de eerste game van het herendubbel. De twee Fransen maakten op mij de indruk van twee opstandige, drukke mannetjes die een energie afgeven waar ik niet zo goed tegen kan. Ze wonnen de eerste game, voor mij het teken om richting het vakantiehuis te keren. Het was inmiddels 22.15 uur: bedtijd.
Sfeer op de andere banen
Door de intensiteit van de wedstrijd op baan 1 en al het lawaai dat de teamgenoten van de Fransen en Indonesiërs maakten, zou je bijna vergeten naar de wedstrijden op baan 2 en 3 te kijken. De wedstrijd op baan 3 was aardig, Thailand tegen Algerije (Thomas Cup), mede doordat een groep jonge vrijwilligers de Algerijnen ging supporteren. Maar verder was het niet echt spannend of goed.
Op baan 2 speelde Korea tegen Thailand voor de Uber Cup. Ook daar werden goede wedstrijden gespeeld, bijvoorbeeld An Se Young tegen Ratchanok Intanon: de nummer 1 van de wereldranglijst tegen de nummer 7. Volgens mij stond er op die wedstrijd niet veel spanning. Ik zag Intanon in de tweede game al glimlachen naar de coaches achter de baan en ook een damesdubbel accepteerde het verlies zonder al te veel negatieve emoties. De leukste wedstrijd daar was voor mij de eerste damesdubbel. Het gemak waarmee de dames het spel over het veld verplaatsten, viel me deze keer echt op. Misschien moeten we op de clubtraining daar ook meer aandacht aan besteden. Maar we hebben al zoveel te trainen en het seizoen is nog maar zo kort. We zullen keuzes moeten maken.
Over keuzes gesproken: voor de woensdag moet ik dezelfde keuzes maken als voor de dinsdag. De zon schijnt hier alweer volop. Ga ik voor één sessie, twee sessies of weer voor de avondsessie en een strandwandeling?
U leest het morgen weer hier.